dinsdag 10 september 2013

onderzoek van het leven 2

De laatste jaren heb ik veel tijd doorgebracht met verschillende mensen die, in plaats van te klagen over hun hachelijke situatie, begonnen waren deze te gebruiken als mogelijkheid tot bewustwording, tot ontwaken. Deze mensen hebben ontdekt dat zelfs pijn en het verlies van wie zij meenden dat ze waren, te verwerken zijn. Naarmate zij meer en meer loslaten, verkrijgt hun leven ruimtelijkheid. Zij pakken niet alles op. Zij laten juist alles los. En, in dat loslaten, ervaren ze de tijdloosheid die niet 'hen' of 'mij' is, maar simpelweg is. Het is een proces van het loslaten van wat iemand de 'haakjes' in de geest noemde, de neiging van het bewustzijn om de onophoudelijke stroom van het zijn te vangen en te controleren. Vaak beginnen ze met een onderzoek van de psychologische elementen, de inhouden van het bewustzijn. En, tot op zekere hoogte, lijkt dat ook nuttig. Het je verdiepen in bewustzijnsstaten maakt je bewuster voor blokkades, hoewel dat die blokkades niet noodzakelijkerwijs verwijdert. Maar in plaats van zich te verdiepen in elk van deze psychologische 'knopen' en te proberen met zichzelf in het reine te komen als persoonlijkheid, beginnen zij hun identificatie met al die psychologische 'knopen' te verminderen. Wanneer ze afstand beginnen te nemen van zichzelf als een psychologische entiteit, als een persoonlijkheid, als een afgescheiden iets of iemand, dan beginnen ze te herkennen dat zij de ruimte zijn waarbinnen al deze bewustzijnsstaten optreden. En, naarmate zij meer en meer doordringen in hun ware Kern, veranderen hun prioriteiten. Zij beginnen zich te verhouden tot de geest, in plaats van vanuit de geest, hetgeen een geheel nieuwe dimensie toevoegt aan hun ervaring van hun bestaan, van het leven zelf. Stephen Levine
Warme groet Jeltje

zondag 8 september 2013

onderzoek van het leven 1

Veel mensen zeggen dat zij nooit zozeer geleefd hebben als op het moment van hun sterven. Misschien omdat dan tenslotte hun onderzoek naar wat werkelijk is hun leven betekenis geeft. En wanneer het leven betekenisvol is, verkrijgt het ook in letterlijke zin 'levendigheid'. De vraag wordt dan: 'Wie ben ik?' De levensenergie wordt dan niet aangewend om de werkelijkheid aan te passen aan oude vertrouwde modellen. Niet langer vormen de bezigheden in de uiterlijke wereld een obstructie, een filter van matglas over het mysterie. Deze mensen hebben inderdaad in letterlijke zin deel aan het leven, zij zijn hun leven, in plaats van dat leven te denken. Zij leven volop door af te zien van pogingen om het leven een door hen gewenste vorm te geven. Hun leven wordt tot een onderzoek naar de waarheid, terwijl zij hun modellen laten vallen om te ontdekken wat daaronder verborgen ligt. 'Wie is het die sterft?' De zingeving die nu in het leven komt is het ontdekken van wat het precies is dat zij tot dusverre nooit hadden toegestaan aan de oppervlakte te komen. Wanneer ik samen ben met deze mensen, zie ik dat hun werk en mijn werk volkomen overeenstemmen: het loslaten van zelfbeschermende controlemechanismen, het loslaten van dat vasthouden en lijden dat ons afgescheiden houdt; jezelf open te stellen, nu, op dit moment; te sterven in het huidige moment. Met open hart en ziel te leven met wat gegeven is, met een geest die niet langer vasthoudt aan modellen. Stephen Levine
Warme groet jeltje

zaterdag 7 september 2013

verwarring, verzet tegen wat IS

Verwarring is zitten aan te duwen tegen wat er is, als resultaat van ons dwangmatig zoeken naar antwoorden om het verstand mee te voeden en de onbestendigheid van onze wensen en verlangens te blokkeren. Verwarring is die staat waarin je niet bent wat je werkelijk bent. Een pijnlijke verwondering over het bestaan. En toch kun je bevrijd worden van dat voortdurende zoeken van dat verwarde verstand. Als je de stille Getuige herkent die zelf niet in verwarring verkeert. In de ruimte die niet vastzit aan 'begrijpen', die niet probeert zich te vullen als middel om zichzelf te bepalen, kan de waarheid zich manifesteren. In het verstand 'dat het ook niet meer begrijpt', wordt de waarheid ervaren in een wijds, tijdeloos deelnemen aan het bestaan. Verwarring is tegen de stroom in zwemmen, je vastklampen aan een antwoord, welk antwoord dan ook. 'Het niet meer weten' schept ruimte. Daar is plaats voor alles, zelfs voor verwarring. In 'het niet meer weten' zit geen dwang. Het verstand is niet ontvankelijk voor dwang, door het minste of geringste beetje dwang sluit het hart zich. Misschien is de quintessence van de leer wel: 'Kun je je hart openhouden in de hel'? Als we ons uit woede, uit verzet, uit angst, uit jaloezie afsluiten, kunnen we dan nog openstaan voor onszelf? Als we bang zijn, kunnen we dan van binnen nog een ruimte scheppen, waar we die angst laten bestaan zonder ons af te sluiten? Of is het allemaal zo onderdrukt, zo ondergesneeuwd, dat een heleboel van die oude patronen zich maar blijven reproduceren en wij permanent gespannen en op onze hoede achterblijven. Met het leven als een betekenisloze grap. Stephen Levine
warme groet jeltje

vrijdag 6 september 2013

De wolken en de hemel

Stukje uit; Het Tibetaanse boek van leven en sterven: Sogyal Rinpoche
Hemel en de wolken Hoe ons leven er ook uit ziet, onze Boeddhanatuur is er altijd. En zij is volmaakt. De Boeddha’s in hun oneindige wijsheid kunnen haar niet verbeteren, en gewone wezens, in hun schijnbaar eindeloze verwarring, kunnen haar niet bederven. Je kunt onze ware natuur vergelijken met de hemel, en de verwarring van de gewone geest met de wolken. Op sommige dagen is de hemel volledig bedekt met wolken. Wanneer we op de grond staan en omhoog kijken, is het erg moeilijk te geloven dat er nog iets anders is dan wolken. Maar we hoeven alleen maar in een vliegtuigje te stappen om boven de wolken een grenzeloze , helderblauwe hemel te ontdekken. Van bovenaf lijken de wolken, waarvan wij eerst aannamen dat alleen zij bestonden, zo klein en zo ver weg. We zouden altijd moeten proberen ons te herinneren dat de wolken de hemel niet zijn, en er niet toe ‘behoren’. Ze hangen er alleen maar en glijden langs op hun ietwat dwaze en niet-afhankelijk manier. En op geen enkele wijze kunnen ze de hemel ooit bezoedelen of tekenen. Waar is die Boeddhanatuur nu precies? In de natuur van onze geest, die als hemel is. Volledig open, vrij, en onbegrensd, is zij in essentie van zo’n eenvoud en zo natuurlijk, dat zij nooit ingewikkeld, bedorven of bezoedeld kan worden; zij is van een zuiverheid die zelfs het concept van zuiver en onzuiver voorbij gaat. Als we over deze natuur van de geest zeggen dat zij zo ruim is als de hemel, is dat natuurlijk slechts een metafoor, die helpt ons enige voorstelling te maken van haar alles omvattende onmetelijkheid; want de boeddhanatuur heeft een kwaliteit die de hemel nooit kan hebben, de stralende helderheid van gewaar-zijn. Zoals gezegd wordt: Het is niets anders dan ononderbroken puur gewaar-zijn, kennend, leeg, naakt en wakker. Dudjom Ripoche schreef: Geen woorden kunnen het beschrijven Geen voorbeeld kan het duiden Samsara maakt het niet erger Nirvana maakt het niet beter Het is nooit geboren Het is nooit opgehouden Het is nooit bevrijd Het is nooit misleid Het heeft nooit bestaan Het is nooit niet-bestaand geweest Het heeft totaal geen grenzen Het valt in geen enkele categorie. Nyoshul Khen Rinpoche zegt: Diepzinnig en stil, vrij van complexiteit, Natuurlijk, stralende helderheid, De geest van conceptuele ideeën voorbij; Dit is de diepte van geest der Overwinnaars. Hier valt niets te verwijderen, Noch aan toe te voegen. Het is enkel het ongerepte Dat spontaan naar zichzelf kijkt.
Zoek de hemel niet ver, maar in je zelf Warme groet Jeltje

maandag 2 september 2013

vergankelijkheid (identiteit) afsluiting

Uit: het tibetaanse boek van het leven en sterven. Sogyal Ripoche
Zonder onze vertrouwde steunpilaren komen we oog in oog met onszelf te staan, iemand die we niet kennen, een vreemde, die ons op de zenuwen werkt, met wie we al een tijd geleefd hebben, maar die we nooit werkelijk hebben willen ontmoeten. Proberen we daarom niet elke minuut van onze tijd te vullen met lawaai en bezigheden, hoe saai of alledaags ook, om maar nooit in stilte met deze vreemde alleen hoeven te zijn? En wijst dat niet op iets fundamenteel tragisch in onze manier van leven? We leven met een aangenomen identiteit, in een neurotische sprookjeswereld die niet meer werkelijkheid bezit dan de Sprookjes-schildpad in Alice in Wonderland. Gehypnotiseerd door de opwinding van het bouwen, hebben we de huizen van onze levens op zang gebouwd. Deze wereld kan er verbazingwekkend overtuigend uitzien, totdat de dood de illusie ondergraaft en ons uit onze schuilplaats jaagt. Wat zal er dan met ons gebeuren, als we geen idee hebben van een diepere werkelijkheid? Als we sterven, laten we alles achter, in het bijzonder dit lichaam, dat we zozeer gekoesterd hebben, waar we zo blind op vertrouwd hebben en dat we zo hard geprobeerd hebben in leven te houden. Maar onze geest is al net zo onbetrouwbaar als ons lichaam.Kijk maar een paar minuten naar je geest. Je zult zien dat die als een vlo voortdurend heen en weer springt. Je zult zien dat gedachten opkomen zonder enige reden, zonder enige samenhang. Meegesleurd door de chaos van elk moment, zijn we slachtoffers van de grilligheid van onze geest. Als dit de enige geestestoestand is die we kennen, dan is het een absurde gok om op het moment van de dood op onze geest te vertrouwen.
warme groet Jeltje

zondag 1 september 2013

vergankelijkheid 1 ( identiteit)

Stukje uit: Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Sogyal Rinpoche
Waarom is het zo moeilijk de dood in ons leven toe te laten? En waarom zijn we eigenlijk zo bang voor de dood dat we tot elke prijs vermijden hem onder ogen te zien? Ergens, diep in ons, weten we dat we hem niet kunnen blijven negeren. Zoals Milarepa zegt:’Dit ding, dat men lijk noemt, waar wij bang voor zijn, leeft met ons hier en nu’. Hoe langer wij de dood negeren, des te groter worden de angst en onzekerheid die ons achtervolgen. Hoe meer wij aan deze angst proberen te ontkomen, des te monsterlijker wordt hij. De dood is een onmetelijk mysterie, maar er zijn twee dingen die we erover kunnen zeggen: Het is absoluut zeker dat we zullen sterven, en het is onzeker wanneer of hoe we zullen sterven. Deenige zekerheid die we hebben, is dus deze onzekerheid over het uur van onze dood, en we grijpen dit als exuus aan om een direct onder ogen zien van de dood uit te stellen. We zijn net kinderen die bij het verstoppertje spelen hn handen voor hun ogen houden en denken dat niemand hen kan zien. Waarom leven we in zo’n angst voor de dood? Omdat het onze instinctieve wens is te leven en te blijven leven en we de dood zien als een wreed einde van alles wat ons vertrouwd is. We hebben het gevoel dat als we sterven in iets geheel onbekends gestort worden, of een compleet ander iemand worden, en dat we verloren en verbijsterd zullen zijn in een beangstigend vreemde omgeving. We stellen het ons voor als angstig en alleen wakker worden in een vreemd land, waar we taal noh tong kennen, zonder geld, zonder contacten, zonder paspoort, zonder vrienden........... Misschien is de eigenlijke reden van onze angst voor de dood het feit dat we niet weten wie we zijn. We geloven in een persoonlijke , unieke,en afzonderlijke identiteit, maar als we de moed opbrengen om deze identiteit te onderzoeken, merken we dat die volledig afhankelijk is van een eindeloze verzameling dingen: onze naam,onze ‘biografie’, onze partners,, familie,huis, baan, vrienden, bankpasjes........... Op hun broze en vergankelijke steun baseren wij onze zekerheid. Als nu al deze dingen van ons afgenomen worden, hebben we dan nog enig idee wie we werkelijk ZIJN ?
warme groet jeltje

ontkenning afsluiting.

Het is juist het aandacht geven aan deze vertrouwde ontkenningstactiek van de geest die er voor zorgt dat we ons meer gaan openstellen voor het leven: die het ons mogelijk maakt te gaan onderzoeken wie er eigenlijk leeft, wie er eigenlijk sterft - waar het hier allemaal eigenlijk om gaat. Ontkenning is het van je af duwen van het heden. Een tijdje geleden werd ik opgebeld door een oude vriendin die me vertelde dat haar lievelings-tante gestorven was en me vroeg of wij met de meditatiegroep misschien een ogenblik van stilte aan haar zouden willen wijden. Ik zei: "Nee, laten we dat niet doen, de dood is niets bijzonders." Op het moment dat je deze bladzijde leest sterven er honderden mensen. We treuren niet om die tante, we treuren niet om onze kinderen. In feite treuren we om onszelf. we treuren om ons verlies: iemand met wie we een relatie hadden is niet meer aan deze kant van het net om het spel van het leven te spelen waar we zo vertrouwd mee waren geraakt. Respecteer dat verlies, en vertrouw op de gevoelens die opduiken wanneer de spiegel van jouw liefde in scherven ligt. Besef dat jij het bent waarover je rouwt en maak ruimte in je hart voor jezelf. Het is de pijn in jouw eigen hart die je voelt, niet de pijn van iemand anders. Ironischerwijs is de gehele 'begrafenisindustrie' gebaseerd op al dit ontkennen van de dood. Het opvullen van de ingevallen wangen van de overledene om hem een acceptabel uiterlijk te geven, het opmaken en het fabriceren van een kunstmatige glimlach op diens gezicht, dat alles is een poging om de dood er zo te laten uitzien of je naar een feestje gaat. Zelfs wanneer de dood al gekomen is wordt deze nog ontkent. Stephen Levine
Warme groet Jeltje