Spirituele stervensbegeleiding. U mag hier stukjes verwachten die daar mee te maken hebben,uit eigen ervaring en stukjes die me aanspreken. De wind die raast zal een veer laten zweven, een veer die geen weerstand kent wordt hierdoor verplaatst. Onze gedachten los laten en zijn zoals een veer, zal ons doen zweven, we zullen hierdoor de schatkamers kunnen binnen treden van innerlijke rust.
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
woensdag 5 augustus 2015
Dood en leven, de zin van het Leven
lieve jij,
Ja, dood en leven, de zin van het leven.
En wat dan hierna?
Wat is de betekenis van het hier zijn als we hier toch weer weg moeten gaan?
Dat heb ik in deze tekst wat verder uitgewerkt.
lieve zonnetjesgroet Kagib
HERINNERINGEN
Onze laatste rustplaats,
eindigend op de begraafplaats.
Maar meer en meer worden we verast.
Zijn we door de dood verrast?
We verhuizen naar een andere plaats van bestemming.
De as blijft achter in een urn.
De as blijft achter voor hen die achter bliijven.
Vasthoudend aan de herinnering,
hoe de dierbare was voor hij of zij wegging.
Deze herinnering houdt vast,
waardoor we niet verder kunnen of willen gaan.
Slechts terug willen draaien het bestaan.
Een intens verdriet, maar ook dierbare herinneringen,
voor hij of zij die men achter liet.
Er zijn foto's, tekstjes opgeschreven,
uit liefde, vol liefde, door hen die achter bleven.
Onverwelkbare bloemenpracht.
En zo wordt er nog heel veel aan de overledene gedacht.
Er is een gemis.
Een verlangen dat alles anders is.
Alles anders zou zijn,
soms een niet te dragen pijn.
En stil staat daar de urn,
de steen onbeweeglijk.
Er komt niemand terug,
ze zijn meegenomen door de wind.
En het leven gaat door, hier,
maar ook daar.
Want het Plan van God is nog lang niet klaar.
Niemand is uit het leven gestapt,
ze zijn slechts uit hun jasje gestapt.
En de wind waait.
En de bladeren laten los,
worden weer een met de aarde.
Waaruit zich eens de eerste boom openbaarde.
Uit deze overgave ontstaat ooit weer eens heel bos.
Rust in vrede, staat op elke steen.
Maar wie heeft de vrede gevonden.
Wie heeft de vrede binnenin gevonden?
Wiens ziel is niet ten diepste geschonden.
Voor ieder van ons, is vroeg of laat een plaats bereid.
Maar wie is er op dat moment werkelijk bereid?
Wie voelt dan diep van binnen, ja het is werkelijk mijn tijd?
De tijd om naar een andere wereld te gaan.
Ten diepste doorgrond hebbende het bestaan.
Wie is dan werkelijk klaar om te gaan?
Rust zacht, dierbare mens.
Maar alles zal anders zijn dan je verwacht.
Kagib
warme groet Jeltje
woensdag 29 juli 2015
de dood en het ego afsluiting.
afsluiting
Wacht de gelegenheid niet af, want de wereld is de gelegenheid, we zitten er al in. De wereld is een gelegenheid om te ontdekken. Het lijkt tegenstrijdig; tijd is de gelegenheid het eeuwige te ontdekken, het lichaam is de gelegenheid het niet lichamelijke te ontdekken, materie is de gelegenheid bewustzijn te ontdekken. Het hele bestaan is een gelegenheid. Woede is de gelegenheid compassie te ontdekken, hebzucht is de gelegenheid te leren delen, en de dood is de gelegenheid het ego binnen te gaan en te zien of het ik er is, of het ik er niet is. Als het ik er is, dan is de dood misschien mogelijk. Maar als je voor jezelf ontdekt dat 'het ik er niet is' dat er vanbinnen pure leegheid is, dat er niemand is - als je dat niemand zijn vanbinnen kunt ervaren, waar is dan de dood? Wat is dan de dood? Wie kan er dan sterven?
Als je weet hoe te leven weet je alles over het leven en over de dood.
Het gaat om dat je leeft echt leeft. Maar de zogenaamde religieuze mensen hebben je geleerd niet te leven. Zij zijn de scheppers van de dood. Ze hebben de dood op een heel indirecte manier geschapen, want ze hebben je zo bang gemaakt om te leven. Alles is verkeerd. Het leven is verkeerd, de wereld is verkeerd, het lichaam is verkeerd, liefde is verkeerd. Relatie is verkeerd, van iets genieten is verkeerd. Ze hebben gemaakt dat je je over alles zo schuldig voelt, over alles zo veroordelend bent, dat je niet kunt leven. En als je niet kunt leven, wat blijft er dan over? De afwezigheid, de afwezigheid van het leven en dat is de dood. En dan zit je in angst, zit je in angst voor iets wat er niet is, wat je eigen schepping is.
Maar je kunt de schoonheid van de dood enkel kennen, als je de schoonheid van het leven kent. Het leven bereidt je voor op de dood. Maar mensen leven helemaal niet; ze zijn op alle mogelijke manieren belemmerd om te leven.
De dood is een leugen. Je eindigt er niet mee, je maakt enkel een wending. Je gaat verder op een andere weg. Je verdwijnt van deze weg en verschijnt op een andere weg.
Leer te leven zo zul je kunnen sterven, alles over geven.
Osho
Warme groet Jeltje
dinsdag 28 juli 2015
de dood en het ego 3
de dood en het ego 3
Dit is het wonder van bewust Zijn, dit is iets om niet te missen. De mensen die het mislopen hebben helemaal niet geleefd. En het leven in zo'n intensiteit te kennen, in zo'n extase, is te weten dat er geen dood is. Het leven niet kennen, creëert de dood; onwetendheid over het leven creëert de dood.
Het leven kennen is weten dat er geen dood is, er nooit geweest is. Niemand is ooit gestorven en niemand gaat ooit dood. Doodgaan is onmogelijk vanuit de pure aard der dingen - alleen het leven bestaat. Ja het leven blijft maar van vorm veranderen; de ene dag ben je dit, een andere dag ben je iets anders. Waar is het kind gebleven dat je eens was?
Het kind is onschuldig dat is de kern. De jeugd loopt over van energie, dat is daar de kern van. En de oude mens heeft alles gezien, alles geleefd, alles gekend; wijsheid is ontstaan, dat is de kern. Maar zijn wijsheid bevat iets van zijn jeugd; het is ook overvloedig, het is stralend, het is vibrerend, het is kloppend, het is levend. En het heeft ook iets van het kind; het is onschuldig.
Als de oude mens niet ook jong is, is hij alleen ouder geworden, dan is hij niet oud. Hij is in de tijd gegroeid, in leeftijd, maar hij is niet volwassen. Hij is het misgelopen. Als de oude mens niet onschuldig is als het kind, als zijn ogen niet die kristallen helderheid van onschuld laten zien, dan heeft hij nog niet geleefd.
Als je totaal leeft, verdwijnen sluwheid en slimheid, en ontstaat vertrouwen. Dit zijn de criteria om te weten of iemand heeft geleefd of niet. Het kind sterft nooit, maar heeft enkel een metamorfose ondergaan. De jeugd sterft nooit, er is alleen weer een nieuwe mutatie. En denk je dat de oude mens sterft? Ja, het lichaam verdwijnt want het heeft zijn doel gediend, maar het bewustzijn zet de reis voort. Mensen die nog niet ontwaakt zijn, sterven ook niet. Zij moeten steeds weer in een of andere verschijningsvorm terugkomen, want de enige mogelijkheid om ontwaakt te zijn is dmv verschijningsvormen. De wereld is een samenhang om ontwaakt te worden, een gelegenheid.
Osho
Warme groet Jeltje
maandag 27 juli 2015
de dood en het ego 2
de dood en het ego 2
Hoe kunnen we het ego kennen? Breng wat meer gewaarzijn naar je bestaan. Iedere handeling moet minder automatisch gedaan worden dan je tot nu toe gedaan hebt, en je beschikt over de sleutel. Als je loopt, loop dan niet als een robot. Ga niet lopen zoals je altijd gelopen hebt, doe het niet mechanisch. Breng er wat gewaarzijn naar toe, vertraag, zorg dat iedere stap in vol bewustzijn genomen wordt.
Probeer het met eenvoudige handelingen. Er wordt niet van je verwacht geweldige dingen te doen. Eten, een bad nemen, zwemmen, lopen, spreken, luisteren, eten koken, kleding wassen - ontdoe de processen van hun automatische handelingen.
Ego is de staat van volslagen onbewustheid. De mind heeft bezit genomen van je hele wezen; het heeft zich als een kwaadaardig gezwel helemaal over je uitgespreid, niets is erbuiten gelaten. Het ego is het kwaadaardige gezwel van het innerlijk, het kwaadaardige gezwel van de ziel.
De enige remedie is wel bewustzijn, bewust Zijn. Dan ga je een paar terreinen op de mind terugwinnen. En het proces is moeilijk maar opbeurend, het proces is moeilijk maar betoverend, het proces is moeilijk maar opbeurend, het proces is moeilijk maar uitdagend, opwindend. Het brengt een nieuwe vreugde in je leven. Wanneer je terrein terugwint van de robot, van de mind, zal je verbaasd zijn dat je een totaal nieuw mens wordt, dat je wezen verjongd is, dat dit een nieuwe geboorte is.
Je zult verbaasd zijn dat je ogen meer zien, je oren meer horen, je handen meer aanraken, je lichaam meer voelt, je hart meer liefheeft - alles wordt meer. En niet alleen meer in de betekenis van hoeveelheid, maar ook in de betekenis van kwaliteit. Je ziet alles intenser voelt alles intenser. Meer en meer een ware verbondenheid met het bestaan.
En hoe meer terreinen worden teruggewonnen, des te meer en meer je leven bewustzijnsverruimend wordt en kleurrijk. Dan ben je een regenboog - het hele spectrum, alle muzieknoten. Je leven wordt rijker, veelzijdig, heeft diepte. Je bent je aan het ontplooien.
Osho
Warme groet Jeltje
zaterdag 25 juli 2015
de dood en het ego 1
de dood 1
Het eerste om over de dood te weten is dat de dood een leugen is. De dood bestaat niet; het is een van de meest bedrieglijke dingen. De dood is de schaduw van een andere leugen - de naam van die andere leugen is het ego. De dood is de schaduw van het ego. Omdat het ego er is, lijkt de dood te bestaan.
Het geheim van het kennen van de dood, van het begrijpen van de dood, ligt niet in de dood zelf. Dan moet je dieper in het bestaan van het ego gaan. Je moet kijken, gadeslaan, waarnemen. Gewaarzijn wat dit ego is. En de dag dat je ontdekt hebt dat er geen ego is, dat er nooit een geweest is - het leek maar zo omdat je niet bewust was, het leek maar zo omdat je je eigen zijn in het donker hield - de dag dat het begrepen wordt dat het ego een schepping is van een onbewuste mind, verdwijnt het ego en tegelijkertijd verdwijnt de dood.
De echte jij is eeuwig. Het leven wordt noch geboren, noch sterft. De oceaan blijft bestaan, golven komen en gaan - maar wat zijn golven? Enkel vormen, de wind die speelt met de oceaan. Golven hebben geen werkelijk bestaan. Zo zijn wij ook, golven, speeltjes.
Maar als we diep binnenin de golf kijken, is er een oceaan, en de eeuwige diepte ervan en het ondoorgrondelijke mysterie ervan. Kijk diep binnenin je eigen wezen en je vindt de oceaan. En die oceaan bestaat, die oceaan is er altijd. Je kunt niet zeggen 'hij was er,' je kunt niet zeggen 'hij zal er zijn.' Je kunt er maar één tijd voor gebruiken, de tegenwoordige tijd: hij is er.
Dit is de hele zoektocht van religie. De zoektocht gaat erom te ontdekken wat er werkelijk is. We hebben dingen geaccepteerd die er niet echt zijn, en het grootste en het belangrijkste daarvan is het ego. En natuurlijk werpt het een enorme schaduw - die schaduw is de dood.
Zij die rechtstreeks proberen de dood te begrijpen, kunnen nooit in het mysterie doordringen. Ze vechten met de duisternis. Duisternis is niet reëel, je kunt er niet mee vechten. Neem licht mee en er is geen duisternis meer.
Osho
Warme groet Jeltje
maandag 25 mei 2015
stukje uit..........nieuwsbrief Gnostieke wijsbegeerte Juni 2008.
Stukje uit.......
Het begrijpen van het leven voert tot het begrijpen van de dood.
Zoals het leven een proces is, is de dood dat ook. Het woord 'dood' werkt eigenlijk misleidend; in de Gnostieke Wijsbegeerte spreken we daarom van 'overgaan'.
'Dood' is immers een passieve en versteende staat zonder bewustzijn. We zeggen dus eerder dat het 'overgaan' een bepaald proces is, een proces van de ene naar een andere bewustzijnsstaat.
Echter geen hogere bewustzijnsstaat indien deze tijdens het aardse leven geen aandacht heeft gekregen. Alles wat je hier aanraakt (dus waar je aandacht aan geeft) vormt een bron van leven, van levenstrillingen. Die levenstrillingen zullen zowel hier in de stof tot manifestatie gebracht kunnen worden als in sferen tijdens het overgaan.
Geen enkele levenstrilling echter zal teruggebracht worden, leven gaat nooit terug, ze ontwikkelt, ze bloeit, ze manifesteert zichzelf. Alles wat geschapen wordt zal zich ontluiken tot een vorm. Iedere gedachte is als een zaad welke geplant wordt. Het overgaan is daarom een verwijlen in je eigen immense tuin van het door jouzelf geplante zaad. Sommige gewassen kunnen steken als doornen, anderen ontpoppen zich als de schoonste bloemen.
Maar zoals het met alle leven gaat zal ook deze tuin, dit 'kamaloka' zoals de Hindoegnosis dat zo treffend noemt ('Plaats der Begeerte'), eens weer vergaan. De Gnostieke Wijsbegeerte noemt dat het 'uitvibreren'. Het is immers (nog steeds) een natuurwet, dat elke trilling natuurwetmatig zal uitvibreren, zoals een golf der zee 'uitvibreert' in de zee of op weg naar de vloedlijn van het strand.
Zolang deze uitvibrering niet heeft plaats gevonden verwijl je in het Kamaloka, in je zelfgeschapen tuin, lijdend of jezelf verlustigend of wachtend of verbazend.
Na de uitvibratie zal datgene wat in jezelf wakker is, zich bewust worden van een 'devachan' (zoals nogmaals de Hindoegnosis die noemt), een bewustzijnsstaat van diep begrijpen. Indien er niets is wat wakker is treedt al spoedig de grote Vergetelheid in; de enige kracht welke zich niet laat uitvibreren is nog steeds die 'kama', die begeerte naar leven. Ontdaan van beelden zal zij op den duur haar magnetische binding met de aardse sferen niet langer kunnen weerstaan en zo wordt de ontledigde ziel wederom via de stof op een pijnlijke manier tot manifestatie gebracht.
Zo is de pas geboren mens enerzijds een tabula rasa, een onbeschreven blad, doch anderzijds een ziel met echo's. Wie zichzelf nooit zal leren kennen zal ook de echo's niet verstaan. Toch zullen zij hun resonanties zoeken...en vinden! Want wederom horen wij: 'het gelijke zoekt het gelijke...'.
De grote belofte van de Gnostieke Wijsbegeerte is dan ook dat de mens zijn karma kan neutraliseren door zijn inzicht in de 'echo's der ziel'.
Want inzicht is begrijpen, en begrijpen doet de mens zich gewaar worden dat hij gerechtigd is het Levensbrood, te hoogste genade, te nuttigen. Dit Levensbrood, deze genade, is voldoende voor de echo's om tot stilte te geraken.
De karmische zweep zal haar wreedaardige slagen of suikerzoete beloningen als een voortdurende natuurwetmatigheid uitdelen. Ze is niet gevoelig voor intellectuele beredeneringen of infantiele religieuze oefeningen.
Warme groet Jeltje
woensdag 28 mei 2014
tussen leven en dood Afsluiting
En daar waar sympathie is, naderen zielen elkander.
In de existentie aan gene zijde zijn er van tijd tot tijd top-concentraties van overledenen; indien er velen zijn die niet willen vervluchtigen wordt het tijd om een schoonmaak te houden, maar dit gaat niet via incarnatie, omdat men degenen die niet willen niet kan forceren, want zij zijn lichamelijk en geestelijk niet klaar, maar het gebeurt door een kosmische ramp, waarbij de atomen weer uiteen worden gedreven, atomen die eerst een vegeterend wezen bijeenhielden. Zij worden dus als 't ware opgelost in de ruimte.
Dit is geen ramp voor zielen, maar wel voor aardse mensen, omdat deze existeren met behulp van een ongestoord aards levensveld. Zo'n z.g. ramp staat ons dus weer te wachten.
Wanneer je verder ziet dan een aards leven, begrijp je dit, wanneer je dit niet doet is zo'n ingreep werkelijk een ramp, een totale vernietiging van alle levensvoorwaarden; deze zullen echter altijd weer worden hersteld, omdat de opdracht 'herstel het oorspronkelijke wezen' verder zal gaan, alleen zullen degenen die deze opdracht remmen 'opgeruimd' moeten worden, van tijd tot tijd.
Hierbij moeten we nooit denken aan de 'goedheid of de wrake Gods', dit is een primitieve opvatting, maar we kunnen uitsluitend denken aan kosmische wetten en aan levensvoorwaarden voor Sophia-zielen die indaalden en Pistis-zielen die zullen ontwaken om uitredding te brengen.
Het evangelie van de Pistis Sophia is volkomen waar, en slaat op een gebeurtenis die heeft plaatsgevonden en gebeurtenissen die doorlopend plaatsvinden.
Het is de optekening van een wetend Pistis-Sophia wezen dat waarschuwt, vertelt en de weg wijst.
En het is werkelijk de hart-ziel, de Sophia, die verzucht: "O Licht der Lichten redt mij, want ik heb mij vergist."
Iedere hart-ziel die zich vergist komt in narigheid en moeilijkheden, dat zullen sommigen kunnen onderstrepen, het zijn zij, die verzuchtingen zullen slaken en zullen blijven zoeken en proberen, totdat het Licht van waaruit zij kwamen op zal gaan in hun eigen hartzielen. Dan pas kunnen zij zeggen: Ik heb het Ge-weten en ik heb het voorvoeld: Het Licht der Lichten redt mij, indien ik roep in benauwdheid.
Maar het redt mij, opdat ik nooit meer zal vergeten.
Bron;Henk en Mia Leene.
warme groet jeltje
zaterdag 17 mei 2014
tussen leven en dood (2)
Gelijke zielen hebben contact met gelijke zielen, dit is een universele wet.
Oproepen kun je dezulken niet, zij komen en gaan op eigen initiatief, want ook hier heeft de mens niets te bevelen, het zijn de zielen die de wetten stellen.
Het is de Sophia, de hartziel, en de Pistis, de hoofdziel, die de kosmische wetten beheersen en niemand anders.
Een wakende hart- en een wakende hoofdziel heersen over een hoogstaand, vrijwillig geïncarneerd mens; een wakende Sophia beheerst een zoekend mens en een slapende Sophia kan nog niets beginnen, dan is het zoeken chaotisch, onbewust, dus uit-proberend.
Als de Sophia, de hartziel, in dit leven ontwaakt, word je je bewust van het doel des levens, begint je innerlijke Kennis te groeien en komt er de strijd tussen karakter en ziel.
Indien de hoofdziel, de Pistis, zich hierbij voegt, is er geen sprake meer van strijd, dan is er slechts de opdracht.
Slapende hartzielen bewonen zoekende, zich ontelbare malen vergissende mensen.
Om die hartziel te doen ontwaken komen er dus, soms, harde ervaringen, maar het is wel een teken dat deze hartziel waardevol is.
Denk hier aan "Het Evangelie van de Pistis Sophia" van Valentinus uit de 2de eeuw na Christus, dat geschreven werd door een mens met een wakende hart- en een wakende hoofdziel en uitsluitend op schrift werd gesteld voor de Sophia's, de hartzielen, die moeten ontwaken.
Pas als die hartziel is ontwaakt, kan er sprake worden van de hoofdziel, de Pistis.
Pistis betekent Kennis en natuurlijk gaat het hier om een ontwakende innerlijke Kennis, het Ge-weten.
Sophia houdt direct verband met intuïtie, het aanvoelen, maar het nog niet weten.
Pistis houdt direct verband met het Ge-weten, je hebt het Ge-weten, hetgeen totaal iets anders is dan wat de mens het geweten noemt.
Indien je je 'aanvoelen' of intuïtie negeert, beledig je de hartziel, de Sophia; indien een mens met een ontwaakte Sophia en een ontwaakte
Pistis zijn Ge-weten negeert, begaat hij een onherstelbare fout, een fout tegen de heilige geest, een vergrijp tegen de alles omvattende geest.
Het is totaal onnodig en onbelangrijk zich bezig te houden met het 'hoe en waarom van een leven na de dood', want dit is voor de mens hier van geen enkele waarde.
Voor deze mens is dit leven van belang en zelfs zij die menen waardevolle inlichtingen te krijgen van hen die aan gene zijde leven, kunnen nooit iets verkondigen wat een ontwaakte hartziel of ontwaakten naar hartziel en hoofdziel niet weten.
Men is aan gene zijde niet wijzer dan hier, men weet slechts iets van degenen die 'overgaande' zijn.
En dit is dus een tijdelijke inlichting, want de wijzen beperken hun existentie aan 'gene zijde'.
Je kunt dit zo duidelijk nalezen in het boek van Matthew Manning: nooit kreeg hij waardevolle inlichtingen, het waren altijd onwijze, beperkte en overbekende verklaringen.
Slechts de wijzen houden contact met de wijzen om een bepaalde reden: hulp aan zielen.
En deze wijzen bespreken dit nooit met onwijzen.
We kunnen vanuit gene zijde waarschuwingen krijgen, dingen die zich zullen voordoen in het magnetische veld van de aarde, en dit kan voor aardse mensen van belang zijn, maar nooit voor zielen.
Een waarschuwing voor een komend ongeluk b.v. komt altijd van een gestorvene, die iemand die hij liefhad wil waarschuwen om geen ontstellende fout te maken.
Deze waarschuwing wordt vrijwillig gegeven via een medium dat hem of haar ligt en waarvan hij weet dat het de betrokken mens zal bereiken of het wordt direct via hem of haarzelf gedaan.
Goede mensen met ontwaakte Sophia-hartzielen, worden soms voor dit doel gebruikt, maar ontvangen dan ook altijd zinvolle boodschappen.
Zinvolle boodschappen hebben altijd betrekking op zielelessen, levensenergie die nog verbruikt moet worden, en staat nooit in verband met onbenullige relaties.
Contact zoeken met gestorvenen is dus zinloos, zij zoeken contact met ons, indien zij dit nodig achten en dan zullen zij altijd weten hoe zij dit moeten doen.
Een ontwaakte Sophia-ziel noch een wijze die beide zielen ontwaakt bezit zijn mediums, neen, zij zijn een bewust en wetend contactpersoon, en dat is totaal iets anders.
Een medium staat open voor alles en iedereen, de anderen luisteren met onderscheid en weten wat zij met de boodschappen moeten doen.
Een ander geval is het gevoelig zijn voor het aardmagnetisme: het voorvoelen van aardse rampen, het voorvoelen van menselijke neigingen, het voorvoelen of 'lezen' van menselijke gedachten, dit zijn lichamelijke gaven, die veel dieren ook bezitten.
Het pendelen behoort hier o.a. toe.
Het is het zich afstellen op het aardmagnetisme.
Dieren kunnen dit zonder pendel.
Niemand hoeft hierop prat te gaan.
In onze tijd worden deze verloren gegane lichamelijke gaven opnieuw ontwikkeld en zij dienen het aardse welzijn, hetgeen ook nodig is. Maar dit heeft niets te maken met boodschappen die ontvangen worden via de Sophia of direct via de Sophia en de Pistis, dat zijn bewuste contacten en bewuste aanwijzingen die nooit zullen worden genegeerd, zoals met de berichten via het aardmagnetisme wel wordt gedaan, indien er geen wakende Sophia aanwezig is.
Dan wordt het een spel met lichamelijke energie en zal er meer energie worden afgetapt dan goed is voor het lichaam, omdat men er niet bewust en wijs mee kan omgaan.
Het spelen met de energiewetten is een verschijnsel van onze tijd.
Bezien in deze alomtegenwoordige energie waaruit alles en allen leven is de dood natuurlijk een fictie.
Het is werkelijk het verwisselen van een aards kleed voor een etherisch kleed.
Hierbij is het goed even te memoreren dat bewondering hier misplaatst is: men bewondert geen mediums, noch pendelaars, noch voorspellers.
Bewondering is überhaupt een remmende emotionele uiting, net als verering, het verwonderen brengt ons verder, het opent ons voor nieuwe impulsen.
Het is beter met begrip over iemand te spreken, dan met bewondering; begrip houdt liefde in, bewondering kan in jaloezie eindigen.
Begrip kan tot medeleven komen en medeleven is de hoogste vorm van sympathie.
Bron; Henk en Mia Leene
warme groet
vrijdag 16 mei 2014
tussen leven en dood (1)
Het gebeurt zelden dat jonge mensen aan de dood denken, omdat zij midden in het leven staan; niettemin weet niemand van ons wanneer hij zal sterven of hoelang hij te leven heeft.
Ook astrologisch is dit niet te voorspellen, omdat het einde van een leven bepaald wordt door enkele onvoorspelbare factoren.
Ten eerste: hoe wordt er omgegaan met de levensenergie, gebruiken we deze zuinig en efficiënt; ten tweede: in hoeverre staan we bloot aan lichamelijk, emotioneel of agressief geweld; en ten derde: in hoeverre hebben we ons verbonden met de allopathische geneeskunde en het kunstmatig verlengen van het leven.
In de kosmos wordt er geen rekening gehouden met ÈÈn mensenleven, maar er wordt gerekend met de kwantiteit aan energie en deze kan, afhankelijk van de mens, over ÈÈn dan wel twee levens worden verdeeld.
De oude uitdrukking 'het is je tijd nog niet', slaat uitsluitend op de energetische mogelijkheden, maar nooit op onvoorziene ogen-blikken: geweld, verkeer, de wil om kunstmatig het leven te verlengen en emotionele uitputting.
De wet van leven en dood is namelijk ingesteld op het normaal functioneren van de lichamelijke en geestelijke voorwaarden.
Zondigen we tegen deze kosmische wet dan kunnen we de levensduur verlengen dan wel verkorten.
Levensduur is iets totaal anders dan Het leven.
Levensduur is een totaal onbelangrijk begrip en heeft te maken met tijd en tijd is onbekend in de eeuwigheid.
Wij mensen meten alles naar tijd, wij bouwen aan menselijke voorstellingen en houden rekening met menselijke, dus beperkte, begrippen. We leven in een tijd dat we, als mensen, beschikken willen over het geboortetijdstip en het stervensmoment.
Het zijn twee voorzieningen die ons, al zou het anders lijken, uit de hand worden genomen, want in het grote geheel zullen de wetten co˚te que co˚te voortgang vinden.
De wet van incarnatie bepaalt de geboorte, en de wet van energie bepaalt het sterven.
Daar tussenin bevindt zich de school des levens, die we nodig hebben voor het herstel van het oorspronkelijke wezen dat we zijn.
Alles wat zich daarbuiten afspeelt is onbelangrijk en leidt ons slechts af van de opdracht: herstel van het oorspronkelijke wezen. Indien je vanuit dit gezichtspunt het menselijke leven beschouwt is het dermate gevuld met onbelangrijke dingen, dat het begrijpelijk wordt dat een mens zo lang nodig heeft, levens en levens, om te leren.
Er wordt minimaal geleerd en maximaal tijd verdaan.
Neem onze tijd van milieuvervuiling en de alom aanwezige dreiging van atomaire rampen; we schuiven de mogelijke vernietiging al pratende, spelende, experimenterende en filosoferen-de van ons af.
En laten we nu niet menen dat aan de andere kant van het leven in het rijk der doden, de mensen zich anders zullen gedragen.
Hier is de leerschool, niet daar, hetgeen we wellicht foutief ooit hebben aangenomen.
Aan de andere zijde is het een wachtkamer waar de ene lang, de andere kort vertoeft.
Het lange of te lange vertoeven is een gevolg van het niet willen wegsterven, dus een gevolg van het aardse niet willen sterven.
Als iemand zegt: "Het is jammer dat ik sterf, want ik had nog zoveel te doen" wat houden die woorden dan in?
Iets te doen voor de maatschappij, het gezin, de carrière?
Belangrijk werk, bezien in het grote geheel, zal altijd worden afgemaakt dan wel goed worden overgenomen, want hier gelden de kosmische wetten. Ook hier telt echter altijd onze menselijke beoordeling: wat was of is belangrijk?
Een waardevol mens krijgt altijd de kans zijn opdracht af te maken en zal altijd de energie daartoe bezitten.
Ik ken een dominee, die ernstig ziek was en overal hulp zocht, omdat hij zoals hij zei: 'nog zoveel kerkelijk werk te doen had'.
In het grote geheel bezien is dit natuurlijk onbelangrijk en gelden voor hem eerder de woorden: 'Houdt u bezig met uw ziel en niet met organisatorische belangen'.
Vandaar dat zo iemand dan geen kosmische hulp zal ervaren, maar wanhopig overal, betrekkelijke, menselijke hulp zal zoeken.
In het leven aan gene zijde, als we dit al 'leven' kunnen noemen, zijn de beklagenswaardige typen diegenen, die tussen twee sferen vegeteren.
Zij zijn blijven staan bij hun z.g. belangrijke werk, of hun z.g. belangrijke bezit en kunnen noch verder noch teruggaan.
Zij incarneren ook niet voordat zij zich los hebben gemaakt van deze binding, en dat betekent een kwelling, omdat je niet werkelijk ermede kunt bezig zijn, noch je er werkelijk van kunt losmaken.
Dit is wat soms genoemd werd 'het vagevuur' en heeft niets met vuur te maken, maar wel met een onbepaalde energie.
Zoals hier op aarde is het aan gene zijde evenzo: de daad bepaalt de voortgang.
Niemand bepaalt zelf wanneer hij incarneert, het is de som van het bewustzijn die dat bepaalt.
Deze som bepaalt het gedwongen incarneren, terwille van de nog noodzakelijke leringen, ofwel het vrijwillig incarneren, terwille van een vrijwillig aanvaarde opdracht.
En zij die een opdracht vrijwillig aanvaarden, krijgen ruimschoots de kans deze te vervullen.
"In het rijk aan gene zijde zijn vele woningen", een overbekende uitspraak, die te maken heeft met sferen die zijn afgesteld op bewustzijnsstadia.
Hierop aarde bepalen we dus zelf waar we komen na onze dood.
Alle hulp in gene zijde is tijdelijk; het overgaan van het ene naar het andere veld vraagt soms hulp, bij bepaalde mensen.
Anderen gaan direct daarheen waar ze behoren.
Als ze eenmaal in hun eigen sfeer zijn, zijn ze niet meer bereikbaar voor spiritistische seances, noch voor mediums, maar komen vrijwillig, in een noodgeval, indien zij dit zelf noodzakelijk achten.
Doch het is altijd kenmerkend met wie zij contact zoeken.
Bron; Henk en Mia Leene.
warme groet Jeltje
donderdag 24 april 2014
De roep van de dood.
De roep van de dood is een roep van liefde. De dood kan zoet zijn als we bevestigend antwoorden, als we hem accepteren als één van de grote eeuwige vormen van leven en transformatie.
Hermann Hesse
Een kort berichtje maar niet minder waardevol. Warme groet Jeltje
vrijdag 28 maart 2014
bijna dood, Leonard Jacobson
Enkele jaren geleden in New York vroeg Lesley - een studente en vriendin van me - of ik een privé-sessie zou willen doen met een vriendin van haar die tamelijk ziek was geweest. Eigenlijk was Ellen te ziek om te reizen en ik zou haar moeten bezoeken op haar kamer op Long Island.Natuurlijk stemde ik toe.
Dagen later.Ik ging naar de wachtkamer terwijl Lesley naar Ellens kamer ging om het bezoek aan te kondigen. Toen ik de wachtkamer verliet, ving Lesley mij op met een bezorgde trek in haar gezicht.
'Ze is er veel slechter aan toe dan ik had verwacht', legde ze uit.
Ik volgde Lesley naar Ellens kamer. Ellen lag, gesteund door kussens, op een bed dat op een ziekenhuisbed leek. Ze had buisjes in haar neus en arm, en ze was erg bleek. Ik had het vermoeden dat ze niet lang meer te leven had.
In eerste instantie voelde ik me een indringer.
'Ik ben er niet zeker van op welke manier ik iets voor je kan doen', zei ik.
Ellens stem was slap en bibberig.
'Ik vond je boek mooi, je bent van zover gekomen, waarom blijf je niet even', antwoordde ze.
Ze was erg lief, en ik was erg ontroerd door haar onschuld. Lesley verliet de kamer en wij waren alleen. Ik zat vijf minuten naast haar zonder te spreken.
'Wat voel je nu?' vroeg ik haar.
Ze wachtte even alsof ze vanbinnen voelde.
'Ik ben bang. Ik ben bang om te sterven', zei ze.
Ze begon te huilen. Ik nam haar hand en zat naast haar in volle aanwezigheid, terwijl ik direct in haar betraande ogen keek. Er was geen aanleiding te ontkennen dat haar dood naderde.
'Je mag best bang zijn', zei ik. Voel de angst maar. We gaan allemaal dood en we zijn allemaal bang om te sterven. En toch is de dood een onvermijdelijk deel van het leven.'
We keken in elkaars ogen. Ik kon de angst binnen in haar zien. Hij grensde aan paniek.
'Vertel me weer wat je voelt', zei ik zachtjes. Ik wilde haar in contact brengen met haar gevoel. Ik wilde haar de angst laten voelen en ermee aanwezig zijn.
'Ik ben bang. Ik wil niet sterven.'
Er kwamen nog meer tranen.
'Voel die angst' zei ik, en ik moedigde haar aan om aanwezig te blijven. 'Voel gewoon de angst! Probeer er niet van weg te gaan.'
Ze leek op mijn voorstel in te gaan. Na een tijdje stopten de tranen. Er was een tamelijk lange periode van stilte. Haar ogen waren gesloten en ik bleef helemaal met haar aanwezig. Uiteindelijk sprak ze.
'De angst is gestopt', zei ze met enige verbazing. 'Ik voel me nu vredig'.
Ze opende haar ogen en glimlachte naar me.
'Ik voel een diepe vrede. Het is prachtig', zei ze.
'Ik voel een diepe vrede. Het is prachtig', zei ze.
Ze sloot haar ogen en verzonk in het gevoel van diepe vrede dat in haar opkwam.
'Dat is prachtig', herhaalde ze zachtjes enkele keren met nog steeds gesloten ogen. Plotseling lichtte haar hele gezicht op met de helderste glimlach.
'De engelen zijn hier', zei ze. 'Er zijn engelen bij me.'
Haar gezichtsuitdrukking was een mengsel van verbazing en verrukking.
'Ze zeggen me dat alles precies goed is en dat er geen reden tot angst is.'
Plotseling opende ze haar ogen en keek direct naar me.
'Ze vertellen me dat ze jou naar me toe gestuurd hebben.'
We keken in stilte in elkaars ogen. Ze was erg aanwezig met me. Tussen ons beiden was er een bijzonder sterk gevoel van liefde aanwezig in dat eeuwige moment van NU. Haar hele wezen straalde zoveel licht uit dat ik nauwelijks haar gezicht kon zien. Ze ging werkelijk in licht op.
'Je lost op in licht', zei ik haar.
'Is dat werkelijk zo?' vroeg ze met de onschuld van een kind.
Ik knikte en zij sloot haar ogen om het te voelen.
'Zelfs nog meer', zei ik zacht.
En het was de waarheid. Haar hele lichaam straalde van licht en er was zoveel licht rond haar hoofd dat ik nauwelijks haar gelaatsuitdrukking kon zien. Ze ontspande en genoot van het feit dat ze in licht was getransformeerd.
Enkele minuten gingen voorbij voordat er een nieuwe onthulling kwam.
'God is bij me', fluisterde ze met ontzag. 'God is bij me.'
Ze verkeerde blijkbaar in een innerlijke staat van vervoering. Na een tijdje opende ze haar ogen.
'Ontzettend bedankt', fluisterde ze zacht. 'Ik ben nu klaar om te sterven. Ik ben niet bang meer.'
'Weet je het zeker?' vroeg ik.
Ze knikte en met een glimlach sloot ze haar ogen, klaar om te sterven.
Ik zat bij haar in aanwezigheid en stilte en we wachtten samen op haar dood. Na ongeveer twintig minuten verstoorde ik zachtjes de stilte.
'Hoe voel je je?' vroeg ik. Ze opende een oog.
'In feite voel ik me sterker', zei ze. 'Ik denk niet dat het vandaag gaat gebeuren.'
Ik vertelde haar dat ik moest gaan, en vroeg haar of ze wilde dat ik morgen terug zou komen. Ze zei ja en dus keerde ik de volgende dag terug op dezelfde tijd. Een uur ging aangenaam voorbij zonder dat ze overleed. Eerlijk gezegd kwam ik de drie volgende dagen ook bij haar en elke dag werd ze sterker. Voor zover ik weet, leeft ze nog steeds, maar ik heb verder geen contact meer met haar onderhouden.
Mijn ervaring met Ellen was één van de meest heilige gebeurtenissen van mijn leven en bevestigde wat ik al wist. Het is zo belangrijk om onze angsten te voelen en te erkennen, en aanwezig te blijven met al onze gevoelens in alle situaties, maar in het bijzonder bij een overlijdingssituatie.
Leonard Jacobson.
warme groet jeltje
donderdag 17 januari 2013
In het gezicht van de dood
In het gezicht van de dood
Ingrid Van Mater
Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. – Romeinen 14:7
De dood is zo onvermijdelijk, zo vertrouwd, en toch blijft hij een van de grote mysteriën van het bewustzijn. Ons menselijk dilemma inzake de vele onweegbare factoren die er een rol in spelen, is dat wij ons letterlijk tussen twee werelden bevinden. Wij klampen ons slaafs vast aan wat wij kunnen zien, en zijn ontevreden; toch voelen we ons in ons verlangen meer te willen weten, onzeker over wat wij niet zien. Het is logisch dat wij de geboorte blijmoediger accepteren dan de dood, want geboorte betekent in wezen een verschijnen in het zichtbare leven, een vermeerdering, terwijl de dood voor onze tastbare wereld een wegnemen is. De dood heeft bovendien altijd twee aspecten: er is iemand die sterft en er zijn degenen die achterblijven. Hoe de situatie ook is, de dreiging van onze eigen dood of het verlies van een familielid of vriend, het gezicht van de dood leidt ertoe dat wij op onszelf worden teruggeworpen, en roept zulke essentiële vragen op als Wie ben ik? Waarom ben ik hier? en Wat gebeurt er werkelijk bij de dood?
Shakespeare, schrijvend over de onbestendigheid van deze uiterlijke wereld, beantwoordt de vraag Wie ben ik? op deze wijze:
. . . Wij zijn van de stof
Waarvan dromen zijn gemaakt, en ons kleine leven
Wordt afgerond door een slaap. . .
– De Storm, 4:1
Wat een bemoedigende gedachte is het in te zien dat de dood is verbonden met de slaap, waarin we ons zo vol vertrouwen begeven, wetende dat wij de volgende dag zullen ontwaken. Maar wat weten we in werkelijkheid van de slaap? ‘Slaap,’ zegt Shakespeare, ‘de dood van het leven van iedere dag . . .’
Als we deze twee gedachten combineren, krijgen we het onthullende beeld van de slaap als een korte dood en de dood als een lange slaap die ons ‘korte leven’ afrondt. Onder de ouden werd de dood vaak de grotere of volmaakte slaap genoemd. We weten hoe noodzakelijk de slaap is voor ons welzijn. Het is een natuurwet voor mens en dier. De ‘stof waarvan dromen zijn gemaakt’, wil zeggen dat het wezenlijke deel van ons niet het lichaam of de persoonlijkheid is, die beide vergankelijk zijn, maar het innerlijke bewustzijn. Wanneer wij ’s nachts gaan slapen, bevinden we ons duidelijk in een andere toestand van bewustzijn. We dromen, maar herinneren ons meestal weinig van wat er is gebeurd, behalve dat, wanneer we ontwaken, we verfrist zijn en eenvoudig weer beginnen waar we de vorige dag ophielden. Soms hebben we echter verwarrende dromen, of buitengewoon mooie, die ons zelfs veel intenser toeschijnen dan wat we in onze wakende toestand beleven. Het is een groot mysterie waar we heengaan als we slapen en wat de verschillende stadia van het dromen zijn.
In het licht van het grootsere panorama van vele levens, is ieder leven in feite slechts een stipje in de eeuwigheid, een ‘kort leven’, dat door een welkome rust of pauze wordt afgerond of tijdelijk voltooid. Afhankelijk van de kwaliteit van ons denken en ons leven, is deze langere slaap na het sterven gevuld met prachtige dromen, die tijdens het leven hier op aarde nooit werden gerealiseerd, een vervulling van onze hoogste aspiraties. En terwijl de menselijke ziel van haar gelukkige dromen geniet, is ons hoogste deel, de onsterfelijke goddelijkheid, vrij zich te begeven naar zijn stellaire tehuis. Het besef dat deze band tussen slaap en dood bestaat, en dat ons niets overkomt dat geheel vreemd of angstaanjagend voor ons is wanneer we heengaan, is op zichzelf een steun en een troost, zowel voor degene die de dood wacht als voor hen die achterblijven. Alles wat we waren en hoopten te zijn in onze incarnatie, het essentiële van ons wezen, wordt tot werkelijkheid.
Hoe belangrijk is het het patroon te begrijpen en dat ten grondslag ligt aan de continuïteit van de geest, achter de eb en vloed van het gemanifesteerde leven. We beginnen onszelf te zien als passend in een goddelijk schema van een eindeloze evolutionaire ontplooiing, die ons steeds ruimere horizonnen toont. Dat beeld geeft perspectief aan het huidige leven. Wetende dat we ons lot zelf hebben bepaald, zien we de rechtvaardigheid van de omstandigheden waarin we ons bevinden en die we in het verre verleden hebben geschapen. In dit verband kunnen we begrijpen dat er voor ieder van ons een juist moment is om geboren te worden en een juist moment om te sterven, en dat dit in harmonie is met de cyclische wetten van het bestaan die uitgaan boven ruimte en tijd. Het is duidelijk dat, als we in deze wetten ingrijpen, er moeilijkheden ontstaan. Hoe bedroevend is het om te zien dat in deze tijd zelfmoord onder jonge mensen toeneemt, want hier geldt dat, wanneer men zich van het leven berooft, dit een verstoring is van de harmonie in de natuur en van de innerlijke tijdsorde. Dit betekent lijden, niet alleen voor hen die achterblijven, maar ook voor degenen die voor deze stap gekozen hebben, want in plaats van een onmiddellijke vrede en verademing te brengen, zal de toestand van verwarring en wanhoop die tot deze daad leidde, worden versterkt in een droomtoestand na de dood van het lichaam. Konden zij maar tijdig tot het besef komen hoe kostbaar het leven is en dat de diepten van wanhoop in onszelf nieuwe mogelijkheden kunnen voortbrengen, nieuwe inzichten, nieuwe krachten. Zij die zich overgeven aan deze methode, in een poging hun problemen op te lossen, zijn dikwijls onder invloed van drugs en weten niet wat zij doen, of overweldigd door spanningen of door eisen die aan hen worden gesteld waarmee ze geen raad weten. Maar de natuur, hoe veeleisend ook, is tevens meedogend. Het is niet meer dan logisch dat een door en door goed en gewetensvol mens, op welke wijze hij ook stierf, te zijner tijd in de dood de vredevolle rust zal vinden die hij heeft verdiend. Want tenslotte zijn wij zowel in de dood als in het leven – onszelf.
Natuurlijk kan men het gevoel van verdriet, de eenzaamheid van hen die iemand door de dood verliezen en achterblijven, niet veranderen. Als er in deze wereld geen medeleven bestond, zou het maar een troosteloze plek zijn. Ware liefde houdt stand in leven en dood en zij die tot elkaar worden aangetrokken door banden van liefde, zullen in andere levens telkens weer worden samengebracht. Bij het heengaan wordt degene die lijdt omgeven en beschermd door het medeleven van vrienden, wat een tastbare hulp betekent. Wanneer we innig verbonden waren met een ander, bestaat er een netwerk van gedachten en gevoelens, een uitwisseling. Als die persoon weg is, komt er aan die uitwisseling een einde. Daarom is het alsof een deel van ons sterft met degene die van ons is heengegaan. Deze ervaring is bijzonder intens voor hen die zijn grootgebracht met de gedachte dat de dood het einde is of dat er nooit meer een hereniging op aarde zal zijn. Maar de natuur is oneindig meedogend. Het duurt even voor het volle besef van wat er is gebeurd tot alle gebieden van ons wezen doordringt. Deze bewustwording komt geleidelijk, vaak aanzienlijk later dan de gebeurtenis. Het zou een te grote schok zijn als dit niet zo was. Het is zeker dat er door het grootste verdriet een onuitsprekelijke schoonheid straalt wanneer we de ware aard van wat er gebeurt beginnen te voelen, en we beseffen dat er innerlijk geen scheiding bestaat en dat degene die is heengegaan volledige rust geniet.
Er is een passage in de Bhagavad Gita die op het eerste gezicht nogal hard lijkt, maar die spreekt tot de kracht in ieder van ons, en het ware mededogen niet loochent:
Dood is onvermijdelijk voor al wat geboren is en wedergeboorte voor alle stervelingen; het past u daarom niet over het onvermijdelijke te treuren.
Zulke verlichte wijsheid als vervat in deze woorden, zou niet zijn verkondigd in een geschrift dat het leven van ontelbare miljoenen mensen door de eeuwen heen heeft geleid, als het niet een filosofie bevatte die begrepen en toegepast kon worden. Als menselijke wezens hebben we, op grond van ons mentaal en spiritueel potentieel, het recht verworven de taak te volbrengen, hoe moeilijk die ook is, meer en meer universeel en onpersoonlijk te worden in ons begrip en onze levensopvatting. Het leven is geen gemakkelijk pad en de dood, die alle mensen overkomt, is een van de vele bewustmakende ervaringen, waardoor we tonen wat we waard zijn, en we onszelf vinden. In elk van ons is een bemoedigende kracht, die ons door iedere beproeving heen helpt. We kunnen ons niet veroorloven bij het verleden stil te staan, maar moeten altijd vooruit, met vertrouwen en hoop, wetende dat als er één deur dicht gaat, een andere zich opent.
Warme groet Jeltje
zondag 11 november 2012
De koning die niet dood wilde
De koning die niet dood wilde
Er was eens een koning en hij ging dood. Maar hij wilde niet. Onder zijn kleed op zijn borst droeg hij het horloge dat hij had gekregen van zijn moeder toen zij stierf. Toen zijn hofarts zag hoe vertederd de koning naar dat horloge keek kreeg hij mededogen en zei: ‘Als alle bladeren van de bomen in uw paleistuin zijn afgewaaid is het uw tijd.’ En hij ging zelf. De koning gaf de paleishovenier de opdracht alle bomen en struiken in zijn paleistuin om te hakken en te vervangen door bomen en struiken waar geen blad aan zat.
Toen de hovenier net voor de herfst klaar was, zag de koning door de tuin de Dood naderen. Deze sprak, aangekomen in de slaapkamer van de koning, met diepe basstem: ‘Majesteit, ik kom u halen…’ maar de koning wees naar buiten en antwoordde: ‘Nee, want er is nog geen blad gevallen!’ Toen vroeg de Dood waarom hij de treurwilg in de uiterste hoek van de tuin niet had laten omhakken. En met betraande ogen antwoordde de koning: ‘Dat kon ik niet! Die staat op het graf van mijn moeder…’ De Dood knikte vol begrip en zei: ‘Als morgenavond de klokken in uw paleis tien uur slaan, kom ik weer. Dan kom ik u halen.’ En hij liet de koning achter.
De koning gaf zijn lakeien direct opdracht alle uurwerken in het paleis kapot te slaan, wat zij die nacht en volgende dag ook fanatiek deden.
In de avond arriveerde de Dood opnieuw bij de koning in de slaapkamer, maar weer toen hij zei dat hij de koning kwam halen, schudde deze heftig het hoofd en zei: ‘Er heeft nog geen klok tien uur geslagen!’ De Dood antwoordde niet, maar op het moment dat hij zijn schouders ophaalde, klonk er van onder het nachthemd van de koning een speeldoosachtig tingelgeluidje. Geschrokken haalde de koning het uurwerkje van zijn moeder tevoorschijn.
‘Waarom hebt u dat niet stuk laten slaan?’ vroeg de Dood.
‘Dat kon ik niet,’ snikte de koning, ‘het was van mijn moeder. Ze gaf het mij toen ze stierf…’ Weer knikte de Dood vol begrip en zei: ‘U hield veel van uw moeder, nietwaar?’
‘Zielsveel!’ zuchtte de koning en zijn borst zwol van ontroering.
‘Zou u haar nog wel eens weer willen zien?’ vroeg de Dood met zachte stem.
‘Oh ja! Dat is mijn liefste wens,’ riep de koning. Daarop ging de deur open en kwam zijn moeder binnen. Schreiend vielen ze in elkaars armen en de koning riep wanhopig: ‘Moeder, ik wil niet!’ Met haar broze handjes streek zijn moeder hem door het haar en antwoordde: ‘Jongen dat geeft niet. Je bent het al….’
Vrij naar G. Bomans door Ferdy Masselink
Warme groet Jeltje
vrijdag 21 september 2012
tegendeel
Als je door een bos loopt dat niet door de mens getemd is
en dat met rust gelaten wordt, zie je het niet alleen krioelen van leven
maar zie je bij elke stap ook omgevallen bomen en rottende boomstronken,
rottend blad en composterend materiaal.
Overal waar je kijkt zie je leven en dood.
Maar bij nadere inspectie ontdek je dat de rottende boomstronk
en de rottende bladeren niet alleen nieuw leven schenken
maar zelf vol leven zijn. Er zijn micro-organismen aan het werk.
Moleculen herschikken zich. De dood is dus nergens te vinden.
Er is alleen een metamorfose van levensvormen.
Wat kun je daarvan leren?
De dood is niet het tegendeel van het leven.
Het leven heeft geen tegendeel.
Het tegendeel van de dood is de geboorte.
Leven is eeuwig.
Uit: De Stilte Spreekt
Eckhart Tolle
woensdag 18 april 2012
Zachte dood
Zachte dood
Ik volg de contouren van je naam
diep geetst in mijn hele wezen
kwetsbaar zacht was jouw verglijden
je tere ziel treft geen blaam
in de tijd waarin je moest strijden
tot aan je zachte dood
het beeld van je oude handen gevouwen
alsof de tijd je verstilt gevangen hield
grijze lokken omvlochten je hoofd
het leven had niets meer te ontvouwen
of lag er iets op je weg wat was beloofd
tot aan je zachte dood
nog bestormen mij de laatste uren
van je breekbaar zachte wenken
de verlossing bracht jouw geschenken
in het vervliegen van geleende tijd
de laatste adem het korte duren
tot aan je zachte dood
© John Jille
Ik volg de contouren van je naam
diep geetst in mijn hele wezen
kwetsbaar zacht was jouw verglijden
je tere ziel treft geen blaam
in de tijd waarin je moest strijden
tot aan je zachte dood
het beeld van je oude handen gevouwen
alsof de tijd je verstilt gevangen hield
grijze lokken omvlochten je hoofd
het leven had niets meer te ontvouwen
of lag er iets op je weg wat was beloofd
tot aan je zachte dood
nog bestormen mij de laatste uren
van je breekbaar zachte wenken
de verlossing bracht jouw geschenken
in het vervliegen van geleende tijd
de laatste adem het korte duren
tot aan je zachte dood
© John Jille
zondag 1 april 2012
Er is geen dood
Er is geen dood!
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
Een nieuw habijt is voor U weggelegd.
"Ik ga je voor", heeft menigeen gezegd
Tot U, aan wien hij hier zijn liefde had gegeven.
Als nieuwe liefde bloeit, verdringt zij dan de oude?
Heeft zij die banden ruw vaneen gescheurd?
Of is het zóó, dat wat dan is gebeurd
Voltooiing is van wat gij met hen bouwde?
Voltooiing? Neen, maar wel een verder weven
Van alle banden, oud en nieuw geknoopt.
D' ervaring leert, wat gij steeds hebt gehoopt:
Er is geen dood, doch voortgang van het leven.
Het Leven is uit God, de Liefde, Die het Al omvat.
Uit Zijne Liefde bloeit de band, die U verbindt
Met hen, die zijn gegaan en hen, die gij nu vindt
Aan Uwe zij, als een U hier opnieuw gegeven schat.
En Ginds? Het inzicht is verruimd, door Gods Gena gezuiverd.
In Zijne Liefde zijt ook gij met hen daar saam geketend,
Met allen, die U lief en dierbaar waren. Dit betekent:
Er is geen dood, waarvoor gij hebt gehuiverd.
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
De ziel wordt met een nieuw habijt bekleed.
De "Dood" opent de deur naar daar, waar al het leed,
De scheiding en de smart in Liefde zijn opgeheven.
O. Gunning Sr
Bron:http://www.spirituelevrienden.nl/
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
Een nieuw habijt is voor U weggelegd.
"Ik ga je voor", heeft menigeen gezegd
Tot U, aan wien hij hier zijn liefde had gegeven.
Als nieuwe liefde bloeit, verdringt zij dan de oude?
Heeft zij die banden ruw vaneen gescheurd?
Of is het zóó, dat wat dan is gebeurd
Voltooiing is van wat gij met hen bouwde?
Voltooiing? Neen, maar wel een verder weven
Van alle banden, oud en nieuw geknoopt.
D' ervaring leert, wat gij steeds hebt gehoopt:
Er is geen dood, doch voortgang van het leven.
Het Leven is uit God, de Liefde, Die het Al omvat.
Uit Zijne Liefde bloeit de band, die U verbindt
Met hen, die zijn gegaan en hen, die gij nu vindt
Aan Uwe zij, als een U hier opnieuw gegeven schat.
En Ginds? Het inzicht is verruimd, door Gods Gena gezuiverd.
In Zijne Liefde zijt ook gij met hen daar saam geketend,
Met allen, die U lief en dierbaar waren. Dit betekent:
Er is geen dood, waarvoor gij hebt gehuiverd.
Er is geen dood, slechts overgang van leven.
De ziel wordt met een nieuw habijt bekleed.
De "Dood" opent de deur naar daar, waar al het leed,
De scheiding en de smart in Liefde zijn opgeheven.
O. Gunning Sr
Bron:http://www.spirituelevrienden.nl/
vrijdag 9 maart 2012
Wat is een goede dood?
Is er wel een goede dood?
en als er een goede dood is,
welke dan?
De verwachte
de voorbereide
de zachte
de plotselinge
de gelovige
de ongelovige
de gewenste?
En voor wie is ze dan goed,
voor de gestorvene,
voor de nabestaanden?
Of er een goede dood is of niet,
wie zal het zeggen?
Laat er in ieder geval liefde zijn.
De liefde met al haar talenten:
zo stèrk als de dood
De liefde met de dood
het enige en echte mysterie van het leven.
Marinus van den Berg.
Ontwaken
en als er een goede dood is,
welke dan?
De verwachte
de voorbereide
de zachte
de plotselinge
de gelovige
de ongelovige
de gewenste?
En voor wie is ze dan goed,
voor de gestorvene,
voor de nabestaanden?
Of er een goede dood is of niet,
wie zal het zeggen?
Laat er in ieder geval liefde zijn.
De liefde met al haar talenten:
zo stèrk als de dood
De liefde met de dood
het enige en echte mysterie van het leven.
Marinus van den Berg.
Ontwaken
zondag 19 februari 2012
zondag 2 oktober 2011
dinsdag 20 september 2011
Beleving van sterven en dood door de eeuwen heen
De houding tegenover sterven en dood heeft in de loop van de eeuwen in de westerse wereld wijzigingen ondergaan.
Tot ongeveer de twaalfde eeuw waren mensen vertrouwd met sterven en dood, omdat dit deel uitmaakte van het dagelijks bestaan. Men deed geen poging de dood te ontvluchten.
Het sterven was een openbaar ceremonieel, waaromheen zich tal ven rituelen afspeelden. De kamer of de ruimte waar de stervende zich bevond, was een publieke plaats, waar iedereen ongehinderd binnen kon komen. Essentieel was dat de familie, buren, en anderen aanwezig waren. Een sterf-scene zonder aanwezigheid van kinderen was zelfs ondenkbaar. De dood was voor ieder mens een lotsbestemming. De mensen leefden in het bewustzijn dat met de dood de eigen persoonlijkheid niet verloren ging, maar juist tot rust kwam..
Vanaf de middeleeuwen onderging de houding tegenover sterven en dood een reeks van veranderingen. In het westen kwamen dood en sterven in het teken te staan van het laatste oordeel dat over de mens werd geveld. Het sterven kreeg daardoor een meer emotioneel karakter. De angst voor de dood, de vrees voor het laatste oordeel beïnvloeden de omgang met het sterven. Daarmee veranderde echter niet de vertrouwdheid met het sterven. Ook als men stervende was ging het gewone leven door; men bleef thuis bij de familie. Generaties woonden samen in het zelfde huis. Ook kinderen waren nog steeds bij het sterven aanwezig.
Een verhaal uit 1833 geeft iets van die vertrouwdheid weer:
“ Kom Willem,” riep hans zijne moeder, “Nader onbevreesd en zie nu eens wat dat getik veroorzaakt”. Hierop ging zij vertrekje in en stond bij de kist. “Kijk hier jongen” , vervolgde zijne moeder, “daar lekken droppels uit de kist, die op de stenen vloer vallen, hoor maar: tik,tik. Dat water komt uit grootmoeders lichaam, het geen niet te verwonderen is daar de vrouw zeer dik was toen zij stierf; dat is nu, waardoor gij geschrokken zijt. Willem, ge kunt rustig gaan slapen, er is immers niets bijzonders aan de hand.
In de twintigste eeuw hebben onder andere medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen er toe geleid dat de behandeling, verpleging en verzorging van ernstig zieken voor overgroot deel in ziekenhuizen en verpleeghuizen zijn gaan plaatsvinden.
Vooral tussen 1935 en 1950 trad daarin een versnelling op. Deze instellingen werden veelal de plaats waar het leven werd afgesloten, in plaats van tussen familieleden, vrienden of buren. Als gevolg hiervan zijn sterven en dood los komen te staan van het dagelijkse leven en kregen ze het karakter van onnatuurlijke gebeurtenissen in het leven van de mensen. De dood werd dramatischer, en raakte met spanning en onzekerheid beladen.De aanvaarding van en dood als deel van het leven werd daardoor moeilijker. Sterven en dood waren niet meer gewoon en mensen wisten minder raad met hun houding als iemand uit hun directe omgeving stierf. Veel mensen stierven in eenzaamheid, geïsoleerd van alles wat het vertrouwd was. Steeds minder mensen kwamen in aanraking met het verdriet, het lijden en de onzekerheden die gepaard gaan met het sterven en met het besef dat de dood nadert.
In die periode waren sterven en dood in het algemeen onderwerpen waarover steeds minder in het openbaar werd gesproken, alsof ze uit de openbaarheid waren verbannen en teruggebracht achter muren van de ziekenhuizen.negen van de tien mensen stierven in de jaren zeventig nog in een ziekenhuis.
Maar eind jaren zeventig komt er wel langzamerhand een verandering op gang. Geleidelijk dringt het besef door dat sterven en dood bij het leven horen. Steeds meer mensen willen thuis sterven, als ze weten dat ze ongeneselijk ziek zijn. Thuis sterven in de eigen vertrouwde omgeving. Ook komt steeds meer aandacht voor de begeleiding van de stervende, en het verwerken van verdriet en onzekerheid. De massamedia, zoals radio en televisie, brengen programma’s over sterven en dood, in de huiskamers. Programma’s die bedoeld zijn om deze onderwerpen in de samenleving bespreekbaar te houden, en om te laten zien dat sterven ook een levens-verrijkende ervaring kan zijn voor de stervende en familie.
Bron:cursus voor vrijwilligers.
VPTZ zuidwest Friesland.
Tot ongeveer de twaalfde eeuw waren mensen vertrouwd met sterven en dood, omdat dit deel uitmaakte van het dagelijks bestaan. Men deed geen poging de dood te ontvluchten.
Het sterven was een openbaar ceremonieel, waaromheen zich tal ven rituelen afspeelden. De kamer of de ruimte waar de stervende zich bevond, was een publieke plaats, waar iedereen ongehinderd binnen kon komen. Essentieel was dat de familie, buren, en anderen aanwezig waren. Een sterf-scene zonder aanwezigheid van kinderen was zelfs ondenkbaar. De dood was voor ieder mens een lotsbestemming. De mensen leefden in het bewustzijn dat met de dood de eigen persoonlijkheid niet verloren ging, maar juist tot rust kwam..
Vanaf de middeleeuwen onderging de houding tegenover sterven en dood een reeks van veranderingen. In het westen kwamen dood en sterven in het teken te staan van het laatste oordeel dat over de mens werd geveld. Het sterven kreeg daardoor een meer emotioneel karakter. De angst voor de dood, de vrees voor het laatste oordeel beïnvloeden de omgang met het sterven. Daarmee veranderde echter niet de vertrouwdheid met het sterven. Ook als men stervende was ging het gewone leven door; men bleef thuis bij de familie. Generaties woonden samen in het zelfde huis. Ook kinderen waren nog steeds bij het sterven aanwezig.
Een verhaal uit 1833 geeft iets van die vertrouwdheid weer:
“ Kom Willem,” riep hans zijne moeder, “Nader onbevreesd en zie nu eens wat dat getik veroorzaakt”. Hierop ging zij vertrekje in en stond bij de kist. “Kijk hier jongen” , vervolgde zijne moeder, “daar lekken droppels uit de kist, die op de stenen vloer vallen, hoor maar: tik,tik. Dat water komt uit grootmoeders lichaam, het geen niet te verwonderen is daar de vrouw zeer dik was toen zij stierf; dat is nu, waardoor gij geschrokken zijt. Willem, ge kunt rustig gaan slapen, er is immers niets bijzonders aan de hand.
In de twintigste eeuw hebben onder andere medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen er toe geleid dat de behandeling, verpleging en verzorging van ernstig zieken voor overgroot deel in ziekenhuizen en verpleeghuizen zijn gaan plaatsvinden.
Vooral tussen 1935 en 1950 trad daarin een versnelling op. Deze instellingen werden veelal de plaats waar het leven werd afgesloten, in plaats van tussen familieleden, vrienden of buren. Als gevolg hiervan zijn sterven en dood los komen te staan van het dagelijkse leven en kregen ze het karakter van onnatuurlijke gebeurtenissen in het leven van de mensen. De dood werd dramatischer, en raakte met spanning en onzekerheid beladen.De aanvaarding van en dood als deel van het leven werd daardoor moeilijker. Sterven en dood waren niet meer gewoon en mensen wisten minder raad met hun houding als iemand uit hun directe omgeving stierf. Veel mensen stierven in eenzaamheid, geïsoleerd van alles wat het vertrouwd was. Steeds minder mensen kwamen in aanraking met het verdriet, het lijden en de onzekerheden die gepaard gaan met het sterven en met het besef dat de dood nadert.
In die periode waren sterven en dood in het algemeen onderwerpen waarover steeds minder in het openbaar werd gesproken, alsof ze uit de openbaarheid waren verbannen en teruggebracht achter muren van de ziekenhuizen.negen van de tien mensen stierven in de jaren zeventig nog in een ziekenhuis.
Maar eind jaren zeventig komt er wel langzamerhand een verandering op gang. Geleidelijk dringt het besef door dat sterven en dood bij het leven horen. Steeds meer mensen willen thuis sterven, als ze weten dat ze ongeneselijk ziek zijn. Thuis sterven in de eigen vertrouwde omgeving. Ook komt steeds meer aandacht voor de begeleiding van de stervende, en het verwerken van verdriet en onzekerheid. De massamedia, zoals radio en televisie, brengen programma’s over sterven en dood, in de huiskamers. Programma’s die bedoeld zijn om deze onderwerpen in de samenleving bespreekbaar te houden, en om te laten zien dat sterven ook een levens-verrijkende ervaring kan zijn voor de stervende en familie.
Bron:cursus voor vrijwilligers.
VPTZ zuidwest Friesland.
Abonneren op:
Posts (Atom)
















