Spirituele stervensbegeleiding. U mag hier stukjes verwachten die daar mee te maken hebben,uit eigen ervaring en stukjes die me aanspreken. De wind die raast zal een veer laten zweven, een veer die geen weerstand kent wordt hierdoor verplaatst. Onze gedachten los laten en zijn zoals een veer, zal ons doen zweven, we zullen hierdoor de schatkamers kunnen binnen treden van innerlijke rust.
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label liefde. Alle posts tonen
donderdag 24 april 2014
De roep van de dood.
De roep van de dood is een roep van liefde. De dood kan zoet zijn als we bevestigend antwoorden, als we hem accepteren als één van de grote eeuwige vormen van leven en transformatie.
Hermann Hesse
Een kort berichtje maar niet minder waardevol. Warme groet Jeltje
zondag 9 maart 2014
troost
De liefde is de adem van de ziel
Het woord troost vraagt nu om mijn aandacht.
Ineens is het begrip me helder.
Troost is een bescheiden, maar niet te onderschatten kracht. Het geeft hoop, zelfs als het leven hopeloos lijkt.
Troosten hangt samen met liefde.
Het is juist onvoorwaardelijke liefde dat een mens in nood nodig heeft.
Liefde verdrijft de eenzaamheid en geneest de pijn. Onvoorwaardelijke liefde zit diep in elk mens verscholen en komt pas naar buiten als je de deur openzet.
Een mens die alles bezit, maar geen liefde kent, behoort tot de armsten onder de allerarmsten.
Daarbij moet de onvoorwaardelijke liefde niet worden verward met verliefdheid.
Ik sloot de liefde, na het overlijden van Sem, buiten en liet haar niet meer toe. Het gebrek aan liefde maakte het leven nog zwaarder en pijnlijker tot een nauwelijks te dragen last. Onze ziel heeft net zo dringend liefde nodig, als het lichaam zuurstof.
De liefde is de adem van de ziel.
Citaat uit De Vlindertuin van Hans Peter Roel
Warme groet Jeltje
zaterdag 23 juni 2012
Liefde wordt niet vernietigd.
dierbare lezer,
Liefde wordt niet vernietigd door de dood.
Ook onze liefde, de liefde tussen vader en zoon, tussen man en vrouw, tussen kinderen en ouders is sterker dan de dood.
Wens u dan ook toe, dat u, als u daar voor mocht komen te staan,welke dierbare dan ook, dat u de engel van oplettendheid toe laat, dat u ieder woord, ieder gebaar zult en mag waarnemen.
Dat u de ontmoetingen op nieuwe wijze mag beleven en dat u de woorden spreekt, die u misschien al heel lang had willen zeggen, maar steeds om een bepaalde redenen hebt onderdrukt. Het is werkelijk van groot belang, voor de stervende en voor u dat alles uit gesproken is. Zodat liefde wordt achter gelaten als wel mee gegeven. Heb de moed, durf te delen.
Warme groet Jeltje
zondag 1 april 2012
Er is geen dood
Er is geen dood!
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
Een nieuw habijt is voor U weggelegd.
"Ik ga je voor", heeft menigeen gezegd
Tot U, aan wien hij hier zijn liefde had gegeven.
Als nieuwe liefde bloeit, verdringt zij dan de oude?
Heeft zij die banden ruw vaneen gescheurd?
Of is het zóó, dat wat dan is gebeurd
Voltooiing is van wat gij met hen bouwde?
Voltooiing? Neen, maar wel een verder weven
Van alle banden, oud en nieuw geknoopt.
D' ervaring leert, wat gij steeds hebt gehoopt:
Er is geen dood, doch voortgang van het leven.
Het Leven is uit God, de Liefde, Die het Al omvat.
Uit Zijne Liefde bloeit de band, die U verbindt
Met hen, die zijn gegaan en hen, die gij nu vindt
Aan Uwe zij, als een U hier opnieuw gegeven schat.
En Ginds? Het inzicht is verruimd, door Gods Gena gezuiverd.
In Zijne Liefde zijt ook gij met hen daar saam geketend,
Met allen, die U lief en dierbaar waren. Dit betekent:
Er is geen dood, waarvoor gij hebt gehuiverd.
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
De ziel wordt met een nieuw habijt bekleed.
De "Dood" opent de deur naar daar, waar al het leed,
De scheiding en de smart in Liefde zijn opgeheven.
O. Gunning Sr
Bron:http://www.spirituelevrienden.nl/
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
Een nieuw habijt is voor U weggelegd.
"Ik ga je voor", heeft menigeen gezegd
Tot U, aan wien hij hier zijn liefde had gegeven.
Als nieuwe liefde bloeit, verdringt zij dan de oude?
Heeft zij die banden ruw vaneen gescheurd?
Of is het zóó, dat wat dan is gebeurd
Voltooiing is van wat gij met hen bouwde?
Voltooiing? Neen, maar wel een verder weven
Van alle banden, oud en nieuw geknoopt.
D' ervaring leert, wat gij steeds hebt gehoopt:
Er is geen dood, doch voortgang van het leven.
Het Leven is uit God, de Liefde, Die het Al omvat.
Uit Zijne Liefde bloeit de band, die U verbindt
Met hen, die zijn gegaan en hen, die gij nu vindt
Aan Uwe zij, als een U hier opnieuw gegeven schat.
En Ginds? Het inzicht is verruimd, door Gods Gena gezuiverd.
In Zijne Liefde zijt ook gij met hen daar saam geketend,
Met allen, die U lief en dierbaar waren. Dit betekent:
Er is geen dood, waarvoor gij hebt gehuiverd.
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
De ziel wordt met een nieuw habijt bekleed.
De "Dood" opent de deur naar daar, waar al het leed,
De scheiding en de smart in Liefde zijn opgeheven.
O. Gunning Sr
Bron:http://www.spirituelevrienden.nl/
vrijdag 9 maart 2012
Wat is een goede dood?
Is er wel een goede dood?
en als er een goede dood is,
welke dan?
De verwachte
de voorbereide
de zachte
de plotselinge
de gelovige
de ongelovige
de gewenste?
En voor wie is ze dan goed,
voor de gestorvene,
voor de nabestaanden?
Of er een goede dood is of niet,
wie zal het zeggen?
Laat er in ieder geval liefde zijn.
De liefde met al haar talenten:
zo stèrk als de dood
De liefde met de dood
het enige en echte mysterie van het leven.
Marinus van den Berg.
Ontwaken
en als er een goede dood is,
welke dan?
De verwachte
de voorbereide
de zachte
de plotselinge
de gelovige
de ongelovige
de gewenste?
En voor wie is ze dan goed,
voor de gestorvene,
voor de nabestaanden?
Of er een goede dood is of niet,
wie zal het zeggen?
Laat er in ieder geval liefde zijn.
De liefde met al haar talenten:
zo stèrk als de dood
De liefde met de dood
het enige en echte mysterie van het leven.
Marinus van den Berg.
Ontwaken
zondag 15 januari 2012
Blijven we verbonden?
Waar is degene waar we mee verbonden zijn gebleven als hij/zij sterft?
Er komen veel vragen op u af, is het niet?
Waar is de ander nu? Is er leven na de dood, en zo ja, hoe ziet dat er dan uit?
Is de verbinding tussen mij en de ander nu definitief verbroken?
Of is er nog een vorm van contact en een verbinding in liefde mogelijk?
De dood wordt gezien als een geboorte, als het begin van een nieuw leven in de geestelijke wereld. Op die reis door de geestelijke wereld blijft de relatie van de overgegane bestaan.
Die relatie wordt gesteund en gedragen door de liefde die haar of hem vanaf de aarde wordt toe gedragen.
Zij kan echter ook gehinderd worden door de onmacht, de woede of het niet loslatende verdriet van hen die achterblijven.
De overgegane zal dit kunnen voelen, is uw verdriet heel veel, gedachten ook, dan zal de overgegane zich bezwaard voelen om hoger te gaan, en zal proberen om door gedachten en gevoel u troostend bij te blijven, u trekt de overgegane naar beneden, ze voelen zich schuldig.
En kunnen niet eerder verder dan wanneer u het verdriet heeft kunnen loslaten.
Het is ook daarom dat ik schreef; is alles gezegd, is alles uitgesproken, zodat er alleen liefde over blijft, geen woede, geen wrok enz.
Liefde laat vrij, vrij om hoger te gaan, te groeien.
Verdriet daar in tegen is egoïstish.
Natuurlijk zal er eerst verdriet zijn, maar blijf daar niet in hangen uit gemis.
Haar/ zijn taak is gedaan hier op aarde.
Zo kun je dus toch invloed uitoefen op die tocht van hen die in het hiernamaals verblijven.
Omgekeerd hebben de degenen die na de stoffelijke dood in de geestelijke wereld verblijven grote invloed op de weg die wij mensen hier op aarde gaan.
Warme groet Jeltje
Er komen veel vragen op u af, is het niet?
Waar is de ander nu? Is er leven na de dood, en zo ja, hoe ziet dat er dan uit?
Is de verbinding tussen mij en de ander nu definitief verbroken?
Of is er nog een vorm van contact en een verbinding in liefde mogelijk?
De dood wordt gezien als een geboorte, als het begin van een nieuw leven in de geestelijke wereld. Op die reis door de geestelijke wereld blijft de relatie van de overgegane bestaan.
Die relatie wordt gesteund en gedragen door de liefde die haar of hem vanaf de aarde wordt toe gedragen.
Zij kan echter ook gehinderd worden door de onmacht, de woede of het niet loslatende verdriet van hen die achterblijven.
De overgegane zal dit kunnen voelen, is uw verdriet heel veel, gedachten ook, dan zal de overgegane zich bezwaard voelen om hoger te gaan, en zal proberen om door gedachten en gevoel u troostend bij te blijven, u trekt de overgegane naar beneden, ze voelen zich schuldig.
En kunnen niet eerder verder dan wanneer u het verdriet heeft kunnen loslaten.
Het is ook daarom dat ik schreef; is alles gezegd, is alles uitgesproken, zodat er alleen liefde over blijft, geen woede, geen wrok enz.
Liefde laat vrij, vrij om hoger te gaan, te groeien.
Verdriet daar in tegen is egoïstish.
Natuurlijk zal er eerst verdriet zijn, maar blijf daar niet in hangen uit gemis.
Haar/ zijn taak is gedaan hier op aarde.
Zo kun je dus toch invloed uitoefen op die tocht van hen die in het hiernamaals verblijven.
Omgekeerd hebben de degenen die na de stoffelijke dood in de geestelijke wereld verblijven grote invloed op de weg die wij mensen hier op aarde gaan.
Warme groet Jeltje
vrijdag 13 januari 2012
Ga maar.
Ik ken je niet.
En toch is het alsof ik je al jaren ken.
Een foto op de tafel, hoe je was, uiterlijk.
Nu, ontluistering.
Onrustig, verward, boos soms.
Liefde is wat ik voel en zie.
Niets is wat nog telt.
En streel je gezicht, je arm.
Er komt wat rust.
Een hand die ik vast houd.
Warm, maar, die mijn hand niet meer kan vasthouden.
Langzaam glij je weg, een andere weg.
Liefde is wat ik voel, echt voel, er is niets anders.
En voel een zoute druppel langs mijn wang glijden, zomaar.
Ik ken je niet.
Je bent zo mooi.
Ga maar.
Dag, tot ziens.
jeltje
En toch is het alsof ik je al jaren ken.
Een foto op de tafel, hoe je was, uiterlijk.
Nu, ontluistering.
Onrustig, verward, boos soms.
Liefde is wat ik voel en zie.
Niets is wat nog telt.
En streel je gezicht, je arm.
Er komt wat rust.
Een hand die ik vast houd.
Warm, maar, die mijn hand niet meer kan vasthouden.
Langzaam glij je weg, een andere weg.
Liefde is wat ik voel, echt voel, er is niets anders.
En voel een zoute druppel langs mijn wang glijden, zomaar.
Ik ken je niet.
Je bent zo mooi.
Ga maar.
Dag, tot ziens.
jeltje
vrijdag 14 oktober 2011
De bron van Liefde
Lieve lezer,
De Heilige geschriften zitten vol symbolische taal. En indien de mensen meer gehoor zouden schenken aan hun intuïtief-spirituele kwadrant en die wonderbaarlijke mededelingen bron niet zouden vergiftigen door hun eigen negativiteit, hun angsten,hun schuldgevoelens en hun drang om anderen of zichzelf te bestraffen, dan zouden ze ook de mooie symbolentaal van stervenden gaan begrijpen, wanneer die ons hun zorg en kennis en hun waarnemingen trachten duidelijk te maken.
(Zoals ik al eerder schreef in het stuk over mijn moeder, waar ze begon over; ‘verhuizen’, waar ik uit concludeerde dat er een ‘ verhuizing’ zat aan te komen. Ook zei ze dat haar meubels er niet zouden passen. Dit was een paar dagen voor haar overgaan. Jeltje)
Nadat we door onze familieleden en vrienden ‘aan de overkant’ en ook door onze geleiders en beschermengelen zijn ontvangen, maken wij een symbolische verandering door, die vaak wordt beschreven als een soort tunnel. Bij sommigen wordt die verandering uitgedrukt door een rivier, bij anderen door een poort, al naar gelang zo’n symbool op elk individu afzonderlijk van toepassing is.
Nadat wij die zichtbare, zeer fraaie en op ieder van ons individueel afgestemde soort tunnel- om bij dit voorbeeld te blijven-zijn doorgegaan, naderen we een lichtbron, die veel patiënten zo beschreven.
Die gewaarwording is de meest verrukkelijke mooie en de meest onvergetelijke ervaring die mij ooit werd geschonken, en wordt het besef van het kosmisch bewustzijn genoemd. In tegenwoordigheid van dit licht, dat door de meeste ‘wetende’ mensen in onze westerse cultuur Christus, God, Liefde of eenvoudig Licht wordt genoemd, zijn wij omgeven door totale, absolute liefde, door het hoogste begrip en het diepste medegevoel.
Dit licht ontspringt uit de bron van zuiver geestelijke energie, die niets te maken heeft met lichamelijke of psychische energie. Geestelijke energie kan niet door mensen gemaakt of gemanipuleerd worden. Die energie existeert in een gebied waar voor negativiteit geen plaats is. Dit houdt ook in dat we in tegenwoordigheid van dit licht tot geen enkel negatief gevoel in staat zullen zijn, hoe slecht we ons op aarde ook gedragen mogen hebben en hoe schuldig we ons altijd voelden. Het is bovendien volstrekt onmogelijk in dat stralende licht, dat door velen Christus of God wordt genoemd, een veroordeelde te zijn, want Hij is een wezen van totale en volstrekt onvoorwaardelijke Liefde. In dit licht staande worden we ons bewust van de mogelijkheid wat we eigenlijk hadden kunnen zijn, indien we ons leven behoorlijk hadden ingericht. Omgeven door dit licht, waarin medegevoel, liefde, en begrip op ons afstralen, wordt van ons gevraagd onze hele leven nogmaals aan ons geestesoog voorbij te laten trekken en te beoordelen, nu we niet langer aangewezen zijn op het verstand van onze fysieke hersenen waardoor we in ons aardse lichaam begrensd waren. Wij zien opnieuw elke gedachte die we hadden, elk woord dat we spraken, elke daad die we stelden tijdens ons aardse bestaan, en gelijktijdig weten we welke gevolgen die voor onze medemens hebben gehad.
Wij zelf zullen dan over onze gedachten, woorden en daden een oordeel vellen.
Bron: Over de dood en het leven daarna.
Geschreven door; Elisabeth Kübler-Ross.
Dat ik dit stukje hier plaats heeft een duidelijke reden en hoop dat u het met uw hart zult lezen.
Nu kunt u al beginnen met het uitzuiveren, door alles in het licht te zetten van die Liefde.
Daar hoeft u niet mee te wachten, hoop dan ook dat dit uw grootste wens mag worden.
Veel liefs Jeltje
De Heilige geschriften zitten vol symbolische taal. En indien de mensen meer gehoor zouden schenken aan hun intuïtief-spirituele kwadrant en die wonderbaarlijke mededelingen bron niet zouden vergiftigen door hun eigen negativiteit, hun angsten,hun schuldgevoelens en hun drang om anderen of zichzelf te bestraffen, dan zouden ze ook de mooie symbolentaal van stervenden gaan begrijpen, wanneer die ons hun zorg en kennis en hun waarnemingen trachten duidelijk te maken.
(Zoals ik al eerder schreef in het stuk over mijn moeder, waar ze begon over; ‘verhuizen’, waar ik uit concludeerde dat er een ‘ verhuizing’ zat aan te komen. Ook zei ze dat haar meubels er niet zouden passen. Dit was een paar dagen voor haar overgaan. Jeltje)
Nadat we door onze familieleden en vrienden ‘aan de overkant’ en ook door onze geleiders en beschermengelen zijn ontvangen, maken wij een symbolische verandering door, die vaak wordt beschreven als een soort tunnel. Bij sommigen wordt die verandering uitgedrukt door een rivier, bij anderen door een poort, al naar gelang zo’n symbool op elk individu afzonderlijk van toepassing is.
Nadat wij die zichtbare, zeer fraaie en op ieder van ons individueel afgestemde soort tunnel- om bij dit voorbeeld te blijven-zijn doorgegaan, naderen we een lichtbron, die veel patiënten zo beschreven.
Die gewaarwording is de meest verrukkelijke mooie en de meest onvergetelijke ervaring die mij ooit werd geschonken, en wordt het besef van het kosmisch bewustzijn genoemd. In tegenwoordigheid van dit licht, dat door de meeste ‘wetende’ mensen in onze westerse cultuur Christus, God, Liefde of eenvoudig Licht wordt genoemd, zijn wij omgeven door totale, absolute liefde, door het hoogste begrip en het diepste medegevoel.
Dit licht ontspringt uit de bron van zuiver geestelijke energie, die niets te maken heeft met lichamelijke of psychische energie. Geestelijke energie kan niet door mensen gemaakt of gemanipuleerd worden. Die energie existeert in een gebied waar voor negativiteit geen plaats is. Dit houdt ook in dat we in tegenwoordigheid van dit licht tot geen enkel negatief gevoel in staat zullen zijn, hoe slecht we ons op aarde ook gedragen mogen hebben en hoe schuldig we ons altijd voelden. Het is bovendien volstrekt onmogelijk in dat stralende licht, dat door velen Christus of God wordt genoemd, een veroordeelde te zijn, want Hij is een wezen van totale en volstrekt onvoorwaardelijke Liefde. In dit licht staande worden we ons bewust van de mogelijkheid wat we eigenlijk hadden kunnen zijn, indien we ons leven behoorlijk hadden ingericht. Omgeven door dit licht, waarin medegevoel, liefde, en begrip op ons afstralen, wordt van ons gevraagd onze hele leven nogmaals aan ons geestesoog voorbij te laten trekken en te beoordelen, nu we niet langer aangewezen zijn op het verstand van onze fysieke hersenen waardoor we in ons aardse lichaam begrensd waren. Wij zien opnieuw elke gedachte die we hadden, elk woord dat we spraken, elke daad die we stelden tijdens ons aardse bestaan, en gelijktijdig weten we welke gevolgen die voor onze medemens hebben gehad.
Wij zelf zullen dan over onze gedachten, woorden en daden een oordeel vellen.
Bron: Over de dood en het leven daarna.
Geschreven door; Elisabeth Kübler-Ross.
Dat ik dit stukje hier plaats heeft een duidelijke reden en hoop dat u het met uw hart zult lezen.
Nu kunt u al beginnen met het uitzuiveren, door alles in het licht te zetten van die Liefde.
Daar hoeft u niet mee te wachten, hoop dan ook dat dit uw grootste wens mag worden.
Veel liefs Jeltje
dinsdag 6 september 2011
eenvoud
Ik voel m'n ziel verwant met kleine simpele dingen,
die op ons wegen staan als bloemen van het veld....,
Verdoken in het gras, door weinigen geteld...,
al dragen z'in hun kelk de zoetste zegeningen.
'k Vind schoonheid overal: maar dat wat zachte perelt
Van uit uw moeë mond, die luttel woorden vind:
"Goênavond....., lieveke,goênacht..., m'n zielekind."
Dat maakt me zaal'ger dan de weelde van de wereld.
Zo groeit in m'n gedachten een vrede, niet te noemen;
Mijn ziel, in schoonheidhuis, niet èèn mysterie vindt;
Want ál wat schoonheid is,met simpelheid begint...
En 'k noem Liefde, 't zaad van alle schoonheidsbloemen.
uit: 'vondelingskens'
A Nahon (1896-1933)
Omstreeks 1920.
Site: http://www.august-gille.be/ Kunstenaar.
die op ons wegen staan als bloemen van het veld....,
Verdoken in het gras, door weinigen geteld...,
al dragen z'in hun kelk de zoetste zegeningen.
'k Vind schoonheid overal: maar dat wat zachte perelt
Van uit uw moeë mond, die luttel woorden vind:
"Goênavond....., lieveke,goênacht..., m'n zielekind."
Dat maakt me zaal'ger dan de weelde van de wereld.
Zo groeit in m'n gedachten een vrede, niet te noemen;
Mijn ziel, in schoonheidhuis, niet èèn mysterie vindt;
Want ál wat schoonheid is,met simpelheid begint...
En 'k noem Liefde, 't zaad van alle schoonheidsbloemen.
uit: 'vondelingskens'
A Nahon (1896-1933)
Omstreeks 1920.
Site: http://www.august-gille.be/ Kunstenaar.
woensdag 24 augustus 2011
Afscheid, Ken wilber.
afscheid
En dus begonnen de meest buitengewone achtenveertig uur van ons leven samen. Treya had besloten te sterven. Er was geen medische reden waarom ze op dit punt zou sterven. Haar artsen meenden dat ze met medicijnen en beperkte ondersteuning nog minstens verscheidene maanden zou kunnen leven, zij het in het ziekenhuis, en ja dan zou ze sterven. Treya was echter tot een besluit gekomen. Ze wilde niet op die manier doodgaan, in een ziekenhuis, met slangetjes in haar lichaam en constant aan het morfine-infuus en de onvermijdelijke longontsteking en het langzame stikken - alle afgrijselijke beelden die door mijn hoofd waren gegaan. En ik had dat vreemde gevoel dat Treya, wat haar redenen verder ook mochten zijn, ons allemaal die beproeving zou besparen. Ze zou dat alles gewoon overslaan, dank je zeer, en nu vredig sterven. Maar wat haar redenen ook mochten zijn, ik wist dat wanneer Treya eenmaal een besluit had genomen, het ook definitief was.
Ik stopte Treya die avond in bed en ging bij haar zitten. Ze was bijna in vervoering. 'Ik ga, ik kan het niet geloven, ik ga. Ik ben zo blij, ik ben zo blij, ik ben zo blij.' Als een mantra voor definitieve verlossing bleef ze herhalen: 'Ik ben zo blij, ik ben zo blij...'
Haar hele gelaat lichtte op. Ze straalde. Haar lichaam begon vóór mijn ogen te veranderen. Binnen een uur leek ze vijf kilo af te vallen. Het was net alsof haar lichaam, toegevend aan haar wil, begon te krimpen en zich in zichzelf terug begon te trekken. Ze begon haar levensfuncties uit te schakelen; ze begon te sterven. Binnen dat uur was ze een ander wezen, klaar en bereid om te sterven. Ze was hier zeer vastberaden over, en ze was heel blij. Haar extatische reactie was aanstekelijk, en tot mijn grote verwarring bleek ik met haar blijdschap mee te voelen.
Toen zei ze tamelijk abrupt: 'Maar ik wil je niet achterlaten. Ik houd zo van je. Ik kan je niet achterlaten. Ik houd zo van je.' Ze begon te huilen, te snikken, en ik begon ook te huilen, te snikken. Ik had het gevoel alle tranen van de afgelopen vijf jaar te storten, diepe tranen die ik had ingehouden om sterk te zijn voor Treya. We praatten uitvoerig over onze liefde voor elkaar, een liefde die ons allebei - het klinkt afgezaagd - een liefde die ons allebei sterker, en beter, en wijzer, had gemaakt. Onze zorg voor elkaar was in decennia gegroeid, en nu we voor het einde van dit alles stonden voelden we ons allebei overweldigd. Het klinkt zo saai, maar het was het tederste moment dat ik ooit heb gekend, met de enige persoon met wie ik het ooit had kunnen kennen.
Die avond - zondagavond - brachten we haar weer naar bed, en weer sliep ik op haar acupunctuurtafel, zodat ik erbij kon zijn als er iets gebeurde. Er leek zich iets buitengewoons af te spelen in dat huis, en we wisten het allemaal.
Om ongeveer 3.30 uur die ochtend werd Treya plotseling wakker. De sfeer was bijna hallucinatorisch. Ik werd onmiddelijk wakker en vroeg hoe ze zich voelde. 'Is het tijd voor morfine?' zei ze met een glimlach. Tijdens heel haar beproeving met kanker, met uitzondering van de operaties, had Treya in totaal vier morfinepillen genomen. 'Zeker, liefje, wat je maar wilt. 'Ik gaf haar een morfinetablet en een lichte slaappil, en we hadden ons laatste gesprek.
'Liefje, ik geloof dat het tijd is om te gaan', begon ze.
'Ik ben bij je schat.'
'Ik ben zo gelukkig.' Lange stilte. 'Deze wereld is zo vreemd. Hij is gewoon zo vreemd. Maar ik ga.' Ze was in een blije, humoristische en vastberaden stemming.
Ik begon verscheidene kernzinnen te herhalen uit de religieuze tradities die ze zo belangrijk vond, zinnen waar ik haar tot het laatst toe aan moest herinneren, zo had ze gevraagd, zinnen die ze altijd op haar spreukenkaartjes bij zich had gedragen.
'Ontspan je in de aanwezigheid van wat is', begon ik. 'Laat het zelf zich ontvouwen in het onmetelijke uitspansel van alle ruimte. Je oorspronkelijke geest is ongeboren en onsterfelijk; hij is niet met dit lichaam geboren en hij zal niet met dit lichaam sterven. Herken je eigen geest als eeuwig één met de Geest.'
Haar gezicht ontspande, en ze keek me heel helder en recht aan.
'Zul je me weten te vinden?'
'Ik beloof het.'
'Dan is het tijd om te gaan.'
Het bleef heel lang stil, en het leek me dat de hele kamer helder werd, wat vreemd was omdat het er aardedonker was. Het was het heiligste moment, het oprechtste moment, het eenvoudigste moment dat ik ooit heb meegemaakt. Het duidelijkste. Het volmaakt duidelijkste. Ik had iets dergelijks in mijn leven nog nooit meegemaakt. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik was eenvoudig aanwezig voor Treya.
Ze bewoog zich naar me toe, probeerde te gebaren, probeerde iets te zeggen, iets waarvan ze wilde dat ik het begreep, het laatste wat ze me vertelde. 'Je bent de geweldigste man die ik ooit heb gekend', fluisterde ze. 'Je bent de geweldigste man die ik ooit heb gekend. Mijn kampioen...' Ze bleef het herhalen: 'Mijn kampioen. Ik leunde voorover om haar te vertellen dat ze de enige echt verlichte persoon was die ik ooit had gekend. Dat ik door haar begreep wat verlichting was. Dat een universum dat Treya had voortgebracht een heilig universum was. Dat God bestond vanwege haar. Al deze dingen gingen door mijn hoofd. Al deze dingen wilde ik zeggen. Ik wist dat ze zich bewust was hoe ik me voelde, maar mijn keel zat dichtgesnoerd; ik kon niet praten; ik huilde niet, ik kon alleen niet praten. Ik bracht slechts schor uit: 'Ik zal je vinden, schat, ik zal...'
Treya sloot haar ogen en deed ze eigenlijk ook nooit meer open.
Mijn hart brak. Een uitspraak van Da Free John bleef door mijn gedachten malen: 'Beoefen de wond van liefde... beoefen de wond van liefde.' Echte liefde doet pijn; echte liefde maakt je volkomen kwetsbaar en open; echte liefde laat je ver buiten jezelf treden; en daarom zal echte liefde je vernietigen. Ik bleef maar denken: als liefde je niet verplettert ken je liefde niet. We hebben allebei de wond van liefde beoefend, en ik was verpletterd. Achteraf lijkt het me dat we op dat simpele en oprechte ogenblik allebei stierven.
Op dat moment begon ik op te merken dat de sfeer erg onrustig was geworden. Het duurde verscheidene minuten voordat ik besefte dat de stoornis niet aan mijn smart of mijn verdriet lag. Het lag aan de woeste windvlagen buiten. En het woei niet alleen. De wind begon aan te wakkeren tot een hevige storm; ons normaal door en door solide huis schudde en rammelde in de stormachtige wind die er precies op dat moment tegen beukte. In feite berichtten de kranten de volgende dag dat exact om vier uur die ochtend record-windvlagen - die de ongelooflijke snelheid van ruim 180 km per uur bereikten - door Boulder (hoewel, onverklaarbaar, nergens anders in Colorado) waren begonnen te razen. De wind blies auto's omver - zelfs een vliegtuig! - zoals de krantenkoppen de volgende dag stipt vermeldden.
De windvlagen waren toeval, veronderstel ik. Niettemin versterkte het constante rammelen en schudden van het huis wel het gevoel dat er iets bovenaards gebeurde. Ik herinner me dat ik weer probeerde te gaan slapen, maar het huis rammelde zo erg dat ik opstond en dekens voor de ramen van de slaapkamer hing, uit angst dat ze zouden breken. Eindelijk dommelde ik in, denkend: 'Treya sterft, niets is bestendig, alles is leeg, Treya sterft..'
De volgende ochtend nam Treya de houding aan waarin ze zou sterven - ondersteund door kussens, armen langs haar lichaam, mala in haar hand. De avond tevoren was ze begonnen in stilte voor zichzelf 'Om Mani Padme Hum', de boeddhistische mantra van mededogen, te herhalen, en 'Geef je over aan God' haar favouriete christelijke gebed. Ik geloof dat ze dat is blijven doen...
De middag duurde voort; de wind bleef aan het huis rammelen en bijdragen aan de bijzonder griezelige sfeer. Urenlang hield ik Treya's hand vast en bleef ik haar in het oor fluisteren: 'Treya, je kunt nu gaan. Alles hier is voltooid en klaar. Laat gewoon los, laat het gewoon gebeuren. We zijn allemaal hier, schat, laat het maar gebeuren.'...
Ik liep even weg om water te gaan drinken, en ineens was Tracy er en zei: Ken, kom direct naar boven. Ik rende de trap op, sprong op het bed, pakte Treya's hand vast. De hele familie - iedereen, en goede vriend Warren - haastte zich de kamer binnen. Treya opende haar ogen, keek heel zacht naar iedereen om haar heen, keek mij aan, en hield op met ademen.
Iedereen in de kamer was er helemaal bij en aanwezig voor Treya. Toen begon de hele kamer te huilen. Ik hield haar hand vast en legde mijn andere hand op haar hart. Mijn lichaam begon heftig te schokken. Het was eindelijk gebeurd. Ik kon niet ophouden met schokken. Ik fluisterde de paar voornaamste zinsneden uit het Dodenboek ('Herken het Heldere Licht als uw oorspronkelijke Geest, besef dat u nu één bent met de Verlichte Geest') in haar oor. Maar we huilden allemaal vooral.
De beste, de sterkste, de verlichtste, de eerlijkste, de mooiste, de meest bezielende, de deugdzaamste, de dierbaarste persoon die ik ooit had gekend, was juist gestorven. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat het universum nooit meer hetzelfde zou zijn.
Precies vijf minuten na haar dood zei Michael: 'Luister. Hoor dat eens.' De stormachtige wind was volledig gaan liggen en de atmosfeer was volstrekt kalm.
Ook dit werd, met het exacte tijdstip, plichtsgetrouw vermeld in de kranten van de volgende dag. De Oudheid kende de uitdrukking: Wanneer een grote ziel sterft, steekt er een storm op.' Hoe groter de ziel, des te sterker de wind die nodig is om hem weg te voeren. Misschien was het allemaal toeval, maar ik kon niet anders dan denken: Een grote, grote ziel is gestorven, en de wind reageert...
Ik had geregeld dat Treya's lichaam vierentwintig uur ongestoord kon blijven liggen. Ongeveer een uur na haar dood verlieten we allemaal de kamer, vooral om te kalmeren.
Iedereen ging die avond naar boven om afscheid van haar te nemen. Ik bleef die nacht op en las haar tot drie uur 's ochtends voor. Ik las haar favoriete religieuze passages; ik zei haar geliefkoosde gebed (geef je over aan God); ik verrichte haar favouriete spirituele oefening; en vooral las ik haar de essentiéle aanwijzingen uit Het Tibetaanse Dodenboek voor. (Die las ik haar 49 keer voor. De kern van deze instructies is dat het stervensmoment, om het in christelijke termen uit te drukken, het moment is waarop je je stoffelijke lichaam en individueel ego aflegt en één wordt met de absolute Geest of God. Het herkennen van de schittering en helderheid die op het moment van sterven van nature verschijnen betekent daarom het herkennen van je eigen bewustzijn als eeuwig verlicht, of één met de Godheid. Je zegt deze instructies gewoon op voor de persoon, keer op keer op keer, in de zeer waarschijnlijke veronderstelling dat zijn of haar ziel je nog kan horen. En dat deed ik dus).
Misschien beeld ik me dit alles in, maar ik zweer dat bij de derde voorlezing van de essentiële aanwijzingen om te beseffen dat je ziel één is met God, er iets hoorbaar klikte in de kamer. Ik bukte zelfs. Ik had het duidelijke, tastbare gevoel dat ze op dat aardedonkere moment, om 2 uur 's ochtends, ondubbelzinnig haar ware aard besefte en schoon brandde. Met andere woorden, dat ze, toen ze de aanwijzingen hoorde, de grote verlichting of bevrijding herkende die haar altijd had toebehoord. Dat ze volledig was opgelost in Alle Ruimte, was opgegaan in het hele universum, net als tijdens haar ervaring als dertienjarige, net als in haar meditaties, precies zoals ze hoopte dat het bij haar uiteindelijke dood zou gebeuren.
Ik weet het niet, misschien beeld ik me dit in. Maar, Treya kennende, misschien ook niet.
Enkele maanden later las ik een zeer geëerbiedigde dzogchen-tekst waarin de stadia van het sterven worden beschreven. De tekst noemde twee stoffelijke tekens die erop wezen dat de persoon de eigen Ware Aard had herkend en één was geworden met de stralende Geest - dat de persoon was opgelost in Alle Ruimte. De twee tekens?
Als u verblijft in de fundamentele Helderheid,
zal als teken daarvan uw gelaatskleur mooi zijn..
Ook wordt onderwezen dat uw mond zal glimlachen.
Ik bleef die nacht in Treya's kamer. Toen ik tenslotte in slaap viel, kreeg ik een droom. Het was echter geen droom, eerder een eenvoudig beeld: een regendruppel viel in de oceaan en werd zo één met het Al. Aanvankelijk dacht ik dat dit betekende dat Treya verlicht was geraakt, dat Treya de druppel was die één was geworden met de oceaan van verlichting. Dat was te begrijpen.
Daarna besefte ik echter dat het een diepere betekenis had: dat ik de druppel en Treya de oceaan was. Zij was niet bevrijd - dat was ze toch al. Ik was juist degene die bevrijd was, gewoon doordat ik haar had gediend. En dat, dat was het: dat was precies de reden dat ze me zo dringend had gevraagd te beloven dat ik naar haar zou zoeken. Het was niet zo dat zij door mij gevonden moest worden; maar door mijn belofte aan haar zou zij mij dus vinden, en me helpen, keer op keer op keer. Ik had het allemaal omgedraaid: ik dacht dat mijn belofte betekende dat ik haar zou helpen, terwijl die in feite betekende dat zij mij de helpende hand zou reiken, keer op keer en altijd weer, zolang als ik nodig had om te ontwaken, zo lang als ik nodig had om de Geest te erkennen, om de Geest te verwerkelijken die zij zo duidelijk was komen aankondigen. En beslist niet alleen mij: Treya was gekomen voor al haar vrienden, voor haar familie, en speciaal voor hen die getroffen waren door een vreselijke ziekte. Voor dat alles was Treya er.
Vierentwintig uur later kuste ik haar voorhoofd en namen we allemaal afscheid. Treya, nog glimlachend, werd opgehaald voor crematie. Afscheid is echter het verkeerde woord. Misschien zou au revoir - tot ziens of aloha - vaarwel/hallo - beter zijn.
Ken Wilber
En dus begonnen de meest buitengewone achtenveertig uur van ons leven samen. Treya had besloten te sterven. Er was geen medische reden waarom ze op dit punt zou sterven. Haar artsen meenden dat ze met medicijnen en beperkte ondersteuning nog minstens verscheidene maanden zou kunnen leven, zij het in het ziekenhuis, en ja dan zou ze sterven. Treya was echter tot een besluit gekomen. Ze wilde niet op die manier doodgaan, in een ziekenhuis, met slangetjes in haar lichaam en constant aan het morfine-infuus en de onvermijdelijke longontsteking en het langzame stikken - alle afgrijselijke beelden die door mijn hoofd waren gegaan. En ik had dat vreemde gevoel dat Treya, wat haar redenen verder ook mochten zijn, ons allemaal die beproeving zou besparen. Ze zou dat alles gewoon overslaan, dank je zeer, en nu vredig sterven. Maar wat haar redenen ook mochten zijn, ik wist dat wanneer Treya eenmaal een besluit had genomen, het ook definitief was.
Ik stopte Treya die avond in bed en ging bij haar zitten. Ze was bijna in vervoering. 'Ik ga, ik kan het niet geloven, ik ga. Ik ben zo blij, ik ben zo blij, ik ben zo blij.' Als een mantra voor definitieve verlossing bleef ze herhalen: 'Ik ben zo blij, ik ben zo blij...'
Haar hele gelaat lichtte op. Ze straalde. Haar lichaam begon vóór mijn ogen te veranderen. Binnen een uur leek ze vijf kilo af te vallen. Het was net alsof haar lichaam, toegevend aan haar wil, begon te krimpen en zich in zichzelf terug begon te trekken. Ze begon haar levensfuncties uit te schakelen; ze begon te sterven. Binnen dat uur was ze een ander wezen, klaar en bereid om te sterven. Ze was hier zeer vastberaden over, en ze was heel blij. Haar extatische reactie was aanstekelijk, en tot mijn grote verwarring bleek ik met haar blijdschap mee te voelen.
Toen zei ze tamelijk abrupt: 'Maar ik wil je niet achterlaten. Ik houd zo van je. Ik kan je niet achterlaten. Ik houd zo van je.' Ze begon te huilen, te snikken, en ik begon ook te huilen, te snikken. Ik had het gevoel alle tranen van de afgelopen vijf jaar te storten, diepe tranen die ik had ingehouden om sterk te zijn voor Treya. We praatten uitvoerig over onze liefde voor elkaar, een liefde die ons allebei - het klinkt afgezaagd - een liefde die ons allebei sterker, en beter, en wijzer, had gemaakt. Onze zorg voor elkaar was in decennia gegroeid, en nu we voor het einde van dit alles stonden voelden we ons allebei overweldigd. Het klinkt zo saai, maar het was het tederste moment dat ik ooit heb gekend, met de enige persoon met wie ik het ooit had kunnen kennen.
Die avond - zondagavond - brachten we haar weer naar bed, en weer sliep ik op haar acupunctuurtafel, zodat ik erbij kon zijn als er iets gebeurde. Er leek zich iets buitengewoons af te spelen in dat huis, en we wisten het allemaal.
Om ongeveer 3.30 uur die ochtend werd Treya plotseling wakker. De sfeer was bijna hallucinatorisch. Ik werd onmiddelijk wakker en vroeg hoe ze zich voelde. 'Is het tijd voor morfine?' zei ze met een glimlach. Tijdens heel haar beproeving met kanker, met uitzondering van de operaties, had Treya in totaal vier morfinepillen genomen. 'Zeker, liefje, wat je maar wilt. 'Ik gaf haar een morfinetablet en een lichte slaappil, en we hadden ons laatste gesprek.
'Liefje, ik geloof dat het tijd is om te gaan', begon ze.
'Ik ben bij je schat.'
'Ik ben zo gelukkig.' Lange stilte. 'Deze wereld is zo vreemd. Hij is gewoon zo vreemd. Maar ik ga.' Ze was in een blije, humoristische en vastberaden stemming.
Ik begon verscheidene kernzinnen te herhalen uit de religieuze tradities die ze zo belangrijk vond, zinnen waar ik haar tot het laatst toe aan moest herinneren, zo had ze gevraagd, zinnen die ze altijd op haar spreukenkaartjes bij zich had gedragen.
'Ontspan je in de aanwezigheid van wat is', begon ik. 'Laat het zelf zich ontvouwen in het onmetelijke uitspansel van alle ruimte. Je oorspronkelijke geest is ongeboren en onsterfelijk; hij is niet met dit lichaam geboren en hij zal niet met dit lichaam sterven. Herken je eigen geest als eeuwig één met de Geest.'
Haar gezicht ontspande, en ze keek me heel helder en recht aan.
'Zul je me weten te vinden?'
'Ik beloof het.'
'Dan is het tijd om te gaan.'
Het bleef heel lang stil, en het leek me dat de hele kamer helder werd, wat vreemd was omdat het er aardedonker was. Het was het heiligste moment, het oprechtste moment, het eenvoudigste moment dat ik ooit heb meegemaakt. Het duidelijkste. Het volmaakt duidelijkste. Ik had iets dergelijks in mijn leven nog nooit meegemaakt. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik was eenvoudig aanwezig voor Treya.
Ze bewoog zich naar me toe, probeerde te gebaren, probeerde iets te zeggen, iets waarvan ze wilde dat ik het begreep, het laatste wat ze me vertelde. 'Je bent de geweldigste man die ik ooit heb gekend', fluisterde ze. 'Je bent de geweldigste man die ik ooit heb gekend. Mijn kampioen...' Ze bleef het herhalen: 'Mijn kampioen. Ik leunde voorover om haar te vertellen dat ze de enige echt verlichte persoon was die ik ooit had gekend. Dat ik door haar begreep wat verlichting was. Dat een universum dat Treya had voortgebracht een heilig universum was. Dat God bestond vanwege haar. Al deze dingen gingen door mijn hoofd. Al deze dingen wilde ik zeggen. Ik wist dat ze zich bewust was hoe ik me voelde, maar mijn keel zat dichtgesnoerd; ik kon niet praten; ik huilde niet, ik kon alleen niet praten. Ik bracht slechts schor uit: 'Ik zal je vinden, schat, ik zal...'
Treya sloot haar ogen en deed ze eigenlijk ook nooit meer open.
Mijn hart brak. Een uitspraak van Da Free John bleef door mijn gedachten malen: 'Beoefen de wond van liefde... beoefen de wond van liefde.' Echte liefde doet pijn; echte liefde maakt je volkomen kwetsbaar en open; echte liefde laat je ver buiten jezelf treden; en daarom zal echte liefde je vernietigen. Ik bleef maar denken: als liefde je niet verplettert ken je liefde niet. We hebben allebei de wond van liefde beoefend, en ik was verpletterd. Achteraf lijkt het me dat we op dat simpele en oprechte ogenblik allebei stierven.
Op dat moment begon ik op te merken dat de sfeer erg onrustig was geworden. Het duurde verscheidene minuten voordat ik besefte dat de stoornis niet aan mijn smart of mijn verdriet lag. Het lag aan de woeste windvlagen buiten. En het woei niet alleen. De wind begon aan te wakkeren tot een hevige storm; ons normaal door en door solide huis schudde en rammelde in de stormachtige wind die er precies op dat moment tegen beukte. In feite berichtten de kranten de volgende dag dat exact om vier uur die ochtend record-windvlagen - die de ongelooflijke snelheid van ruim 180 km per uur bereikten - door Boulder (hoewel, onverklaarbaar, nergens anders in Colorado) waren begonnen te razen. De wind blies auto's omver - zelfs een vliegtuig! - zoals de krantenkoppen de volgende dag stipt vermeldden.
De windvlagen waren toeval, veronderstel ik. Niettemin versterkte het constante rammelen en schudden van het huis wel het gevoel dat er iets bovenaards gebeurde. Ik herinner me dat ik weer probeerde te gaan slapen, maar het huis rammelde zo erg dat ik opstond en dekens voor de ramen van de slaapkamer hing, uit angst dat ze zouden breken. Eindelijk dommelde ik in, denkend: 'Treya sterft, niets is bestendig, alles is leeg, Treya sterft..'
De volgende ochtend nam Treya de houding aan waarin ze zou sterven - ondersteund door kussens, armen langs haar lichaam, mala in haar hand. De avond tevoren was ze begonnen in stilte voor zichzelf 'Om Mani Padme Hum', de boeddhistische mantra van mededogen, te herhalen, en 'Geef je over aan God' haar favouriete christelijke gebed. Ik geloof dat ze dat is blijven doen...
De middag duurde voort; de wind bleef aan het huis rammelen en bijdragen aan de bijzonder griezelige sfeer. Urenlang hield ik Treya's hand vast en bleef ik haar in het oor fluisteren: 'Treya, je kunt nu gaan. Alles hier is voltooid en klaar. Laat gewoon los, laat het gewoon gebeuren. We zijn allemaal hier, schat, laat het maar gebeuren.'...
Ik liep even weg om water te gaan drinken, en ineens was Tracy er en zei: Ken, kom direct naar boven. Ik rende de trap op, sprong op het bed, pakte Treya's hand vast. De hele familie - iedereen, en goede vriend Warren - haastte zich de kamer binnen. Treya opende haar ogen, keek heel zacht naar iedereen om haar heen, keek mij aan, en hield op met ademen.
Iedereen in de kamer was er helemaal bij en aanwezig voor Treya. Toen begon de hele kamer te huilen. Ik hield haar hand vast en legde mijn andere hand op haar hart. Mijn lichaam begon heftig te schokken. Het was eindelijk gebeurd. Ik kon niet ophouden met schokken. Ik fluisterde de paar voornaamste zinsneden uit het Dodenboek ('Herken het Heldere Licht als uw oorspronkelijke Geest, besef dat u nu één bent met de Verlichte Geest') in haar oor. Maar we huilden allemaal vooral.
De beste, de sterkste, de verlichtste, de eerlijkste, de mooiste, de meest bezielende, de deugdzaamste, de dierbaarste persoon die ik ooit had gekend, was juist gestorven. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat het universum nooit meer hetzelfde zou zijn.
Precies vijf minuten na haar dood zei Michael: 'Luister. Hoor dat eens.' De stormachtige wind was volledig gaan liggen en de atmosfeer was volstrekt kalm.
Ook dit werd, met het exacte tijdstip, plichtsgetrouw vermeld in de kranten van de volgende dag. De Oudheid kende de uitdrukking: Wanneer een grote ziel sterft, steekt er een storm op.' Hoe groter de ziel, des te sterker de wind die nodig is om hem weg te voeren. Misschien was het allemaal toeval, maar ik kon niet anders dan denken: Een grote, grote ziel is gestorven, en de wind reageert...
Ik had geregeld dat Treya's lichaam vierentwintig uur ongestoord kon blijven liggen. Ongeveer een uur na haar dood verlieten we allemaal de kamer, vooral om te kalmeren.
Iedereen ging die avond naar boven om afscheid van haar te nemen. Ik bleef die nacht op en las haar tot drie uur 's ochtends voor. Ik las haar favoriete religieuze passages; ik zei haar geliefkoosde gebed (geef je over aan God); ik verrichte haar favouriete spirituele oefening; en vooral las ik haar de essentiéle aanwijzingen uit Het Tibetaanse Dodenboek voor. (Die las ik haar 49 keer voor. De kern van deze instructies is dat het stervensmoment, om het in christelijke termen uit te drukken, het moment is waarop je je stoffelijke lichaam en individueel ego aflegt en één wordt met de absolute Geest of God. Het herkennen van de schittering en helderheid die op het moment van sterven van nature verschijnen betekent daarom het herkennen van je eigen bewustzijn als eeuwig verlicht, of één met de Godheid. Je zegt deze instructies gewoon op voor de persoon, keer op keer op keer, in de zeer waarschijnlijke veronderstelling dat zijn of haar ziel je nog kan horen. En dat deed ik dus).
Misschien beeld ik me dit alles in, maar ik zweer dat bij de derde voorlezing van de essentiële aanwijzingen om te beseffen dat je ziel één is met God, er iets hoorbaar klikte in de kamer. Ik bukte zelfs. Ik had het duidelijke, tastbare gevoel dat ze op dat aardedonkere moment, om 2 uur 's ochtends, ondubbelzinnig haar ware aard besefte en schoon brandde. Met andere woorden, dat ze, toen ze de aanwijzingen hoorde, de grote verlichting of bevrijding herkende die haar altijd had toebehoord. Dat ze volledig was opgelost in Alle Ruimte, was opgegaan in het hele universum, net als tijdens haar ervaring als dertienjarige, net als in haar meditaties, precies zoals ze hoopte dat het bij haar uiteindelijke dood zou gebeuren.
Ik weet het niet, misschien beeld ik me dit in. Maar, Treya kennende, misschien ook niet.
Enkele maanden later las ik een zeer geëerbiedigde dzogchen-tekst waarin de stadia van het sterven worden beschreven. De tekst noemde twee stoffelijke tekens die erop wezen dat de persoon de eigen Ware Aard had herkend en één was geworden met de stralende Geest - dat de persoon was opgelost in Alle Ruimte. De twee tekens?
Als u verblijft in de fundamentele Helderheid,
zal als teken daarvan uw gelaatskleur mooi zijn..
Ook wordt onderwezen dat uw mond zal glimlachen.
Ik bleef die nacht in Treya's kamer. Toen ik tenslotte in slaap viel, kreeg ik een droom. Het was echter geen droom, eerder een eenvoudig beeld: een regendruppel viel in de oceaan en werd zo één met het Al. Aanvankelijk dacht ik dat dit betekende dat Treya verlicht was geraakt, dat Treya de druppel was die één was geworden met de oceaan van verlichting. Dat was te begrijpen.
Daarna besefte ik echter dat het een diepere betekenis had: dat ik de druppel en Treya de oceaan was. Zij was niet bevrijd - dat was ze toch al. Ik was juist degene die bevrijd was, gewoon doordat ik haar had gediend. En dat, dat was het: dat was precies de reden dat ze me zo dringend had gevraagd te beloven dat ik naar haar zou zoeken. Het was niet zo dat zij door mij gevonden moest worden; maar door mijn belofte aan haar zou zij mij dus vinden, en me helpen, keer op keer op keer. Ik had het allemaal omgedraaid: ik dacht dat mijn belofte betekende dat ik haar zou helpen, terwijl die in feite betekende dat zij mij de helpende hand zou reiken, keer op keer en altijd weer, zolang als ik nodig had om te ontwaken, zo lang als ik nodig had om de Geest te erkennen, om de Geest te verwerkelijken die zij zo duidelijk was komen aankondigen. En beslist niet alleen mij: Treya was gekomen voor al haar vrienden, voor haar familie, en speciaal voor hen die getroffen waren door een vreselijke ziekte. Voor dat alles was Treya er.
Vierentwintig uur later kuste ik haar voorhoofd en namen we allemaal afscheid. Treya, nog glimlachend, werd opgehaald voor crematie. Afscheid is echter het verkeerde woord. Misschien zou au revoir - tot ziens of aloha - vaarwel/hallo - beter zijn.
Ken Wilber
vrijdag 29 juli 2011
Licht en liefde
LICHT EN LIEFDE
De dood is slechts een overgang van de stoffelijke aardse wereld naar de geestelijke wereld.
De ziel leeft voor eeuwig.
Hoe verdrietig het aardse afscheid ook kan zijn, vergeet niet dat er aan de 'andere kant' vreugde is over elke ziel die terugkeert naar huis.
Auteur mij onbekend
De dood is slechts een overgang van de stoffelijke aardse wereld naar de geestelijke wereld.
De ziel leeft voor eeuwig.
Hoe verdrietig het aardse afscheid ook kan zijn, vergeet niet dat er aan de 'andere kant' vreugde is over elke ziel die terugkeert naar huis.
Auteur mij onbekend
woensdag 27 juli 2011
gedichten/ teksten.
Dit moment.
Dit moment komen deze woorden tevoorschijn.
Vanuit het niets.
Vanuit het niets komt een teken.
Tekens die iets betekenen.
Iets kunnen raken beroeren.
Een hand die teder een wang beroert.
Een glimlach die tevoorschijn komt.
Stralend blauwe lucht waarin witte dotten van wolken voorbij zweven.
De streling van de wind die langs gekleurde blaadjes strijkt.
Trilling van vreugde.
Dit moment.
De stilte van het hart dat is.
Het kind dat je aan kijkt met onbevangen ogen.
Het ziet wat er is, vol vertrouwen, een open blik.
Helder, en zonder dat het weet waarom houdt het van jou, het weet niet anders.
Wat hebben we toch verloren?
Gewoon wat is, waardoor er zoveel moet zijn?
De Liefde die is.
Het hart verwarmt, vervuld, overstromend.
Dit moment.
Is er nog een ander moment?
In dit moment is alles.
Kan vervulling zijn.
Kan het vervuld zijn.
En de stilte, vrede daalt neer in je hart.
En het is goed, het is gewoon helemaal goed.
liefs Kagib
Jeane Adema
Dit moment komen deze woorden tevoorschijn.
Vanuit het niets.
Vanuit het niets komt een teken.
Tekens die iets betekenen.
Iets kunnen raken beroeren.
Een hand die teder een wang beroert.
Een glimlach die tevoorschijn komt.
Stralend blauwe lucht waarin witte dotten van wolken voorbij zweven.
De streling van de wind die langs gekleurde blaadjes strijkt.
Trilling van vreugde.
Dit moment.
De stilte van het hart dat is.
Het kind dat je aan kijkt met onbevangen ogen.
Het ziet wat er is, vol vertrouwen, een open blik.
Helder, en zonder dat het weet waarom houdt het van jou, het weet niet anders.
Wat hebben we toch verloren?
Gewoon wat is, waardoor er zoveel moet zijn?
De Liefde die is.
Het hart verwarmt, vervuld, overstromend.
Dit moment.
Is er nog een ander moment?
In dit moment is alles.
Kan vervulling zijn.
Kan het vervuld zijn.
En de stilte, vrede daalt neer in je hart.
En het is goed, het is gewoon helemaal goed.
liefs Kagib
Jeane Adema
zondag 24 juli 2011
Het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus
Het Aquarius Evangelie van Jezus de Christus.
Hoofdstuk 54 3-30
Toen Hij alle studies van de seniorenleergang beëindigd had, ging Hij naar de dodenkamer om over de methoden van het balsemen der doden te leren; en hier werkte Hij.
4 En dragers brachten het lichaam van de enige zoon ener weduwe,binnen om te worden gebalsemd; de wenende moeder volgde hem op de voet; haar verdriet was groot.
5 En Jezus zeide: goede vrouw, droog uw tranen; gij volgt nu slechts een ledige huls; uw zoon is daar niet in.
6 Gij weent omdat uw zoon dood is. Dood is een wreed woord;uw zoon kan nooit sterven.
7 Hij had hier in het stofkleed een hem opgedragen taak te volbrengen.
8 Hij kwam, deed zijn werk en legde het stofkleed terzijde om over te gaan tot het volbrengen van opdrachten, die boven het bewustzijn uitgaan, en zo zal hij tenslotte de kroon van het volmaakte leven ontvangen.
9 en wat uw zoon heeft en wat hij nog moet doen, moeten wij allen doen.
10 Als gij nu uw verdriet koestert en uw smart de vrije teugel laat, zullen zij elke dag groter worden. Zij zullen uw gehele leven in beslag nemen tot u niets meer meer bent dan een hoopje ellende, doorweekt van bittere tranen.
11 In plaats van hem te helpen, maakt gij, door uw groot verdriet, het uw zoon alleen maar moeilijk, hij zoekt nu uw troost, zoals hij steeds gedaan heeft; is blij wanneer gij blij zijt; is bedroefd wanneer gij treurt.
12 begraaf uw narigheden diep en glimlach om verdriet en verlies uzelf door de tranen van anderen te helpen drogen.
13 Na gedane plicht komen de harten van hen, geluk en vreugde; en vrolijkheid bemoedigt de harten van, die overgegaan zijn.
14 de wenende vrouw keerde zich om en ging op weg om geluk te vinden in hulpvaardigheid; om haar leed diep te begraven in het geven van vreugde.
15 toen kwam wederom andere dragers en brachten het lichaam van een moeder naar de kamer der doden; en slecht 1 treurende volgde, een teer jong meisje.
16 En terwijl de stoet de deur naderde bemerkte het kind een vogel in grote nood; de pijl van een wrede jager had zijn borst doorboord.
17 Zij stopte met het volgen van de dode en ging de levende vogel helpen.
18 Teder en liefdevol drukte zij de gewonde vogel tegen haar borst en haastte zich dan terug naar haar plaats.
19 En Jezus zeide tot haar: waarom verliet je de dode om een gewonde vogel te helpen?
20 Het meisje zeide: dit levenloze lichaam heeft mijn hulp niet meer nodig, maar ik kan helpen wat nog leeft; mijn moeder heeft mij dat geleerd.
21 Mijn moeder leerde mij, dat verdriet en zelfzuchtige liefde, hoop en vrees slechts reflexen zijn van het lagere zelf;
22 dat wat wij voelen slecht rimpels zijn op de aanrollende golven van het leven.
23 dat alles gaat voorbij; zijn niet werkelijk.
24 tanen vloeien uit een vleselijk hart, de geest weent nooit; en ik verlang naar de dag waarop ik in het licht wandelen zal, waar tranen weggewist worden.
25 Mijn moeder zeide, dat alle emoties de fijne uitspruitsels zijn van menselijke liefde, hoop en angsten; dat wij geen volmaakt geluk kennen voordat deze overwonnen zijn.
26 En in tegenwoordigheid van het kind boog Jezus zijn hoofd in eerbied. Hij zeide
27 Gedurende dagen, maanden en jaren heb ik getracht deze hoogste waarheid te leren en nu vertelt een jong kind, dat nog niet lang op de aarde is, mij alles in een korte spanne tijds.
28 Geen wonder dat David zeide: O God, onze God hoe uitnemend is Uw naam over de gehele wereld;
29Uit de mond van jonge kinderen en zuigelingen doet gij kracht voortkomen.
30 En toen legde Hij zijn hand op het hoofd van het meisje en zeide: ik ben er zeker van dat de zegeningen van Mijn Vader-God voor altijd op je zullen rusten.
Rubens.
Hoofdstuk 54 3-30
Toen Hij alle studies van de seniorenleergang beëindigd had, ging Hij naar de dodenkamer om over de methoden van het balsemen der doden te leren; en hier werkte Hij.
4 En dragers brachten het lichaam van de enige zoon ener weduwe,binnen om te worden gebalsemd; de wenende moeder volgde hem op de voet; haar verdriet was groot.
5 En Jezus zeide: goede vrouw, droog uw tranen; gij volgt nu slechts een ledige huls; uw zoon is daar niet in.
6 Gij weent omdat uw zoon dood is. Dood is een wreed woord;uw zoon kan nooit sterven.
7 Hij had hier in het stofkleed een hem opgedragen taak te volbrengen.
8 Hij kwam, deed zijn werk en legde het stofkleed terzijde om over te gaan tot het volbrengen van opdrachten, die boven het bewustzijn uitgaan, en zo zal hij tenslotte de kroon van het volmaakte leven ontvangen.
9 en wat uw zoon heeft en wat hij nog moet doen, moeten wij allen doen.
10 Als gij nu uw verdriet koestert en uw smart de vrije teugel laat, zullen zij elke dag groter worden. Zij zullen uw gehele leven in beslag nemen tot u niets meer meer bent dan een hoopje ellende, doorweekt van bittere tranen.
11 In plaats van hem te helpen, maakt gij, door uw groot verdriet, het uw zoon alleen maar moeilijk, hij zoekt nu uw troost, zoals hij steeds gedaan heeft; is blij wanneer gij blij zijt; is bedroefd wanneer gij treurt.
12 begraaf uw narigheden diep en glimlach om verdriet en verlies uzelf door de tranen van anderen te helpen drogen.
13 Na gedane plicht komen de harten van hen, geluk en vreugde; en vrolijkheid bemoedigt de harten van, die overgegaan zijn.
14 de wenende vrouw keerde zich om en ging op weg om geluk te vinden in hulpvaardigheid; om haar leed diep te begraven in het geven van vreugde.
15 toen kwam wederom andere dragers en brachten het lichaam van een moeder naar de kamer der doden; en slecht 1 treurende volgde, een teer jong meisje.
16 En terwijl de stoet de deur naderde bemerkte het kind een vogel in grote nood; de pijl van een wrede jager had zijn borst doorboord.
17 Zij stopte met het volgen van de dode en ging de levende vogel helpen.
18 Teder en liefdevol drukte zij de gewonde vogel tegen haar borst en haastte zich dan terug naar haar plaats.
19 En Jezus zeide tot haar: waarom verliet je de dode om een gewonde vogel te helpen?
20 Het meisje zeide: dit levenloze lichaam heeft mijn hulp niet meer nodig, maar ik kan helpen wat nog leeft; mijn moeder heeft mij dat geleerd.
21 Mijn moeder leerde mij, dat verdriet en zelfzuchtige liefde, hoop en vrees slechts reflexen zijn van het lagere zelf;
22 dat wat wij voelen slecht rimpels zijn op de aanrollende golven van het leven.
23 dat alles gaat voorbij; zijn niet werkelijk.
24 tanen vloeien uit een vleselijk hart, de geest weent nooit; en ik verlang naar de dag waarop ik in het licht wandelen zal, waar tranen weggewist worden.
25 Mijn moeder zeide, dat alle emoties de fijne uitspruitsels zijn van menselijke liefde, hoop en angsten; dat wij geen volmaakt geluk kennen voordat deze overwonnen zijn.
26 En in tegenwoordigheid van het kind boog Jezus zijn hoofd in eerbied. Hij zeide
27 Gedurende dagen, maanden en jaren heb ik getracht deze hoogste waarheid te leren en nu vertelt een jong kind, dat nog niet lang op de aarde is, mij alles in een korte spanne tijds.
28 Geen wonder dat David zeide: O God, onze God hoe uitnemend is Uw naam over de gehele wereld;
29Uit de mond van jonge kinderen en zuigelingen doet gij kracht voortkomen.
30 En toen legde Hij zijn hand op het hoofd van het meisje en zeide: ik ben er zeker van dat de zegeningen van Mijn Vader-God voor altijd op je zullen rusten.
Rubens.
Abonneren op:
Posts (Atom)








