zondag 19 maart 2017

vrijdag 24 februari 2017

Als je kind sterft, Hans Stolp

Tekst "Als je kind sterft..." Als je kind sterft, stort je wereld in. Hoe moet je nu verder? En waar is je kind nu? Is er een weg aan de overkant van de dood, of is de dood het einde?Voor veel ouders houdt de dood van hun kind het begin in van een zoektocht naar een antwoord op de vraag: wat is de dood? Betekent de dood echt het einde, of is er leven voorbij de dood? Veel ouders beginnen daar van binnenuit, een antwoord op die vraagt te ontdekken: dat de dood niet alleen een einde is,maar tegelijk een nieuw begin. Het begin van een levensweg in de geestelijke werelden. Hun kind, zo ontdekken zij, reist allereerst door de lagere geestelijke werelden (de etherische en astrale) om uiteindelijk thuis te komen in de wereld van het licht. Voor veel ouders is het ook een grote ontdekking om te lezen of te horen dat hun kind ook daar, in de geestelijke wereld, hun blijvende liefde nodig heeft als stimulans en bemoediging op die weg naar zijn tehuis in de lichtwereld. En dit inzicht sluit meestal naadloos aan bij wat de ouders innerlijk zelf ook ervaren: dat er een blijvende band is en dat de dood aan waarachtige liefde geen einde kan maken. Omdat liefde eeuwig is. En dus sturen zij die stille kracht van hun liefde naar hun kind die hen is voorgegaan. Heel gericht en heel bewust sturen zij het de warmte van hun hart. Bovendien leren zij hun kind ook nog drie andere geschenken te geven. Allereerst de dankbaarheid voor wat hun kind hun bij zijn leven heeft gegeven en voor wat het voor hen heeft betekend. Want dankbaarheid, aan een ander opgedragen, kan een geschenk zijn. Vervolgens sturen de ouders hun kind het vertrouwen dat zowel dat kind in de geestelijke wereld als zijzelf hier op aarde geleid en gedragen worden, ook in het dragen en verwerken en van de pijn, van het gemis en bij het loslaten. Want vertrouwen, aan een ander opgedragen, kan een geschenk zijn. En tenslotte leren de ouders hun kind een bemoediging toe te zenden: durf gerust je eiden weg te gaan, daar, aan de overkant, je kunt het! Want ook bemoediging kan een geschenk zijn.Dankbaarheid, vertrouwen en bemoediging: drie onmisbare geschenken voor ieder kind dat de ouders voorgaat en eerder dan de ouders terugkeert naar huis. Maar het grootste geschenk dat de ouders ook dan aan hun kind kunnen en mogen geven is hun blijvende liefde. Want liefde is de grootste, de sterkste en de mooiste kracht in het heelal. Liefde sterft nooit! En liefde werkt in alle werelden en over alle grenzen heen. Hans Stolp

zaterdag 18 februari 2017

Herinneringen, Kagib

Onze laatste rustplaats, eindigend op de begraafplaats. Maar meer en meer worden we verast. Zijn we door de dood verrast? We verhuizen naar een andere plaats van bestemming. De as blijft achter in een urn. De as blijft achter voor hen die achter bliijven. Vasthoudend aan de herinnering, hoe de dierbare was voor hij of zij wegging. Deze herinnering houdt vast, waardoor we niet verder kunnen of willen gaan. Slechts terug willen draaien het bestaan. Een intens verdriet, maar ook dierbare herinneringen, voor hij of zij die men achter liet. Er zijn foto's, tekstjes opgeschreven, uit liefde, vol liefde, door hen die achter bleven. Onverwelkbare bloemenpracht. En zo wordt er nog heel veel aan de overledene gedacht. Er is een gemis. Een verlangen dat alles anders is. Alles anders zou zijn, soms een niet te dragen pijn. En stil staat daar de urn, de steen onbeweeglijk. Er komt niemand terug, ze zijn meegenomen door de wind. En het leven gaat door, hier, maar ook daar. Want het Plan van God is nog lang niet klaar. Niemand is uit het leven gestapt, ze zijn slechts uit hun jasje gestapt. En de wind waait. En de bladeren laten los, worden weer een met de aarde. Waaruit zich eens de eerste boom openbaarde. Uit deze overgave ontstaat ooit weer eens heel bos. Rust in vrede, staat op elke steen. Maar wie heeft de vrede gevonden. Wie heeft de vrede binnenin gevonden? Wiens ziel is niet ten diepste geschonden. Voor ieder van ons, is vroeg of laat een plaats bereid. Maar wie is er op dat moment werkelijk bereid? Wie voelt dan diep van binnen, ja het is werkelijk mijn tijd? De tijd om naar een andere wereld te gaan. Ten diepste doorgrond hebbende het bestaan. Wie is dan werkelijk klaar om te gaan? Rust zacht, dierbare mens. Maar alles zal anders zijn dan je verwacht. Kagib
Warme groet Jeltje

donderdag 16 februari 2017

Overpeinzingen, Mar cus Aurelius Antoninus

overpeinzingen: 14. Zelfs indien het uw bestemming is om drie-duizend jaar te leven, of zelfs dertigduizend jaar, blijf u dan evenwel herinneren dat niemand een ander leven verliest dan dat wat hij op dat moment heeft. Het langste leven komt dus op hetzelfde neer als het kortste. Want het moment van nu is voor allen gelijk en wat we verliezen is niet van ons; het blijkt dus een zeer kort moment te zijn waarvan wij afstand doen. Niemand immers kanvan het verleden of van de toekomst afstand doen. Want hoe kan iemand verliezen wat hij niet bezit? Wij moeten dus deze twee dingen in gedachten houden: Het ene is dat alles er in de eeuwigheid hetzelfde uitziet en zich steeds herhaalt en dat het dus niet uitmaakt of iemand de dingen ziet in een tijdvak van honderd jaar, van tweehonderd jaar of in de oneindigheid. Het andere is dat zowel hij die zeer lang leeft als hij die zeer jong sterft, beiden van hetzelfde afstand doen. Een mens kan slechts van het heden beroofd worden, want dat is het enige wat hij bezit; wat hij niet bezit, kan hij niet verliezen.
Warme groet Jeltje

maandag 13 februari 2017

Loslaten

Warme groet

donderdag 29 december 2016

klein gedicht.

Klein gedicht Wanneer we al het werk gedaan hebben waarvoor we naar de aarde zijn gezonden, mogen we ons lichaam afleggen dat onze ziel gevangen houdt, zoals een cocon de latere vlinder omsluit. En wanneer de tijd is gekomen, kunnen we het loslaten en zullen we vrij zijn van pijn, vrij van angst en zorgen, vrij als een heel mooie vlinder en terugkeren naar huis bij God... Door: Felice
warme groet Jeltje

woensdag 7 december 2016

Het verzoek, Levine.

Een vriendin van me deed me op een bepaald moment het verzoek of ik haar moeder, die lag te sterven aan kanker, een bezoek wilde brengen omdat ze het gevoel had dat ze heel gauw zou komen te overlijden en dacht dat een ontmoeting met mij haar goed zou doen. Toen ik de kamer binnenkwam, ontmoetten de heldere ogen van haar moeder de mijne met een warme glimlach en een gevoel van kalmte en rust. Kennelijk was ik daar niet om de moeder te helpen, maar om de angst van haar dochters, die zich in de deuropening verdrongen, weg te nemen, omdat ze zelf in het reine moesten komen met het op handen zijnde sterven van hun moeder. Toen ze het erover had dat ze net uit het ziekenhuis was teruggekomen en dat de doktoren hadden gezegd dat het vermoedelijk de laatste keer was geweest, was het duidelijk dat ze zich praktisch niet meer met haar lichaam identificeerde, terwijl ze met de paar lokken grijze haren lag te spelen die ze na de chemoteherapie nog over had. Ze had volledig aanvaard dat haar lichaam lag weg te teren. Ik had het gevoel dat ik maar heel weinig voor haar hoefde te doen. Toen ik op het punt stond om weg te gaan, vroeg ik of er misschien iets was dat de openheid die ze kennelijk zo duidelijk bezat in de weg stond. Ze zei dat ze zich redelijk goed voelde, soms alleen een beetje ontredderd, een beetje in de war en dat ze geen idee had waar dat aan lag. Dit kon natuurlijk best het gevolg zijn van de verandering van voeding, van het gewichtsverlies, van de giftige stoffen in haar lichaam of van een aantal bij-factoren van haar ziektebeeld. Maar ik had het gevoel dat het ook wel eens het gevolg kon zijn van de zeer sterke pijnstillende middelen die haar volgens haar dochters door de dokter werden toegediend. Ze zei dat ze eigenlijk haast geen pijn had, maar dat de doktoren hadden gezegd dat het allemaal toch al moeilijk genoeg was en dat ze zo tenminste niet ook nog pijn hoefde te lijden. Ze hadden haar een relatief hoge dosis van een bepaald pijnstillend middel gegeven, dat ze met de regelmaat van de klok moest innemen. we hadden het er kort over hoe zich daarna voelde en ik stelde voor dat ze de dosis misschien wel eens zou kunnen verminderen om te kijken of er inderdaad een bepaalde grens was waar er geen verlies van helderheid zou optreden, terwijl ze toch de pijn nog onder controle had. Een punt waarop de pijn niet merkbaar zou toenemen, maar waarop ze ook in staat zou zijn om haar helderheid van geest te behouden. Het was een zeer delicaat evenwicht, maar ze kon het naar eigen believen proberen en kijken hoe het voelde. Terwijl ik haar op deze mogelijkheid opmerkzaam maakte, ging ik bij mezelf na of ik wilde dat er een verandering in haar toestand zou optreden, of ik een of ander motief kon bedenken waarom ik haar iets wilde 'verkopen', waarvan ik dacht dat het het beste voor haar zou zijn. Maar ik vond helemaal niet dat ze zo nodig iets 'moest' doen. Het was werkelijk bedoeld als een alternatief, waarvan ze zelf al dan niet gebruik kon maken. Haar dochter vertelde me dat haar moeder de volgende dag de dosis had verminderd en in een paar uur tijds merkte dat de pijn weliswaar toenam, maar dat ze eveneens veel helderder van geest was. En dat ze een paar dagen later op haar eigen manier was gestorven, helder van geest, omgeven door haar familie, in staat om op een directe en liefhebbende manier afscheid te nemen. Ze stierf als iemand uit één stuk, die de verantwoordelijkheid voor zijn leven op zich neemt vanuit een gevoel van liefde voor zichzelf en voor anderen. Stephen Levine
Warme groet Jeltje