Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen

zaterdag 1 november 2014

Poppen.

DE POPPEN Toen ik laatst In de hemel was, het was bij de topazen poort, schreed daar een kleine optocht voort; een grote klas, dacht ik, die uit mag. Maar zij die naast mij stonden en glimlachend de stoet passeren zagen, zeiden,'t waren de kinderen die de laatste dagen spelenderwijs te water raakten en verdronken. De grootsten liepen voor dan kwamen de kleintjes, bij wat groteren aan de hand, Zij stapten vol vertrouwen verder samen. Ik stond daar als een vreemdeling aan de kant. En enkelen zag ik stijf een pop in de armen houden; de poppen die ze net nog uit de vijver redden zouden toen 't water hen omhelzen ging en in zijn zachte armen ving. Die naast mij stonden legden uit, dit hier, dit zijn nu onze liefste kinderen. en toen dacht ik, opeens beschaamd, ik moet wat doen en ik keek rond en vroeg: waar is een winkel hier. Ik zei nog: want ik heb niets voor ze meegenomen. Die naast mij stonden zeiden mij, je kunt hier niets betalen, zeiden zij, wij zijn hier allemaal met niets gekomen. Dat maakte mij onrustig en verlegen. O nee? En dan die poppen! streed ik tegen. Die naast mij stonden keken mij aandachtig aan en weken zwijgend uit elkaar om mij te laten gaan. J.D Charles Uit: Het geheim, 1951-1952

donderdag 3 oktober 2013

hemel en hel afsluiting

Als we in onze schulp kruipen en in een hoekje gaan zitten, omdat we die minder plezierige dingen willen ontwijken en nog verder terugdeinzen voor het vuur van onze onverzadigde verlangens, bestendigen we dat verblijf in de hel. We kunnen geen kant meer op en daar zitten we dan, gevangen door ons eigen verlangen en niet in staat om los te laten. Ons hart verkrampt door angst en twijfel. En pas als het lijden groot genoeg is, als we er niet meer tegen op kunnen, beginnen we de hachelijke situatie waarin we ons bevinden onder ogen te zien. Als het hart begint te zuchten en dwars door het lijden heengaat, lost de hel voor onze ogen op. Vanuit dat wanhopige gevoel van 'Wat moet ik nu beginnen?' kan het antwoord komen. Misschien omdat er nu eindelijk eens geen snelle oplossing bestaat. Eindelijk weten we het niet meer. We zijn zo lang zo zeker geweest van zoveel dingen, dat de ruimte vanwaaruit het spontane gevoel kan opwellen overvol geworden is. Er is nog maar weinig ruimte over voor onze ware aard. Het is in die toestand van 'het ook niet meer weten', dat hemel en hel oplossen. In dit open onderzoeken van de waarheid, als je geen enkele andere keuze overblijft, dient de werkelijkheid zich aan. Stephen Levine
Warme groet Jelte

zaterdag 28 september 2013

de hemel en de hel 3

We klampen ons meestal vast aan die ogenblikken in het leven waarop we kregen wat we wilden en scheppen zo een tijdelijke hemel in een steeds groter wordende hel. We zijn bang om ons kortstondig paradijs kwijt te raken, we blijven in ons duistere hoekje zitten en ontkennen wat nu eenmaal onvermijdelijk is. Dit reiken naar de hemel creëert een leven als een hel. We doen ons uiterste best om aan die oude patronen vast te houden, omdat we denken dat we daarmee uiteindelijk wel iets beters zullen bereiken. Als een hongerig spook schreeuwt de conditionering van het verstand om voldoening. Het wil perse hebben wat het niet kan krijgen, wat het niet bezit en wat het ook niet kan vasthouden. Het verstand is misvormd door een pijnlijk verlangen. Het verlangen graait naar elk lekker hapje, maar bezit niet langer het vermogen om het door te slikken. Wij stikken in dat volgende stukje taart. Als het verlangen groot is en er niet aan wordt voldaan, denken we dat we in de hel zijn beland. De hel is het onvermogen om luchtig en licht met die hongerige geest van voorbije angsten en tijdelijke voldoening om te gaan. Het is het onvermogen om ons bereidwillig over te geven. Stephen Levine
Warme groet Jeltje

woensdag 25 september 2013

de hemel en de hel 2

Het leven is op zichzelf niet hels of hemels. Dit zijn door het verstand opgelegde conditioneringen. Het gaat er in wezen om of je voor de dingen openstaat of dat je je er voor afsluit. De hand hoort van nature open te zijn, zacht en flexibel, in staat om alles wat erin wordt gelegd te ondersteunen. En zo hoort de geest ook een ruim bewustzijn te zijn, dat zich nergens aan vastklampt. Maar het geconditioneerde verstand heeft op grond van de honderden keren dat we meenden ons ergens aan vast te moeten klampen om een valse zekerheid in de wereld in stand te houden, veel van zijn oorspronkelijke openheid verloren. Net of je gedurende een bepaalde tijd een enorme last met je meezeult. Rennen om een vliegtuig of een bus op tijd te halen, waarbij je je uit alle macht aan je bagage vastklampt, tot je uiteindelijk op je plaats kunt neerploffen. Maar als je dan eindelijk je hand open wilt doen, merk je dat hij helemaal verkrampt is rond het handvat van die koffer met oude bagage. Het valt niet mee, het kan zelfs behoorlijk pijn doen om te zorgen dat die hand zijn natuurlijke openheid weer terug krijgt, omdat hij helemaal verstijfd is door dat krampachtige vasthouden. Hij is zo verkrampt dat hij maar heel langzaam terugkeert tot zijn natuurlijke staat van zijn en meestal is dat helemaal niet zo leuk. Omdat we zo bang zijn voor die pijn, blijven we maar liever verkrampt zitten, dan dat we die oude spanningen loslaten. We verkiezen de verkrampte ruimte van ons geïsoleerde zelf, van onze oude patronen, boven de vrijheid die buiten die zelfgeschapen kooi bestaat. We verkiezen die oude vertrouwde hel boven de pijn van het opgaan in het uitgestrekte onbekende. Stephen Levine
warme groet

maandag 23 september 2013

De hemel en de hel 1

De meeste mensen schommelen hun leven lang heen en weer tussen hemel en hel. Als ze krijgen wat ze willen, bevinden ze zich in de zevende hemel. Als ze het weer kwijtraken of het helemaal nooit krijgen, dalen ze af in de hel. De hel is het hardnekkige verzet tegen de situatie zoals die ligt. De hemel op aarde is dat we ons liefdevol openstellen. De hel is weerstand. De hemel is aanvaarding. De hemel is het open hart. De hel is de krampachtig samengetrokken darm. Meestal scharrelen we zo'n beetje rond in het gebied tussen het hart en de maag. De maag haalt alles gretig binnen; de hele wereld wordt gezien als voedsel, dat alleen om wille van de maag bestaat: pens-ego. In het hart vallen de tegenstellingen weg en gaan de voorkeuren die we er op nahouden, op in het Ene, net als bij een smeltkroes, waarin sieraden gegooid worden om er weer zuiver goud uit te maken. Als er woede opkomt, als er angst bestaat, kan dat het leven tot een hel maken of een mogelijkheid bieden om de hemel binnen te gaan. Het kan weer verzet opleveren, je kunt alles weer wegduwen, het kan weer een zaak worden van verstandelijke overwegingen. Maar het kan ook zijn dat je nu langzaam alles los wilt laten in de uitgestrektheid, de openheid van het hart, het wezen van de aanvaarding zelf. Don Juan stelt Carlos Castaneda op een bepaald moment voor dat hij moet leven als een krijger, dat hij zijn leven moet gebruiken als een gelegenheid om te ontwaken in plaats van vast te houden aan de voortdurende weigering van het verstand om boven zichzelf uit te stijgen. Hij zegt: "Voor de gewone man is alles wat hem overkomt een zegen of een vloek. Voor een krijger vormt alles een uitdaging." Het verschil tussen hemel en aarde ontstaat doordat het verstand voortdurend heen en weer schommelt tussen het gevoel dat het zichzelf gelukkig of ongelukkig moet prijzen. Wij wegen alles wat we waarnemen af tegen wat wat we graag zouden willen. Stephen Levine
Warme groet.

vrijdag 6 september 2013

De wolken en de hemel

Stukje uit; Het Tibetaanse boek van leven en sterven: Sogyal Rinpoche
Hemel en de wolken Hoe ons leven er ook uit ziet, onze Boeddhanatuur is er altijd. En zij is volmaakt. De Boeddha’s in hun oneindige wijsheid kunnen haar niet verbeteren, en gewone wezens, in hun schijnbaar eindeloze verwarring, kunnen haar niet bederven. Je kunt onze ware natuur vergelijken met de hemel, en de verwarring van de gewone geest met de wolken. Op sommige dagen is de hemel volledig bedekt met wolken. Wanneer we op de grond staan en omhoog kijken, is het erg moeilijk te geloven dat er nog iets anders is dan wolken. Maar we hoeven alleen maar in een vliegtuigje te stappen om boven de wolken een grenzeloze , helderblauwe hemel te ontdekken. Van bovenaf lijken de wolken, waarvan wij eerst aannamen dat alleen zij bestonden, zo klein en zo ver weg. We zouden altijd moeten proberen ons te herinneren dat de wolken de hemel niet zijn, en er niet toe ‘behoren’. Ze hangen er alleen maar en glijden langs op hun ietwat dwaze en niet-afhankelijk manier. En op geen enkele wijze kunnen ze de hemel ooit bezoedelen of tekenen. Waar is die Boeddhanatuur nu precies? In de natuur van onze geest, die als hemel is. Volledig open, vrij, en onbegrensd, is zij in essentie van zo’n eenvoud en zo natuurlijk, dat zij nooit ingewikkeld, bedorven of bezoedeld kan worden; zij is van een zuiverheid die zelfs het concept van zuiver en onzuiver voorbij gaat. Als we over deze natuur van de geest zeggen dat zij zo ruim is als de hemel, is dat natuurlijk slechts een metafoor, die helpt ons enige voorstelling te maken van haar alles omvattende onmetelijkheid; want de boeddhanatuur heeft een kwaliteit die de hemel nooit kan hebben, de stralende helderheid van gewaar-zijn. Zoals gezegd wordt: Het is niets anders dan ononderbroken puur gewaar-zijn, kennend, leeg, naakt en wakker. Dudjom Ripoche schreef: Geen woorden kunnen het beschrijven Geen voorbeeld kan het duiden Samsara maakt het niet erger Nirvana maakt het niet beter Het is nooit geboren Het is nooit opgehouden Het is nooit bevrijd Het is nooit misleid Het heeft nooit bestaan Het is nooit niet-bestaand geweest Het heeft totaal geen grenzen Het valt in geen enkele categorie. Nyoshul Khen Rinpoche zegt: Diepzinnig en stil, vrij van complexiteit, Natuurlijk, stralende helderheid, De geest van conceptuele ideeën voorbij; Dit is de diepte van geest der Overwinnaars. Hier valt niets te verwijderen, Noch aan toe te voegen. Het is enkel het ongerepte Dat spontaan naar zichzelf kijkt.
Zoek de hemel niet ver, maar in je zelf Warme groet Jeltje