Posts tonen met het label henk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label henk. Alle posts tonen

maandag 6 juli 2015

een woord tijdens de crematie 2

Vrienden, Het zal voor velen van u een schok geweest zijn, dat X zo jong, naar onze begrippen, afscheid moest nemen van het aardse leven. Er zullen er echter ook onder u zijn, die verder zie dan dit leven en begrijpen dat heden — verleden — en toekomst een groot geheel zijn waarin een mensenleven niets dan een stofje is. Zij, die in de laatste twee jaar gesprekken met X hebben gehad zullen weten dat het goed is zoals het nu gegaan is. X was geen mens voor lijden en strijden — hij hield van het schone en ook van het voorbijgaande. In de laatste jaren, heeft hij veel geleerd — veel van wat hij innerlijke verborg dan wel wegdrong kwam naar boven en hij werd — in zijn eigen woorden — innerlijk rijper en wijzer dan hij ooit was geweest. Did deed hem goed. Hij voelde zijn groei en bemerkte dat het leven dieper e rijker werd in geestelijk opzicht. Velen hebben van zijn ziekbed enorm geleerd — daarin heeft hij ons allen goed gedaan — het is — hoewel onbewust — zijn verdienste geweest dat hij degenen die nauw bij zijn ziele-roerselen werden betrokken nieuwe inzichten schonk en een aanleiding werd over de werkelijke belangrijke dingen in dit leven na te denken. Niets gebeurt ooit voor niets. Wij krijgen ervaringen als levenslessen en het is aan ons daarvan te leren. Het is onze vrije keuze die lessen te accepteren, te doorgronden of te verwerpen. Wij nemen — ieder op onze eigen manier — afscheid van een persoon die we, vrijwel allen, anders hebben leren kennen dan tijdens haar vrolijke levensstijl. Zelf leerde hij snel middels harde ervaringen — maar hij bemerkte dat hij rijper werd en daarvoor was hij erkentelijk. Dit afscheid is voor hem niet pijnlijk — hij weet dat hij — en vooral nu — een gelukkiger leven binnen is gegaan omringd door degenen van wie hij hield, zoals zijn grootvader. Er is geen reden voor medelijden, er is wel een reden voor vreugde, terwille van hem. Een aards mens denkt veelal aan zichzelf, aan datgene wat hij zou wensen en willen — maar de wensen van aardse mens zijn egocentrisch en vooral kortzichtig. In dit kort tijdsbestek dat wij "leven" noemen zijn wij vaak aan elkander voorbijgaande schepen waarvan wij de lading niet kennen. Ook X verborg veel — hij was ondoorgrondelijk met een glimlach — en als hij bemerkt dat iets moeilijk werd — of dat hij op onbegrip stuitte trok hij zich terug in zichzelf. Doordat hij vrij veel moeilijke ervaringen had trok hij zich eigenlijk teveel terug in zichzelf — het was als een vlucht voor spanning en pijn. Het is een voorrecht dat hij dit het laatste jaar niet meer heeft moeten doen — hij legde zijn hart meer en meer bloot en voelde dit als een bevrijding. Grotendeels doorgegeven door angst kwelde hij zichzelf met problemen die in werkelijkheid niet bestonden — en zo ontmoet ieder mens zichzelf in de periode waarin hij wordt getest. Het kan een prettige dan wel een onaangename verrassing worden. X's weten is gegroeid, het borrelde op uit een kennis die hij had verdrongen en die ontdekking was voor hem een wonder. Natuurlijk is zijn verscheiden voor ons allen een verlies — maar kan dat verlies de vreugde om het nu bestaande geluk van X verdringen? X's angsten zijn verdwenen — zijn gevoel van tekortkomen is weg — zijn vrede om het weerzie met geliefden en ook met helpers is er voor in de plaats gekomen. Laten wij — tenminste proberen — nadat wij onze emoties hebben doorgrond en hebben geuit — vrede te hebben met de situatie. Het is goed — zoals het nu is — niettegenstaande de leegte die hij achterlaat. Een "leegte" is slechts een uiterlijke emotie — maar velen van ons weten dat dit slechts schijn is — onze aardse zintuigen bemerken hem niet meer maar hij zal — indien we er behoeft aan hebben — er zijn om ons te troosten, ons zijn geluk uit te leggen, ons zijn vrede door te geven. Hij wist dat wij hem zouden begrijpen — en dat wij zijn verscheiden zouden accepteren zoals het is: een overgaan naar een land waar we eens allen heen zullen gaan. Het is dus geen eeuwig afscheid — vroeg of laat zullen wij hem weer ontmoeten en dan zullen we — beter dan nu — begrijpen wat hij ervaart Daarom ook hebben wij verzocht het straks volgende lied te laten spelen — niet omdat hij of wij hangen aan platgetreden woorden — maar omdat het is zoals het is: X's handen worden nu met kracht omvat en hij zal rust kennen — en licht — en pijnloosheid en moed voor een hernieuwd begin zal haar worden overgedragen. Daarom: laten wij — als de kist daalt — denken: tot ziens X, nu was het jouw beurt, straks de onze. Mogen wij dan allen zo gelukkig zijn als zij nu is. Tot ziens X.
Warme groet Jeltje

zondag 5 juli 2015

een woord tijdens een crematie. 1

Beste Vrienden en bekenden, Wij willen met enkele geestelijke gedachten onze heengegane vriend begeleiden — Laten we bedenken dat elk emotionaliteit haar eerder zal benadelen dan goed doen — en zo vrage wij u — terwille van haar — uw gedachten te concentreren op geestelijke waarden — die, nu vooral — de voorkeur hebben boven alle tijdelijke gebeurtenissen: verenigen wij ons dus i vriendschap en liefde. Wij zijn aardse stervelingen die het Licht der Lichten in zich omdragen — en voor ieder van ons komt het moment waarop dit Licht der Lichten zich aan ons bekend zal maken. Alles wat wij heden kennen zal voorbijgaan — als zand zullen de tijdelijke dingen door onze vingers glijden — slechts hetgeen we innerlijk als onsterfelijk herkenden zal bewaard blijven in ons hart — in onze ziel. Over de grens van het aardse bestaan heen vergezelt ons de eeuwigheid, die wij omdroegen in ons innerlijk — en wij zullen plotseling begrijpen hoezeer het fundament van ons leven tellen zal — als alle tijdelijke vormen zijn weggevallen. Dan geldt nog slechts de realiteit van een "leven na de dood" — een voortgang — een verder werken aan de voleinding van het waarachtig Mens-zijn. Dan zullen andere wetten gelden — de wet van liefde — kennis en inzicht. Dan zal — ieder van ons — zichzelf herkennen zoals we waren in onze meest verborgen gedachten. Zo zullen zielen daar zielen ontmoeten — en zij zullen elkander herkennen, zonder misleid te worden door maatstaven en gedragingen die in onze wereld als juist golden. Wenden wij ons daarom in onze ziel tot de Bron die we, ieder naar zijn eigen overtuiging, als onsterfelijk erkennen — en laten we in piëteit en bewust van een verder leven na dit heengaan, afscheid nemen van degene die we kenden en liefhadden. Het Licht der Lichten schijnt overal — in dit bestaan, in het volgende bestaan — en het beschermt en geleidt de zielen die uit Hem voortkwamen e altijd — op hun eigen moment — daarnaar zullen terugkeren. In deze overtuiging kunnen wij vreugde gevoelen voor hen die Licht, Kracht e Liefde vinden achter een sluier van het tijdelijke bestaan. Moge deze gedacht ons allen — maar vooral de heengegane — steunen.
Bidden wij tezamen het aloude, alom bekende gebed: Onze Vader .... DE DIEPE VREDE VAN BETHLEHEM ZIJ BLIJVEND om U! Amen Bron Henk en Mia Leene
warme groet Jeltje

zondag 6 juli 2014

krachtvelden als tirannen 4 (afsluiting)

Ongewild, niet eens bewust, kunnen we onze naasten verdringen. Het leven en laten leven krijgt hier een veel diepere betekenis. Verdringen wij de naasten dan hebben we in werkelijkheid een hoge dunk van onszelf en een mindere dunk van de naasten. Wie durft te oordelen? Superioriteit veronderstelt inferioriteit. Maar wie oordeelt? Superieur is datgene dat sterk, energievol, maar daardoor helpend is. Helpend zonder een gericht doel, eenvoudig door te zijn. WILLEN helpen is irritant, helpen uit spontaniteit, uit innerlijke drang, zonder opdringerig te zijn, is een kwestie van de levensveld-kwaliteit. Hoe meer begrepen ervaringen we hebben des te toleranter, vergevensgezinder, en vooral, des te bewuster we kunnen ZIJN. Het "zijn" is in overeenstemming met de kwaliteit en de voltage van ons levenveld. Iemand, die het gevoel heeft dat hij niet meer IS, bezit veel te weinig voltage in zijn levensveld. Niet voor niets klampen dezulken zich bewust, dan wel onbewust, aan een sterk levensveld vast. Een grote persoonlijkheid behoeft helemaal niet egocentrischte zijn, integendeel, hij kan de uitkomst zijn voor velen, en als hij zich bewust daarvan is, dan gaat het er maar om: wat doet hij met zijn kracht en macht? Er is macht in de wereld, macht is energie, maar welk gebruik wordt daarvan gemaakt, dat is de kwestie. De onsterfelijke macht ligt in de kwaliteit en de kracht van ons levensveld, waaruit we kunnen existeren, waaruit we individueel worden, waaruit we dus die noodzakelijke wisselwerking tussen grote en kleine Archaeus tot stand brengen, of tussen kosmos en mens, schepper en ziel. Hier is geen sprake van enige geloofsovertuiging, maar van de voorwaarde tot "zijn". De krachtigste wint, het individu blijft existeren; en het gaat er om dat dezulken wijs zijn, dan zal alles ten goede veranderen. Eerste opgave is: energie bijladen door de goede wisselwerking; tweede opgave is: energie uitstralen, anderen bijladen, anderen ver"lichten" dan komt de levensopdracht vanzelf: het zijn om, in diepste wezen, als ego, niet te zijn. Dat is een mysterie, dat de practiserenden volkomen begrijpen en onderschrijven. Het doel ligt in de ver-andering en de op-lossing, via de ont-wikkeling. En voor dit alles is energie nodig. Slechts de duisternis begrijpt dit niet, want het heeft het Licht nooit gegrepen. Dat is een waarschuwing voor hen die MENEN duister te zijn, hoewel het licht alomtegenwoordig is. Wordt deemoedig en laat het Licht binnentreden. Dat is de enige mogelijkheid. Het krachtigste levensveld regeert, moge die kracht ten goede zijn. Het zijn altijd de sterken die beslissen, ten voordele of ten nadele van de zwakken. Daarom richt zich elk wijs woord tot de sterken. Of tot de discipelen, die energie omzetten in materie en omgekeerd.
Bron; Henk en Mia Leene. warme groet Jeltje

zondag 29 juni 2014

krachtvelden als tirannen 3

Een levensopdracht heeft waarde, indien we b.v. onze medemensen door onszelf bemoedigen, verblijden, verlichten. We spreken zo dikwijls over hypnose, als een soms vervelend verschijnsel; hypnose is echter een gerichte energie, die we eigenlijk doorlopend, onbewust, ondergaan. Het sterkste leidt ons. We stellen ons dagelijks bloot aan levensvelden, en zwakke, ziekelijke velden kunnen dit ondergaan als storend, als ze weten dat ze zwak zijn. Gedachtenkracht kan alles en iedereen bereiken, onverschillig waar het doel zich bevindt, de beeltenis daarvoor is al genoeg. Neem iets in gedachten en onderga de invloed daarvan, hoe kunnen onvergetelijke beelden ons niet beïnvloeden? Een beeld dat je bijblijft, kan een doorlopend inspiratie-, dan wel depressie-bron zijn. Zo ook mensen: hun beeltenissen, hun herinneringen kunnen ons op- dan wel ontladen. Elke paranormale genezer weet dat patiënten die aan hem denken zijn energie aftappen. Zich daartegen wapenen is noodzakelijk. Maar mensen onderling doen dit dagelijks met elkaar. We kunnen voor elkander een hel scheppen; we kunnen ongewild in een hel leven; we kunnen geboren worden met een hels veld om ons heen, en al is het onze opdracht uit zulk een hel te ontsnappen, het is een moeilijke opgave, hoewel ieder daar zijn kwaliteiten bij ontvangt. Elke gedachte, elk woord worden in ons opgetekend en er is niets waarvoor we geen verantwoording moeten afleggen. We wissen zelf uit en we tekenen zelf op. Dit is een dagelijkse levenshandeling. Hetgeen we begrijpen en uitdragen wist beroerde dingen uit, kan ook goede dingen uitwissen. Het goede verandert het kwade en omgekeerd; het kan het zozeer veranderen dat het oplost en plaatsmaakt voor iets totaal anders, want ledigheid, vernietiging, zijn er niet. Als ik een beter mens wil worden, moet ik, van onderen op, veranderingen aanbrengen, hetgeen ik al doe door gedachtenkracht, maar opgelegde gedachten hebben geen uitwerking, zoals bewezen is, slechts spontane, vanzelfsprekende gedachten hebben uitwerking. Automatisme verandert niets, bezieling, inspiratie veranderen. Bezield zijn van vertrouwen verandert een zieke in een gezonde b.v., of een wanhopige in een hopende. Niettemin, als ons dit niet lukt is er iets anders dat er tussen staat, iets dat sterker is: ons eigenbelang, onze eerzucht, onze egocentrische doelstellingen? Alles wat spontaniteit tegen houdt is sterker dan die spontaniteit, het is een barricade, die opgeworpen is door de wil, of door de plicht, of door de egocentriciteit. Iedereen heeft een levensstimulans, wordt ergens door geleefd, nietwaar? Er is in ons allen een drang die ons tot existentie drijft: en waaruit bestaat die drang? Het doel in het leven is nooit statisch, het is beweeglijk, omdat het onderhevig is aan ontwikkeling. Binnen de natuur, evenals binnen de geest, is het doel: leren en veranderen. Iemand die nooit verandert heeft een barricade opgeworpen tussen zichzelf en de ont-wikkeling, het doel. Zonder ont-wikkeling vaart niemand wel. Spontaniteit kan zich ontwikkelen, loswikkelen uit de dwang die we zelf opgeroepen, dan wel geaccepteerd hebben. Er is geen drang dan innerlijke drang en dat komt spontaan op. Als je ergens toe gedrongen wordt, is dat heel iets anders dan dat je ergens toe gedwongen wordt. Het is ideaal dat de geïnspireerde mens, bezield van belangeloze liefde, onbereikbaar wordt voor de levensvelden der dommen en egocentrici; een sterk, hoog, levensveld neutraliseert een laag, lichtloos veld. Maar om iets te neutraliseren moet er wel een omzettings-energie aanwezig zijn en die energie kan op een goed moment uitgeput raken. Daarom trekken menslievende, dienstbare, goedbedoelende mensen, ook in hun beroep, zich soms terug; daarom hebben ze soms lange vakanties of andere bijladings-methoden nodig, omdat ze uitgeput raken, energie gaan ontberen. Velen zijn zich er niet van bewust dat sommige beroepen niets anders doen dan energievelden van anderen bijladen, dan wel omzetten. Vandaar sommige ziekte-verschijnselen bij bepaalde beroepen, zeker dat van huisvrouw en huismoeder, die doorlopend in het gezin een harmonie moet bewerken tussen soms tegengestelde levensvelden. Bijladen wordt dan een urgentie; wie dat niet doet gaat ten onder, d.w.z. krijgt bepaalde verschijnselen in het lichaam of in emoties en geest, die hem het existeren onmogelijk maken. Het "heb uw naaste lief als uzelf" is een urgentieregel binnen de natuur; de wisselwerking in sympathie houdt de schepping in stand. Vijandschap provoceert, tapt af, doet een beroep op het energiebestand. Maar niemand kan op bevel een naaste liefhebben. Heeft liefde echter geen talloze facetten? Kunnen we - ieder voor zich - die liefde niet op een andere manier uiten? Als er maar een warmtegolf van mens tot mens gaat. Daar ontbreekt het echter nog grandioos aan. We kunnen, door wantrouwen, teleurstelling, deze wisselwerking negeren, ons isoleren. Isolatie is een tegennatuurlijke levensinstelling; niets in de natuur is geïsoleerd, de isolatie zuigt energie af en waar laden we dan op? Paracelsus sprak over de grote en de kleine Archaeus, waarbij de laatste doorlopend in de omarming van de eerste moest vertoeven. Met wie of wat wisselen wij energie uit? Dat wat we liefhebben of mogen laadt bij, dat wat we haten zuigt op. Onnodig te zeggen dat zwakke energievelden beter geen provocaties of ontladers om zich heen kunnen hebben. Religies, leringen, studies, werkkringen, beeltenissen, woorden, alles kan op- dan wel ontladen. De beste maatstaf is: wat voor indruk maakt het op je. Niet of je er een egocentrisch nut van zou kunnen hebben, of je er succes dan wel rijkdom door kan verkrijgen, maar wat doet het je innerlijk? Geeft het je vrede, een gelukkig gevoel of voel je je bijgeladen, dat is belangrijk. Elke uitwisseling met mensen kan dit oproepen, ook met het werk of met de omgeving. Levensvelden kunnen ons drukken, sterke levensvelden kunnen ons in het nauw drijven of opladen, het ligt eraan welke intentie in dat levensveld aanwezig is. Egocentrische concentraties kunnen iemand doodnerveus of vermoeid maken. Druk ontstaat door oppressie, onderdrukking, benauwdheid.
Bron; Henk en Mia Leene (wordt vervolgd Warme groet Jeltje

woensdag 18 juni 2014

krachtvelden als tirannen 2

En wat veroorzaken de sterkste levensvelden, die in deze hele levensvelden-samenhang de leiding hebben? Welke levensvelden zijn verantwoordelijk voor de huidige maatschappelijke situatie? Welk denkveld bepaalt het leven der mensheid? Veel velden kunnen zonder materie in de ruimte bestaan, zij zijn de essentie van onze persoonlijkheid, onze persoonlijkheid heeft dus in feite geen materie nodig om te kunnen existeren. Dit zijn wetenschappelijke ontdekkingen na proefnemingen en wie zou hierna zo halsstarrig kunnen zijn om het z.g. voortbestaan na de dood te ontkennen? De mens van vlees en bloed behoeft dus niet de gevaarlijkste tiran te zijn, zijn levensveld, jaren na zijn dood nog aanwezig, is gevaarlijker dan hij ooit was. Wie kan ontkennen dat na een oorlog binnen een bepaalde tijd weer een oorlog verschijnt? Wie ontketenen dat? Vooral de van haat vervulde, rancuneuze levensvelden, die zich trachten staande te houden met behulp van de energie van sympathiserende dan wel afhankelijke levensvelden. Het is dus logisch dat, wil men innerlijk in "good standing" blijven, men doorlopend eigenlijk een gevecht levert tegen invloeden van buitenaf, die echter ALTIJD, en ook dit kan bewezen worden, een contact moeten vinden in de betrokkene. Zonder contact is er geen wisselwerking mogelijk. Als de herinneringen bewaard blijven, heeft dit een doel: we moeten leren door ervaringen; we lopen examens door en niemand kan beoordelen hoe snel we leren. Een kort leven kan soms belangwekkender zijn dan een lang leven; maar geen enkel leven is nutteloos, want we slaan de herinneringen op als een soort getuigschrift voor de volgende persoonlijkheid, die hetzelfde levensveld gaat bewonen. Iedereen weet dat mensen kunnen uitstralen, en allemaal kennen we de invloed daarvan: grauwe, neertrekkende, dan wel gouden, ontrekkende uitstralingen b.v. Iemand die zuigt en iemand die toevoegt. Dat zuigen en dat toevoegen zijn herkenbaar in de kleur, geur, klank en vorm der betrokkenen. Elk samenleven heeft de risico's van de vermenging; een sterk, blij mens kan beïnvloed worden door de grauwheid en de droefenis van zijn partner b.v. Levensvelden vermengen zich en als we niet sterk in onze schoenen staan worden we erdoor geslachtofferd. Denk aan werkgemeenschappen, kantoren, instituten, ziekenhuizen, scholen. Dagenlang zitten de betrokkenen in elkanders levensveld, gedachten dringen binnen, die niet van henzelf zijn. Hoe sterker ons eigen veld des te groter bescherming we hebben, des te suggestiever we ook op anderen werken.
Bron; Henk en Mia Leene. warme groet Jeltje (wordt vervolgd)

maandag 16 juni 2014

Krachtvelden als tirannen 1

"Nog geen blad aan de boom gaat er verloren, zou Hij dan zielen verkwisten?" Kipling "Het is een vreemde weet, zo vreemd als het maar kan, maar wat ook Jantje eet, verandert prompt in Jan." Walter de la Mare Levensvelden zijn bronnen van mysterie; elk levensveld is een krachtveld en ieder mens bezit zijn eigen veld. Zulk een veld bestemt ons zijn, onze depressies en onze vreugden, ons soort geloof en onze oriëntatie. Elke biologische activiteit brengt een verandering in dit levensveld. De spanning in een levensveld betekent verhoogde activiteit. Op zo'n moment zijn we anders, hebben meer weerstand, zijn we individueler, maar eveneens biologisch gezonder. De verzameling herinneringen die in onze hersenen liggen opgeslagen dragen bij tot het verzwakken èn het versterken van ons eigen levensveld. Voor de wetenschapper is het een mysterie dat de hersenen, waarvan de cellen sneller worden afgebroken dan bij enig ander orgaan, en ook sneller weer opgebouwd, niettemin hun informatie bewaren. De gehele mensheid is een verzameling van levensvelden, die ieder voor zich op allerlei indrukken reageren; het verzwakken en versterken, dan wel het verlagen en verhogen van de voltages daarvan, gaan ononderbroken door. Hoe suggestiever we zijn des te wisselvalliger ons levensveld, des te onstabieler de gezondheid, b.v. van ons organisme, maar ook psychisch heeft dit invloed. Elke psychische indruk bewerkt een verandering in het voltage van ons energieveld. En als we bedenken dat we uit het levensveld bestaan, dat we daaruit kracht putten, dat de wisselwerking met ons lichaam verantwoordelijk is voor onze stabiliteit, physisch en psychisch, dan kunnen we begrijpen dat bijladen een noodzakelijke handeling is. Op de juiste manier bijladen ontspant, maar stimuleert eveneens. Nu we leven in de eeuw van de psychosomatiek weten we, dat de liefde van een medemens ons energieveld kan bijladen, dat begrip, sympathie, positieve gedachten in staat zijn iemand gezond te maken en ook psychisch te individualiseren. Daar tegenover staat dat ook het tegendeel mogelijk is; wij kunnen elkander zoveel kwaad berokkenen door miskenning, onderwaardering, spot en al die ondermijnende gedragingen, dat een samenzijn soms eerder kwaad dan goed kan doen. De relatie van mens tot mens kan verantwoordelijk zijn voor ons welzijn. Niet voor niets heeft men ontdekt dat een emotionele wanverhouding in het gezin kinderen tot ondervoeding kan brengen. Voeding bestaat niet uit brood alleen, zelfs niet uit granen alleen. Voeding is voor het grootste deel psychisch. Elke mentale en emotionele oriëntatie betekent voeding, slecht dan wel goed. Vleeseters voeden zich met het levensveld van de geslachte dieren, met alle angsten, agressies enz., die zich daarin bevinden. Elke schepping heeft een levensveld en we zijn gedwongen in elkanders velden te leven. Dat is de wisselwerking die dus positief dan wel negatief kan uitwerken. Niets wordt vernietigd, alles ondergaat slechts verandering, energie verandert in materie en omgekeerd; Indien niets vernietigd wordt wat gebeurt er dan met de levensvelden van gestorvenen? Waar is het verleden, wat bouwen we op uit een etherisch verleden dat constant rondom aanwezig is? Wat brengen we voort uit de aanwezige levensvelden? En wat veroorzaken de sterkste levensvelden, die in deze hele levensvelden-samenhang de leiding hebben? Welke levensvelden zijn verantwoordelijk voor de huidige maatschappelijke situatie? Welk denkveld bepaalt het leven der mensheid?
Bron; Henk en mia Leene. warme groet Jeltje (wordt vervolgd)

woensdag 28 mei 2014

tussen leven en dood Afsluiting

En daar waar sympathie is, naderen zielen elkander. In de existentie aan gene zijde zijn er van tijd tot tijd top-concentraties van overledenen; indien er velen zijn die niet willen vervluchtigen wordt het tijd om een schoonmaak te houden, maar dit gaat niet via incarnatie, omdat men degenen die niet willen niet kan forceren, want zij zijn lichamelijk en geestelijk niet klaar, maar het gebeurt door een kosmische ramp, waarbij de atomen weer uiteen worden gedreven, atomen die eerst een vegeterend wezen bijeenhielden. Zij worden dus als 't ware opgelost in de ruimte. Dit is geen ramp voor zielen, maar wel voor aardse mensen, omdat deze existeren met behulp van een ongestoord aards levensveld. Zo'n z.g. ramp staat ons dus weer te wachten. Wanneer je verder ziet dan een aards leven, begrijp je dit, wanneer je dit niet doet is zo'n ingreep werkelijk een ramp, een totale vernietiging van alle levensvoorwaarden; deze zullen echter altijd weer worden hersteld, omdat de opdracht 'herstel het oorspronkelijke wezen' verder zal gaan, alleen zullen degenen die deze opdracht remmen 'opgeruimd' moeten worden, van tijd tot tijd. Hierbij moeten we nooit denken aan de 'goedheid of de wrake Gods', dit is een primitieve opvatting, maar we kunnen uitsluitend denken aan kosmische wetten en aan levensvoorwaarden voor Sophia-zielen die indaalden en Pistis-zielen die zullen ontwaken om uitredding te brengen. Het evangelie van de Pistis Sophia is volkomen waar, en slaat op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden en gebeurtenissen die doorlopend plaatsvinden. Het is de optekening van een wetend Pistis-Sophia wezen dat waarschuwt, vertelt en de weg wijst. En het is werkelijk de hart-ziel, de Sophia, die verzucht: "O Licht der Lichten redt mij, want ik heb mij vergist." Iedere hart-ziel die zich vergist komt in narigheid en moeilijkheden, dat zullen sommigen kunnen onderstrepen, het zijn zij, die verzuchtingen zullen slaken en zullen blijven zoeken en proberen, totdat het Licht van waaruit zij kwamen op zal gaan in hun eigen hartzielen. Dan pas kunnen zij zeggen: Ik heb het Ge-weten en ik heb het voorvoeld: Het Licht der Lichten redt mij, indien ik roep in benauwdheid. Maar het redt mij, opdat ik nooit meer zal vergeten.
Bron;Henk en Mia Leene. warme groet jeltje

zaterdag 17 mei 2014

tussen leven en dood (2)

Gelijke zielen hebben contact met gelijke zielen, dit is een universele wet. Oproepen kun je dezulken niet, zij komen en gaan op eigen initiatief, want ook hier heeft de mens niets te bevelen, het zijn de zielen die de wetten stellen. Het is de Sophia, de hartziel, en de Pistis, de hoofdziel, die de kosmische wetten beheersen en niemand anders. Een wakende hart- en een wakende hoofdziel heersen over een hoogstaand, vrijwillig geïncarneerd mens; een wakende Sophia beheerst een zoekend mens en een slapende Sophia kan nog niets beginnen, dan is het zoeken chaotisch, onbewust, dus uit-proberend. Als de Sophia, de hartziel, in dit leven ontwaakt, word je je bewust van het doel des levens, begint je innerlijke Kennis te groeien en komt er de strijd tussen karakter en ziel. Indien de hoofdziel, de Pistis, zich hierbij voegt, is er geen sprake meer van strijd, dan is er slechts de opdracht. Slapende hartzielen bewonen zoekende, zich ontelbare malen vergissende mensen. Om die hartziel te doen ontwaken komen er dus, soms, harde ervaringen, maar het is wel een teken dat deze hartziel waardevol is. Denk hier aan "Het Evangelie van de Pistis Sophia" van Valentinus uit de 2de eeuw na Christus, dat geschreven werd door een mens met een wakende hart- en een wakende hoofdziel en uitsluitend op schrift werd gesteld voor de Sophia's, de hartzielen, die moeten ontwaken. Pas als die hartziel is ontwaakt, kan er sprake worden van de hoofdziel, de Pistis. Pistis betekent Kennis en natuurlijk gaat het hier om een ontwakende innerlijke Kennis, het Ge-weten. Sophia houdt direct verband met intuïtie, het aanvoelen, maar het nog niet weten. Pistis houdt direct verband met het Ge-weten, je hebt het Ge-weten, hetgeen totaal iets anders is dan wat de mens het geweten noemt. Indien je je 'aanvoelen' of intuïtie negeert, beledig je de hartziel, de Sophia; indien een mens met een ontwaakte Sophia en een ontwaakte Pistis zijn Ge-weten negeert, begaat hij een onherstelbare fout, een fout tegen de heilige geest, een vergrijp tegen de alles omvattende geest. Het is totaal onnodig en onbelangrijk zich bezig te houden met het 'hoe en waarom van een leven na de dood', want dit is voor de mens hier van geen enkele waarde. Voor deze mens is dit leven van belang en zelfs zij die menen waardevolle inlichtingen te krijgen van hen die aan gene zijde leven, kunnen nooit iets verkondigen wat een ontwaakte hartziel of ontwaakten naar hartziel en hoofdziel niet weten. Men is aan gene zijde niet wijzer dan hier, men weet slechts iets van degenen die 'overgaande' zijn. En dit is dus een tijdelijke inlichting, want de wijzen beperken hun existentie aan 'gene zijde'. Je kunt dit zo duidelijk nalezen in het boek van Matthew Manning: nooit kreeg hij waardevolle inlichtingen, het waren altijd onwijze, beperkte en overbekende verklaringen. Slechts de wijzen houden contact met de wijzen om een bepaalde reden: hulp aan zielen. En deze wijzen bespreken dit nooit met onwijzen. We kunnen vanuit gene zijde waarschuwingen krijgen, dingen die zich zullen voordoen in het magnetische veld van de aarde, en dit kan voor aardse mensen van belang zijn, maar nooit voor zielen. Een waarschuwing voor een komend ongeluk b.v. komt altijd van een gestorvene, die iemand die hij liefhad wil waarschuwen om geen ontstellende fout te maken. Deze waarschuwing wordt vrijwillig gegeven via een medium dat hem of haar ligt en waarvan hij weet dat het de betrokken mens zal bereiken of het wordt direct via hem of haarzelf gedaan. Goede mensen met ontwaakte Sophia-hartzielen, worden soms voor dit doel gebruikt, maar ontvangen dan ook altijd zinvolle boodschappen. Zinvolle boodschappen hebben altijd betrekking op zielelessen, levensenergie die nog verbruikt moet worden, en staat nooit in verband met onbenullige relaties. Contact zoeken met gestorvenen is dus zinloos, zij zoeken contact met ons, indien zij dit nodig achten en dan zullen zij altijd weten hoe zij dit moeten doen. Een ontwaakte Sophia-ziel noch een wijze die beide zielen ontwaakt bezit zijn mediums, neen, zij zijn een bewust en wetend contactpersoon, en dat is totaal iets anders. Een medium staat open voor alles en iedereen, de anderen luisteren met onderscheid en weten wat zij met de boodschappen moeten doen. Een ander geval is het gevoelig zijn voor het aardmagnetisme: het voorvoelen van aardse rampen, het voorvoelen van menselijke neigingen, het voorvoelen of 'lezen' van menselijke gedachten, dit zijn lichamelijke gaven, die veel dieren ook bezitten. Het pendelen behoort hier o.a. toe. Het is het zich afstellen op het aardmagnetisme. Dieren kunnen dit zonder pendel. Niemand hoeft hierop prat te gaan. In onze tijd worden deze verloren gegane lichamelijke gaven opnieuw ontwikkeld en zij dienen het aardse welzijn, hetgeen ook nodig is. Maar dit heeft niets te maken met boodschappen die ontvangen worden via de Sophia of direct via de Sophia en de Pistis, dat zijn bewuste contacten en bewuste aanwijzingen die nooit zullen worden genegeerd, zoals met de berichten via het aardmagnetisme wel wordt gedaan, indien er geen wakende Sophia aanwezig is. Dan wordt het een spel met lichamelijke energie en zal er meer energie worden afgetapt dan goed is voor het lichaam, omdat men er niet bewust en wijs mee kan omgaan. Het spelen met de energiewetten is een verschijnsel van onze tijd. Bezien in deze alomtegenwoordige energie waaruit alles en allen leven is de dood natuurlijk een fictie. Het is werkelijk het verwisselen van een aards kleed voor een etherisch kleed. Hierbij is het goed even te memoreren dat bewondering hier misplaatst is: men bewondert geen mediums, noch pendelaars, noch voorspellers. Bewondering is überhaupt een remmende emotionele uiting, net als verering, het verwonderen brengt ons verder, het opent ons voor nieuwe impulsen. Het is beter met begrip over iemand te spreken, dan met bewondering; begrip houdt liefde in, bewondering kan in jaloezie eindigen. Begrip kan tot medeleven komen en medeleven is de hoogste vorm van sympathie.
Bron; Henk en Mia Leene warme groet

vrijdag 16 mei 2014

tussen leven en dood (1)

Het gebeurt zelden dat jonge mensen aan de dood denken, omdat zij midden in het leven staan; niettemin weet niemand van ons wanneer hij zal sterven of hoelang hij te leven heeft. Ook astrologisch is dit niet te voorspellen, omdat het einde van een leven bepaald wordt door enkele onvoorspelbare factoren. Ten eerste: hoe wordt er omgegaan met de levensenergie, gebruiken we deze zuinig en efficiënt; ten tweede: in hoeverre staan we bloot aan lichamelijk, emotioneel of agressief geweld; en ten derde: in hoeverre hebben we ons verbonden met de allopathische geneeskunde en het kunstmatig verlengen van het leven. In de kosmos wordt er geen rekening gehouden met ÈÈn mensenleven, maar er wordt gerekend met de kwantiteit aan energie en deze kan, afhankelijk van de mens, over ÈÈn dan wel twee levens worden verdeeld. De oude uitdrukking 'het is je tijd nog niet', slaat uitsluitend op de energetische mogelijkheden, maar nooit op onvoorziene ogen-blikken: geweld, verkeer, de wil om kunstmatig het leven te verlengen en emotionele uitputting. De wet van leven en dood is namelijk ingesteld op het normaal functioneren van de lichamelijke en geestelijke voorwaarden. Zondigen we tegen deze kosmische wet dan kunnen we de levensduur verlengen dan wel verkorten. Levensduur is iets totaal anders dan Het leven. Levensduur is een totaal onbelangrijk begrip en heeft te maken met tijd en tijd is onbekend in de eeuwigheid. Wij mensen meten alles naar tijd, wij bouwen aan menselijke voorstellingen en houden rekening met menselijke, dus beperkte, begrippen. We leven in een tijd dat we, als mensen, beschikken willen over het geboortetijdstip en het stervensmoment. Het zijn twee voorzieningen die ons, al zou het anders lijken, uit de hand worden genomen, want in het grote geheel zullen de wetten co˚te que co˚te voortgang vinden. De wet van incarnatie bepaalt de geboorte, en de wet van energie bepaalt het sterven. Daar tussenin bevindt zich de school des levens, die we nodig hebben voor het herstel van het oorspronkelijke wezen dat we zijn. Alles wat zich daarbuiten afspeelt is onbelangrijk en leidt ons slechts af van de opdracht: herstel van het oorspronkelijke wezen. Indien je vanuit dit gezichtspunt het menselijke leven beschouwt is het dermate gevuld met onbelangrijke dingen, dat het begrijpelijk wordt dat een mens zo lang nodig heeft, levens en levens, om te leren. Er wordt minimaal geleerd en maximaal tijd verdaan. Neem onze tijd van milieuvervuiling en de alom aanwezige dreiging van atomaire rampen; we schuiven de mogelijke vernietiging al pratende, spelende, experimenterende en filosoferen-de van ons af. En laten we nu niet menen dat aan de andere kant van het leven in het rijk der doden, de mensen zich anders zullen gedragen. Hier is de leerschool, niet daar, hetgeen we wellicht foutief ooit hebben aangenomen. Aan de andere zijde is het een wachtkamer waar de ene lang, de andere kort vertoeft. Het lange of te lange vertoeven is een gevolg van het niet willen wegsterven, dus een gevolg van het aardse niet willen sterven. Als iemand zegt: "Het is jammer dat ik sterf, want ik had nog zoveel te doen" wat houden die woorden dan in? Iets te doen voor de maatschappij, het gezin, de carrière? Belangrijk werk, bezien in het grote geheel, zal altijd worden afgemaakt dan wel goed worden overgenomen, want hier gelden de kosmische wetten. Ook hier telt echter altijd onze menselijke beoordeling: wat was of is belangrijk? Een waardevol mens krijgt altijd de kans zijn opdracht af te maken en zal altijd de energie daartoe bezitten. Ik ken een dominee, die ernstig ziek was en overal hulp zocht, omdat hij zoals hij zei: 'nog zoveel kerkelijk werk te doen had'. In het grote geheel bezien is dit natuurlijk onbelangrijk en gelden voor hem eerder de woorden: 'Houdt u bezig met uw ziel en niet met organisatorische belangen'. Vandaar dat zo iemand dan geen kosmische hulp zal ervaren, maar wanhopig overal, betrekkelijke, menselijke hulp zal zoeken. In het leven aan gene zijde, als we dit al 'leven' kunnen noemen, zijn de beklagenswaardige typen diegenen, die tussen twee sferen vegeteren. Zij zijn blijven staan bij hun z.g. belangrijke werk, of hun z.g. belangrijke bezit en kunnen noch verder noch teruggaan. Zij incarneren ook niet voordat zij zich los hebben gemaakt van deze binding, en dat betekent een kwelling, omdat je niet werkelijk ermede kunt bezig zijn, noch je er werkelijk van kunt losmaken. Dit is wat soms genoemd werd 'het vagevuur' en heeft niets met vuur te maken, maar wel met een onbepaalde energie. Zoals hier op aarde is het aan gene zijde evenzo: de daad bepaalt de voortgang. Niemand bepaalt zelf wanneer hij incarneert, het is de som van het bewustzijn die dat bepaalt. Deze som bepaalt het gedwongen incarneren, terwille van de nog noodzakelijke leringen, ofwel het vrijwillig incarneren, terwille van een vrijwillig aanvaarde opdracht. En zij die een opdracht vrijwillig aanvaarden, krijgen ruimschoots de kans deze te vervullen. "In het rijk aan gene zijde zijn vele woningen", een overbekende uitspraak, die te maken heeft met sferen die zijn afgesteld op bewustzijnsstadia. Hierop aarde bepalen we dus zelf waar we komen na onze dood. Alle hulp in gene zijde is tijdelijk; het overgaan van het ene naar het andere veld vraagt soms hulp, bij bepaalde mensen. Anderen gaan direct daarheen waar ze behoren. Als ze eenmaal in hun eigen sfeer zijn, zijn ze niet meer bereikbaar voor spiritistische seances, noch voor mediums, maar komen vrijwillig, in een noodgeval, indien zij dit zelf noodzakelijk achten. Doch het is altijd kenmerkend met wie zij contact zoeken.
Bron; Henk en Mia Leene. warme groet Jeltje