Elke week ging hij in bad.
Met opgetrokken schouders en dicht geknepen ogen,
Hing hij onbeholpen aan mijn arm.
De damp die van het water kwam, maakte hem geruster,
Witte stoom.
Bij elk kledingstuk wat uit gaat, bevangt hem meer en meer,
een oude vertrouwde droom.
Voorzichtig laat ik hem in het water glijden,
Hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
Hij zucht,
Als bij het lessen van zijn dorst.
En om zijn mond een grote glimlach.
Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden.
Zijn dunne voeten steken omhoog als bleke bloemen.
Zijn bleke benen die al lichtjes verdorden,
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.
Hij voelt zich in dit water nog als ongeboren,
En weet niet dat dat sommige vruchten nog niet rijpen.
Ook dat hij de dingen van de geest nog niet hoeft te begrijpen.
En elke keer als hij uit bad gehaald wordt,
Stribbelt hij tegen en huilt even.
Elke week wordt hij opnieuw geboren,
En wreed gescheiden van het veilige water-leven
warme groet jeltje
Auteur mij onbekend.
