We zijn bang te sterven. Om een eind te maken aan de angst voor de dood moeten we met de dood in aanraking komen, niet met het beeld dat het denken zich heeft gevormd omtrent de dood, nee, we moeten daadwerkelijk voelen hoe die toestand is. Anders komt er aan de angst geen einde, omdat het woord dood al angst oproept, zodat we er niet eens over willen praten.
Is het voor ons, als een gezond, normaal mens die in staat is te redeneren, objectief te denken en iets waar te nemen, mogelijk met het feit van de dood in zijn totaliteit in aanraking te komen? Het organisme zal door slijtage, door ziekten, uiteindelijk sterven.
Als we gezond zijn willen we erachter komen wat dood zijn betekent. Een ziekelijk verlangen is dat niet, want door te sterven zullen we misschien begrijpen wat leven is. Het leven, zoals het nu is, is een kwelling, eindeloze beroering en tegenstrijdigheid, en daardoor zitten we met conflicten, ellende en problemen. De dagelijkse gng naar het werk, de herhaalde pleziertjes met hun kwellingen, de ongerustheid, het tastend zoeken, de onzekerheden, dat is wat wij leven noemen. Aan die manier van leven zijn we gewend geraakt. We accepteren die, we worden er oud mee en gaan dood.
Om er zowel achter te komen wat leven is als te ontdekken wat sterven is moeten we met de dood in aanraking komen, dwz, we moeten iedere dag een einde maken aan alles wat we gekend hebben. We moeten afsterven aan het beeld dat we ons hebben gevormd van onszelf, van onze familie, van onze relatie, het beeld dat we hebben opgebouwd op basis van genot, van onze verhouding tot de samenleving, van alles. Dat is wat er zal gebeuren als de dood daar is.
Weet je wat het betekent in aanraking te komen met de dood, zonder overleg of protest te sterven? Als de dood komt overlegt die niet met je. Om hem tegemoet te kunnen treden, moet je elke dag aan alles afsterven, aan je verontrusting, aan je eenzaamheid, aan de relatie waaraan je je vastklampt, je moet afsterven aan je denken, aan je gewoonten, aan je vrouw, man, zodat je met nieuwe ogen naar je vrouw/man kunt kijken, je moet zodanig afsterven aan de samenleving dat je als mens nieuw, fris en jong bent en er zo naar kunt kijken
Maar je kunt de dood niet tegemoet treden als je niet iedere dag sterft. Alleen als je sterft is er liefde. Een angstige geest kent geen liefde, die kent gewoonten, die kent sympathie, die kan zichzelf ertoe zetten vriendelijk en oppervlakkig attent te zijn. Maar uit angst komt verdriet voort en verdriet is tijd in de vorm van denken.
Een eind maken aan t verdriet betekent dus terwijl je leeft in aanraking komen met de dood door af te sterven aan je naam, je huis, je eigendommen, aan de goede zaak waarvoor je je hebt ingezet, zodat je fris, jong en helder bent en de dingen kunt zien zoals ze zijn, zonder de minste vertekening. Dat is wat er zal gebeuren als je sterft.
Maar wij hebben de dood beperkt tot het fysieke. Met ons logische , gezonde verstand weten we heel goed dat aan ons organisme een eind zal komen. Daarom bedenken we een fantasieleven van dagelijkse ellende, dagelijks gebrek aan gevoeligheid, steeds toenemende problemen met alle daaraan verbonden domheid. En dat leven, dat we willen meenemen naar het hiernamaals, dat we de 'ziel' noemen, daarvan zeggen we dat het iets bijzonder heiligs is dat deel heeft aan het goddelijke, maar het maakt nog steeds deel uit van je denken en heeft daarom niets met goddelijkheid te maken. Het is je leven!
We moeten dus elke dag stervend leven, stervend omdat je dan in aanraking komt met het leven.
Warme groet Jeltje
Spirituele stervensbegeleiding. U mag hier stukjes verwachten die daar mee te maken hebben,uit eigen ervaring en stukjes die me aanspreken. De wind die raast zal een veer laten zweven, een veer die geen weerstand kent wordt hierdoor verplaatst. Onze gedachten los laten en zijn zoals een veer, zal ons doen zweven, we zullen hierdoor de schatkamers kunnen binnen treden van innerlijke rust.
Posts tonen met het label dood.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood.. Alle posts tonen
vrijdag 25 november 2011
dinsdag 2 augustus 2011
In het gezicht van de dood/ ingrid van Mater.
Hoe belangrijk is het het patroon te begrijpen en dat ten grondslag ligt aan de continuïteit van de geest, achter de eb en vloed van het gemanifesteerde leven. We beginnen onszelf te zien als passend in een goddelijk schema van een eindeloze evolutionaire ontplooiing, die ons steeds ruimere horizonnen toont. Dat beeld geeft perspectief aan het huidige leven. Wetende dat we ons lot zelf hebben bepaald, zien we de rechtvaardigheid van de omstandigheden waarin we ons bevinden en die we in het verre verleden hebben geschapen. In dit verband kunnen we begrijpen dat er voor ieder van ons een juist moment is om geboren te worden en een juist moment om te sterven, en dat dit in harmonie is met de cyclische wetten van het bestaan die uitgaan boven ruimte en tijd. Het is duidelijk dat, als we in deze wetten ingrijpen, er moeilijkheden ontstaan. Hoe bedroevend is het om te zien dat in deze tijd zelfmoord onder jonge mensen toeneemt, want hier geldt dat, wanneer men zich van het leven berooft, dit een verstoring is van de harmonie in de natuur en van de innerlijke tijdsorde. Dit betekent lijden, niet alleen voor hen die achterblijven, maar ook voor degenen die voor deze stap gekozen hebben, want in plaats van een onmiddellijke vrede en verademing te brengen, zal de toestand van verwarring en wanhoop die tot deze daad leidde, worden versterkt in een droomtoestand na de dood van het lichaam. Konden zij maar tijdig tot het besef komen hoe kostbaar het leven is en dat de diepten van wanhoop in onszelf nieuwe mogelijkheden kunnen voortbrengen, nieuwe inzichten, nieuwe krachten. Zij die zich overgeven aan deze methode, in een poging hun problemen op te lossen, zijn dikwijls onder invloed van drugs en weten niet wat zij doen, of overweldigd door spanningen of door eisen die aan hen worden gesteld waarmee ze geen raad weten. Maar de natuur, hoe veeleisend ook, is tevens meedogend. Het is niet meer dan logisch dat een door en door goed en gewetensvol mens, op welke wijze hij ook stierf, te zijner tijd in de dood de vredevolle rust zal vinden die hij heeft verdiend. Want tenslotte zijn wij zowel in de dood als in het leven – onszelf.
Natuurlijk kan men het gevoel van verdriet, de eenzaamheid van hen die iemand door de dood verliezen en achterblijven, niet veranderen. Als er in deze wereld geen medeleven bestond, zou het maar een troosteloze plek zijn. Ware liefde houdt stand in leven en dood en zij die tot elkaar worden aangetrokken door banden van liefde, zullen in andere levens telkens weer worden samengebracht. Bij het heengaan wordt degene die lijdt omgeven en beschermd door het medeleven van vrienden, wat een tastbare hulp betekent. Wanneer we innig verbonden waren met een ander, bestaat er een netwerk van gedachten en gevoelens, een uitwisseling. Als die persoon weg is, komt er aan die uitwisseling een einde. Daarom is het alsof een deel van ons sterft met degene die van ons is heengegaan. Deze ervaring is bijzonder intens voor hen die zijn grootgebracht met de gedachte dat de dood het einde is of dat er nooit meer een hereniging op aarde zal zijn. Maar de natuur is oneindig meedogend. Het duurt even voor het volle besef van wat er is gebeurd tot alle gebieden van ons wezen doordringt. Deze bewustwording komt geleidelijk, vaak aanzienlijk later dan de gebeurtenis. Het zou een te grote schok zijn als dit niet zo was. Het is zeker dat er door het grootste verdriet een onuitsprekelijke schoonheid straalt wanneer we de ware aard van wat er gebeurt beginnen te voelen, en we beseffen dat er innerlijk geen scheiding bestaat en dat degene die is heengegaan volledige rust geniet.
Er is een passage in de Bhagavad Gita die op het eerste gezicht nogal hard lijkt, maar die spreekt tot de kracht in ieder van ons, en het ware mededogen niet loochent:
Dood is onvermijdelijk voor al wat geboren is en wedergeboorte voor alle stervelingen; het past u daarom niet over het onvermijdelijke te treuren.
Zulke verlichte wijsheid als vervat in deze woorden, zou niet zijn verkondigd in een geschrift dat het leven van ontelbare miljoenen mensen door de eeuwen heen heeft geleid, als het niet een filosofie bevatte die begrepen en toegepast kon worden. Als menselijke wezens hebben we, op grond van ons mentaal en spiritueel potentieel, het recht verworven de taak te volbrengen, hoe moeilijk die ook is, meer en meer universeel en onpersoonlijk te worden in ons begrip en onze levensopvatting. Het leven is geen gemakkelijk pad en de dood, die alle mensen overkomt, is een van de vele bewustmakende ervaringen, waardoor we tonen wat we waard zijn, en we onszelf vinden. In elk van ons is een bemoedigende kracht, die ons door iedere beproeving heen helpt. We kunnen ons niet veroorloven bij het verleden stil te staan, maar moeten altijd vooruit, met vertrouwen en hoop, wetende dat als er één deur dicht gaat, een andere zich opent.
Deel 2
Natuurlijk kan men het gevoel van verdriet, de eenzaamheid van hen die iemand door de dood verliezen en achterblijven, niet veranderen. Als er in deze wereld geen medeleven bestond, zou het maar een troosteloze plek zijn. Ware liefde houdt stand in leven en dood en zij die tot elkaar worden aangetrokken door banden van liefde, zullen in andere levens telkens weer worden samengebracht. Bij het heengaan wordt degene die lijdt omgeven en beschermd door het medeleven van vrienden, wat een tastbare hulp betekent. Wanneer we innig verbonden waren met een ander, bestaat er een netwerk van gedachten en gevoelens, een uitwisseling. Als die persoon weg is, komt er aan die uitwisseling een einde. Daarom is het alsof een deel van ons sterft met degene die van ons is heengegaan. Deze ervaring is bijzonder intens voor hen die zijn grootgebracht met de gedachte dat de dood het einde is of dat er nooit meer een hereniging op aarde zal zijn. Maar de natuur is oneindig meedogend. Het duurt even voor het volle besef van wat er is gebeurd tot alle gebieden van ons wezen doordringt. Deze bewustwording komt geleidelijk, vaak aanzienlijk later dan de gebeurtenis. Het zou een te grote schok zijn als dit niet zo was. Het is zeker dat er door het grootste verdriet een onuitsprekelijke schoonheid straalt wanneer we de ware aard van wat er gebeurt beginnen te voelen, en we beseffen dat er innerlijk geen scheiding bestaat en dat degene die is heengegaan volledige rust geniet.
Er is een passage in de Bhagavad Gita die op het eerste gezicht nogal hard lijkt, maar die spreekt tot de kracht in ieder van ons, en het ware mededogen niet loochent:
Dood is onvermijdelijk voor al wat geboren is en wedergeboorte voor alle stervelingen; het past u daarom niet over het onvermijdelijke te treuren.
Zulke verlichte wijsheid als vervat in deze woorden, zou niet zijn verkondigd in een geschrift dat het leven van ontelbare miljoenen mensen door de eeuwen heen heeft geleid, als het niet een filosofie bevatte die begrepen en toegepast kon worden. Als menselijke wezens hebben we, op grond van ons mentaal en spiritueel potentieel, het recht verworven de taak te volbrengen, hoe moeilijk die ook is, meer en meer universeel en onpersoonlijk te worden in ons begrip en onze levensopvatting. Het leven is geen gemakkelijk pad en de dood, die alle mensen overkomt, is een van de vele bewustmakende ervaringen, waardoor we tonen wat we waard zijn, en we onszelf vinden. In elk van ons is een bemoedigende kracht, die ons door iedere beproeving heen helpt. We kunnen ons niet veroorloven bij het verleden stil te staan, maar moeten altijd vooruit, met vertrouwen en hoop, wetende dat als er één deur dicht gaat, een andere zich opent.
Deel 2
Abonneren op:
Posts (Atom)

